Aandrang-incontinentie behandeling en medicatie

Ook wel genoemd: 
Urge-incontinentie
'instabiele’ of ‘overactieve’ blaas
Detrusor instabiliteit

Wat is de behandeling voor urge-incontinentie?

  • Algemene leefstijl maatregelen kunnen helpen.
  • Blaastraining is een gebruikelijke behandeling. Dit kan goed werken voor 50% of meer van de mensen met urge-incontinentie.
  • Medicijnen kunnen geadviseerd worden als toevoeging aan de blaastraining.
  • Bekkenbodem spieroefeningen kunnen ook geadviseerd worden.
  • Een chirurgische ingreep is het laatste redmiddel en wordt relatief zelden toegepast om urge-incontinentie te behandelen.

Algemene leefstijl aanpassingen die kunnen helpen zijn:

  • Naar het toilet gaan. Maak dit zo gemakkelijk mogelijk. Als je moeite hebt om naar het toilet te gaan, overweeg dan speciale aanpassingen zoals een handleuning of een verhoogd toilet. Soms kan een bedpan in de slaapkamer het leven een stuk makkelijker maken.
  • Cafeïne. Dit zit in thee, koffie, cola en soms in pijnstillers. Cafeïne heeft een diuretisch (urine-afscheiding bevorderend) effect. Cafeïne kan ook direct de blaas stimuleren en de klachten erger maken. Het zou de moeite waard kunnen zijn om te proberen het een paar dagen zonder cafeïne te doen en te kijken of de symptomen verminderen. Verminderen de klachten en wil je cafeïne niet helemaal opgeven, dan kan vermindering van de hoeveelheid cafeïne ook een overweging zijn. Gebruik je cafeïnehoudende dranken, zorg dan dat je in de buurt van een toilet bent.
  • Alcohol. Bij sommige mensen kan alcohol de symptomen slechter maken. Hetzelfde advies geldt als bij cafeïne.
  • Drink normale hoeveelheden vloeistof. Het lijkt misschien logisch om minder te drinken zodat de blaas minder snel vult. Maar dit kan de symptomen erger maken omdat de urine meer geconcentreerd blijft en dit kan de blaasspier irriteren. Probeer normale hoeveelheden te drinken. Dit is gewoonlijk twee liter vloeistof per dag – ongeveer 6-8 glazen vloeistof en meer in warme klimaten of bij warm weer.
  • Ga alleen naar het toilet wanneer je moet. Sommige mensen ontwikkelen de gewoonte om vaker naar het toilet te gaan dan nodig is. Ze gaan wanneer hun blaas slechts een kleine hoeveelheid urine heeft,  “voor het geval dat”. Dit lijkt logisch voor mensen die denken dat symptomen van urge-incontinentie zich niet zullen ontwikkelen wanneer de blaas zich niet vult en vaak geleegd wordt. Maar nogmaals: dit kan de symptomen erger maken op de lange termijn. Als je te vaak naar het toilet gaat, raakt de blaas gewend aan weinig urine. De blaas kan hierdoor gevoeliger en overactief raken op momenten wanneer deze een klein beetje uitrekt. Dus dan zou het je kunnen overkomen dat op een moment wanneer je het liever nog ophoudt (bijvoorbeeld als je uitgaat) de aandrang erger is dan ooit. 
  • Afvallen als je last hebt van overgewicht. Als je urge-incontinentie of een overactieve blaas hebt, kunnen de klachten beter worden als je afvalt in geval van overgewicht.

