Aangezichtspijn

Ook wel genoemd: 
Trigeminusneuralgie

Wat is de nervus trigeminus (trigeminuszenuw)?

De trigeminuszenuw ( ook wel de vijfde craniale zenuw (hersenzenuw) genoemd) is een van de hoofdzenuwen van het gezicht. Er zit er één aan beide kanten van het gelaat. Hij komt door de schedel vanuit de hersenen vlak voor het oor. Hij wordt trigeminus genoemd omdat hij afsplitst in drie hoofdtakken. Elke tak wordt verder verdeeld in vele kleinere zenuwen.

De zenuwen van de eerste tak (ofthalmische tak = oogtak) gaan naar de hoofdhuid, het voorhoofd en het gebied rondom de ogen. De zenuwen van de tweede tak (maxillaris = wang en bovenkaak) gaan naar het gebied rond de wangen. De zenuwen van de derde tak (mandibularis = onderkaak) gaan naar het gebied rond de mond en onderkaak.

De takken van de trigeminuszenuw transporteren het gevoel van aanraking en pijn van het gezicht, tanden en mond naar de hersenen.  De trigeminuszenuw bestuurt ook de spieren die gebruikt worden bij het kauwen, en voor de productie van speeksel en tranen.

Wat veroorzaakt trigeminusneuralgie?

De oorzaak is onduidelijk. Vroeger dacht men aan een soort ‘epilepsie’ van de zenuw. Maar een moderner theorie is dat een klein bloedvaatje tegen de stam van de zenuw drukt waar de zenuw uit de hersenen komt door de schedel.  Toch is het niet bekend waarom dat in je latere leven tot irritatie van de trigeminuszenuw kan leiden. Heel zelden is een trigeminusneuralgie een symptoom van een andere aandoening, zoals een tumor, multiple sclerose, of een abnormaliteit van de schedelbasis.

Wie krijgt trigeminusneuralgie?

Trigeminusneuralgie is relatief zeldzaam. Het ontwikkelt zich bij ongeveer 4 op de 100,000 mensen per jaar. Het treft vooral oudere mensen en het begint meestal bij mensen boven het 60e jaar. Het is zelden voorkomend bij jong-volwassenen. Mannen lijken 2x zo vaak aangedaan dan vrouwen.

Hoe ontwikkelt trigeminusneuralgie zich?

De eerste pijnaanval komt meestal onverwacht zonder een duidelijke reden.  Vervolgpijnen komen en gaan vanaf dan. De frequentie van de pijnen varieert  van tot honderd keer per dag tot slechts een aanval zo nu en dan. De eerste ‘vlaag’  of  ‘episode’ van pijnen kan dagen, weken, of maanden duren maar dan verdwijnen, heel typisch, de pijnen weer voor een tijdje.

Verder in de toekomst kunnen meer aanvallen van pijn optreden (of episodes met pijnaanvalletjes). Toch kun je enkele maanden of zelfs jaren aanvalsvrij zijn. Het is onmogelijk te voorspellen wanneer de volgende aanval van pijn zich voordoet, of hoe vaak de aanvallen zullen terugkomen. De aanvalsfrequentie neemt vaak toe bij het ouder worden.

Zijn er complicaties?

De pijn zelf kan heftig en kwellend zijn.  Als het onbehandeld blijft, kan dit je gedeprimeerd of angstig maken. Je kunt tandenpoetsen of eten gaan vermijden  uit angst voor het veroorzaken van een pijnaanval. Dit kan leiden tot gewichtsverlies en slechte tandhygiëne. Toch zijn er in de meeste gevallen geen complicaties die effect hebben op de trigeminuszenuw zelf of op de hersenen.

In het kleine aantal van gevallen waar trigeminusneuralgie een uiting is van een andere aandoening  kunnen andere symptomen ten gevolge van die aandoening de overhand krijgen. Bijvoorbeeld als de trigeminusneuralgie een uiting is van multiple sclerose (MS) dan zul je eerder last hebben dan symptomen van MS dan van de neuralgie.

Heb ik een hersenscan of ander onderzoek nodig?

Vaak niet. De diagnose trigeminusneuralgie is gebaseerd op de typische symptomen. Een ‘typisch’ persoon met trigeminusneuralgie is een ouder persoon, heeft de klassieke symptomen, heeft geen andere symptomen die wijzen op een onderliggende ziekte zoals multiple sclerose, en medicatie slaat goed aan (zie hier onder). In deze typische situatie is verder onderzoek meestal niet nodig.  Toch kan een MRI scan (magnetic resonance imaging) worden overwogen in sommige gevallen. Dit kan bijvoorbeeld zijn wanneer:

  • De diagnose wordt betwijfeld (wanneer er niet-typische symptomen zijn)
  • Er aan een onderliggende oorzaak wordt gedacht 
  • Trigeminusneuralgie zich voordoet bij een jonger iemand ( jonger dan 40)
  • De  conditie zich niet verbetert met een medicijnbehandeling (zie hier onder)
  • Operatie wordt overwogen als behandeling

Vanzelfsprekend zal je arts je adviseren of je een MRI scan nodig hebt.