Aangezichtspijn behandeling en medicatie

Ook wel genoemd: 
Trigeminusneuralgie

Wat is het medicijnbeleid bij trigeminusneuralgie?

Carbamazepine is de gebruikelijke behandeling
Carbamazepine is geclassificeerd als een anticonvulsief medicijn, een anti-epilepticum. Het wordt gewoonlijk gebruikt ter behandeling van epilepsie. Trigeminusneuralgie is geen epilepsie. Het effect van carbamazepine is het remmen van zenuwimpulsen en het werkt vaak goed bij trigeminusneuralgie. Er is een goede kans dat carbamazepine de symptomen van trigeminusneuralgie binnen 1 à 2 dagen vermindert. Er wordt met een lage dosis begonnen die langzaam wordt opgebouwd totdat de dosis wordt bereikt die de pijnen stopt. Je moet het dan regelmatig nemen ter voorkoming van terugkomende pijnen. De dosis carbamazepine nodig om aanvallen te vermijden verschilt per persoon.

Meestal wordt geadviseerd om carbamazepine te nemen tot een maand nadat de pijnen zijn gestopt. De dosis mag dag langzaam worden afgebouwd, en liefst worden gestopt. Hierna is er een vaak een periode waarin de pijnen voor een tijdje niet opkomen (of minder zijn). Toch keren de pijnen meestal ergens in de toekomst terug. Behandeling kan worden herstart. Sommige mensen vinden dat carbamazepine de eerste keer goed werkt maar minder goed door de jaren heen.

Bijwerkingen komen voor bij sommige mensen die carbamazepine nemen. Bijwerkingen zijn waarschijnlijker wanneer er een hoge dosis nodig is. Lees de bijsluiter voor een overzicht van de mogelijke bijwerkingen. De meest voorkomende zijn: slaperigheid, misselijkheid, moeheid en duizeligheid. Vrij vaak zijn deze slechts tijdelijk, dus het is het waard om door te gaan met het medicijn als het de pijnen vermindert en de bijwerkingen niet al te erg zijn.

Heel soms kan carbamazepine serieuze bloed- of leverproblemen veroorzaken. Raadpleeg een arts als je één van de volgende klachten ontwikkelt: koorts, een pijnlijke keel, zweertjes in je mond, onverklaarbare blauwe plekken of bloedingen, het geel worden van je huid, huiduitslag – vooral wanneer de uitslag bestaat uit kleine paarse plekjes, vervelling van de huid, buikpijn, misselijkheid of braken. (Deze symptomen kunnen op bloed- of leverproblemen veroorzaakt door de medicatie, duiden.)

Andere medicijnen
Ander medicijnen kunnen geprobeerd worden als carbamazepine niet goed werkt of als het erge bijwerkingen veroorzaakt. Dit betreft medicijnen die de zenuwimpulsen ‘kalmeren’. Bijvoorbeeld fenytoïne, gabapentine (Neurontin), oxcarbazepine, baclofen of lamotrigine. Een combinatie van twee medicijnen wordt soms geprobeerd als één niet helpt.
Normale pijnstillers als paracetemol of codeïne werken niet bij trigeminusneuralgie.

Chirurgische methoden voor behandeling

Een operatie is een methode als medicatie niet werkt of vervelende bijwerkingen veroorzaakt. In principe zijn er een paar mogelijke chirurgische ingrepen bij trigeminusneuralgie:

Doorsnijden van een zenuwtak.
Dit wordt vrijwel alleen toegepast bij pijn in de eerste tak, dus boven en rond het oog. Bezwaar is dat na de doorsnijding een volledige gevoelloosheid ontstaat in het huidgebied van het voorhoofd.

Uitschakelen van de zenuwknoop of het ganglion van Gasser.
Het ganglion van Gasser is het punt (een soort knooppunt) waarop de trigeminuszenuw zich in 3 takken splitst vlak bij het oor. Het ganglion ligt rondom de trigeminuszenuw. Dit ganglion kan met een naald vanuit een punt even opzij van de mondhoek via een gaatje in de schedelbasis (onder röntgendoorlichting) worden aangeprikt. Deze methode kan onder plaatselijke of algehele narcose gebeuren. In het ganglion kan dan op verschillende manieren worden gehandeld: het maken van een wondje in het ganglion door middel van warmte, elektrocoagulatie, inspuiten van chemische stoffen, druk uitoefenen met een opblaasbaar ballonnetje zijn zo wat manieren. Hierbij wordt geprobeerd de functie van de zenuw te behouden, maar dit lukt niet altijd. Idealiter verdwijnt door de  beschadiging van het ganglion en het daaropvolgende litteken de pijnklacht.

Opereren aan de basis van de zenuw zelf (achter in het hoofd) en decompressie (druk van de zenuw halen).
Dit is een wat grotere ingreep wat betreft de benadering en wordt daarom niet altijd bij oudere patiënten gedaan vanwege een wat hoger operatierisico. De zenuw wordt opgezocht, waarna het bloedvat dat tegen de zenuw klopt, ervan afgehaald wordt. Meestal wordt tussen zenuw en bloedvat een soort sponsje gelegd om herhaling van de klachten te voorkomen. De zenuw blijft bij deze ingreep volledig gespaard.

Lukt het niet hiermee de aanvallen te voorkómen dan kan nog (als alle andere methoden falen) de zenuw achter in het hoofd worden doorgesneden. Meestal niet helemaal, daar de meeste klachten in de 2e en 3e tak optreden – men probeert de 1e tak intact te laten omdat men het gevoel in het hoornvlies en oog wil behouden. 

De kans op herstel is bij de diverse chirurgische ingrepen in het algemeen goed. Indien operatie wordt overwogen zal de chirurg je alles over de diverse ingrepen kunnen uitleggen.