Blaastraining
Het doel is om je blaas langzaam te rekken zodat hij langer grotere hoeveelheden urine kan vasthouden. Na een bepaalde tijd zou de blaasspier minder overactief moeten zijn en zou je meer controle over je blaas moeten hebben. Dit betekent dat er meer tijd tussen het gevoel van aandrang tot plassen en naar het toilet moeten gaan kan zitten. Lekken van urine is dan minder waarschijnlijk. Een arts of incontinentieverpleegkundige kan uitleggen hoe je de blaastraining kan doen. Het advies kan zoiets als het volgende inhouden:
Je moet een dagboek bijhouden. In het dagboek maak je een notitie van de tijd en de hoeveelheid (volume) van urine wanneer je plast. Maak ook een aantekening wanneer je urine lekt (incontinent bent). Houd een meetpotje bij het toilet zodat je de hoeveelheid kan meten telkens wanneer je naar het toilet gaat.
Wanneer je begint met het dagboek, ga naar het toilet zoals gewoonlijk gedurende 2-3 dagen. Dit is om een basisidee te krijgen over hoe vaak je naar het toilet gaat en de hoeveelheid die je gewoonlijk uitplast. Als je een overactieve blaas hebt zou je elk uur naar het toilet kunnen gaan en maar 100-200 ml urineren per keer. Dit hou je bij in je dagboek.
Na de eerste 2-3 dagen is het doel om het zo lang mogelijk ‘op te houden’ voordat je naar het toilet gaat. Dit zal moeilijk lijken in het begin. Bijvoorbeeld als je normaal ieder uur naar het toilet gaat lijkt het een hele opgave om er een uur en vijf minuten tussen te laten zitten. Probeer jezelf af te leiden wanneer je je plas probeert op te houden. Bijvoorbeeld:

  • rechtop op een harde stoel zitten kan helpen.
  • Probeer van 100 terug te tellen.
  • Probeer een paar bekkenbodem(spier-)oefeningen te doen (zie onder).

Met de tijd hoort het makkelijker te gaan urine op te houden als de blaas eraan gewend raakt grotere hoeveelheden urine vast te houden. Het idee is om geleidelijk de tijd tussen toiletbezoeken te vergroten en je blaas te trainen om gemakkelijker te rekken. Dit kan een paar weken duren, maar het doel is maar 5-6 keer per 24 uur te plassen (ongeveer elke 3-4 uur). Ook moet je elke keer als je plast proberen meer te plassen dan je in je basisdagboek over de eerste dagen hebt opgeschreven. (gemiddeld plassen mensen met een overactieve blaas 25-350 ml per toiletbezoek). Na een paar maanden voel je dat je een ‘normale’ aandrang hebt en je plas beter op kunt houden tot je gelegenheid hebt om naar toilet te gaan.
Terwijl je blaastraining doet, is het misschien handig om elke week 1 x 24 uur je dagboek bij te houden. Dit kan je voortgang in kaart brengen over de maanden van de trainingsperiode. Blaastrainingen kunnen moeilijk zijn, je hebt er doorzettingsvermogen voor nodig, maar het wordt makkelijker met de tijd. Het werkt het beste als het gecombineerd wordt met advies en steun van een vertrouwenspersoon of deskundige. Zorg ervoor dat je normale hoeveelheden vloeistof drinkt wanneer je blaastraining doet (zie boven).

Medicatie
Als er niet genoeg verbetering is bij het doen van blaastraining, kunnen medicijnen in de categorie van antimuscarines (ook anticholinergica genoemd) ook helpen. Ze zijn erop gericht om ongewilde samentrekkingen of spasmen van de blaas te stoppen. Tricyclische antidepressiva worden ook wel voorgeschreven, ook zij remmen de samentrekking van de blaas. Er zijn verschillende medicijnen waarover de arts je alles kan vertellen.
Medicatie kan symptomen verbeteren in sommige gevallen, maar niet in alle. De mate van verbetering verschilt van persoon tot persoon. Je zou minder toiletbezoeken nodig kunnen hebben, minder urine kunnen lekken, en minder aandrang kunnen hebben. Maar medicatie haalt zelden alle klachten weg. Vaak wordt medicatie voor een maar maanden geadviseerd. Als het helpt kun je nog ½ jaar doorgaan en dan eens stoppen om te zien hoe het zonder medicatie gaat. De klachten kunnen dan terugkomen. Maar als je medicatie combineert met blaastraining, kan het vooruitzicht op de lange termijn beter zijn en zullen de symptomen minder snel terugkomen wanneer je de medicatie beëindigt. De combinatie medicatie en blaastraining is dus de beste.
Bijwerkingen zijn vrij gebruikelijk bij deze medicijnen, maar zijn vaak minimaal en acceptabel. Lees de bijsluiter voor een overzicht van mogelijke bijwerkingen. De meest gebruikelijke is een droge mond, regelmatig slokjes water drinken kan dit gemakkelijk tegen gaan. Andere bijwerkingen zijn droge ogen, obstipatie en wazig zien. Maar de medicijnen werken allemaal een beetje anders, heb je dus last van bijwerkingen dan kan de oplossing eenvoudig een ander medicijn zijn.

Bekkenbodemtraining
Veel mensen hebben een mengvorm van urge-incontinentie en stress-incontinentie. Bekkenbodemtraining is de belangrijkste behandeling van stress-incontinentie. Deze training houdt oefeningen in om de spieren te versterken die onder en rond de blaas, baarmoeder en rectum liggen.
Voor meer informatie, zie aparte folders genaamd ‘Incontinentie – Stress Incontinentie’ en ‘Bekkenbodemtraining’. Het is niet duidelijk of bekkenbodemtraining helpt als je last hebt van urge-incontinentie zonder stress-incontinentie. Maar bekkenbodemtraining kan blaastraining wel heel goed ondersteunen.

Een chirurgische ingreep
Als de bovenstaande behandelingen niet succesvol zijn wordt soms een chirurgische ingreep geadviseerd om urge-incontinentie te behandelen. De methoden die gebruikt worden zijn:

  • Sacrale zenuwstimulatie. Als je urge-incontinentie wordt veroorzaakt door over activiteit van de blaasspier, kan dit verholpen worden door een implantaat in je blaas te plaatsen om de blaas evenwichtiger en normaler te laten samentrekken.
  • Augmentatie cystoplastiek. Bij deze operatie wordt een klein stukje weefsel van de darm in de wand van de blaas toegevoegd om het formaat van de blaas te vergroten. Maar niet alle mensen die deze operatie hebben gehad kunnen erna normaal urineren. Lukt normaal plassen niet dan zal je een katheter nodig hebben om de blaas te kunnen legen. 
  • Urineweg omleiding. Bij deze operatie worden de urineleiders (de buizen van de nieren naar de blaas) omgeleid naar buiten (buikwand). Er zijn verschillende manieren waarop dit gedaan kan worden. De urine gaat dan niet meer direct naar de blaas. Deze methode wordt alleen toegepast wanneer alle andere methoden gefaald hebben om van je urge-incontinentie af te komen.

Behandeling met botuline toxin (Botox)
Dit is een alternatieve behandeling voor een chirurgische ingreep wanneer andere behandelingen, blaastraining en medicatie inbegrepen je symptomen niet hebben verholpen. De behandeling houdt een injectie met Botox in de zijkanten van je blaas in. Dit heeft een effect van ‘terugdringen’ van de abnormale samentrekkingen van de blaas. Het kan echter ook de normale samentrekkingen terugdringen, waardoor je blaas zich niet helemaal kan legen. In dat geval is het soms tijdelijk nodig jezelf een paar keer per dag te katheteriseren. Het effect van Botox is altijd tijdelijk. Maar soms neemt de blaas na zo’n injectie weer het ‘normale’ blaasgedrag op.
Botox is geen geregistreerd medicijn, maar het mag door een arts gebruikt worden.

Incontinentieverpleegkundige

Je huisarts kan je doorverwijzen. Incontinentieverpleegkundigen kunnen advies geven over behandelingen, vooral over blaastraining en bekkenbodemtraining. Als de incontinentie een probleem blijft, kunnen ze ook heel veel advies geven hoe je ermee om moet gaan. Ze hebben info over bv inlegkruisjes, incontinentiemateriaal, katheteriseren, etc.