Angststoornis of OCS

Ook wel genoemd: 
Obsessief-compulsieve stoornis

Wat is een angststoornis?

Een angststoornis (of obsessief-compulsieve stoornise = OCS) is een aandoening, waarbij zich herhaaldelijk obsessies, dwanghandelingen, of beide, voordoen. De oude naam voor deze stoornis is de dwangneurose.

Wat zijn obsessies?

Obsessies zijn onaangename gedachten, beelden, of aandrang die telkens weer in je opkomen. Obsessies zijn geen gewone zorgen over de problemen van het leven. Veel voorkomende obsessies omvatten:

  • Angst voor besmetting met vuil, ziektekiemen, etc.
  • Zorgen betreffende opengelaten deuren, aangelaten gas of kachels, die schade aan anderen zouden kunnen toebrengen, etc.
  • Indringende gedachten of beelden over vloeken, lastering, seks, kwaad dat iemand aangedaan wordt, etc.
  • Angst een fout te maken of zich slecht te gedragen.
  • Een drang naar precisie bij het opruimen en rangschikken.

Dit zijn maar enkele voorbeelden. Obsessies kunnen over allerlei dingen gaan. Obsessieve gedachten kunnen je angstig en ellendig maken. Men probeert normaal gesproken om deze obsessieve gedachten te negeren of te onderdrukken, bijvoorbeeld, door aan andere dingen te denken om de obsessie te 'neutraliseren'.

Wat zijn dwanghandelingen?

Dwanghandelingen (compulsies) zijn gedachten of handelingen waarbij je het gevoel hebt dat je ze moet herhalen. De dwangmatige handeling gebeurt meestal in antwoord op een obsessie. Een compulsie is een manier van omgaan met het leed of de angst die door de obsessie veroorzaakt wordt.

Een voorbeeld hiervan is elke paar minuten de handen wassen in antwoord op een obsessionele angst voor ziektekiemen. Een ander voorbeeld is het steeds controleren of de deuren op slot zijn bij een obsessie t.a.v. open deuren. Nog weer andere dwanghandelingen zijn herhaaldelijk schoonmaken, tellen, aanraken, woorden zacht uitspreken, opruimen en organiseren – en vele andere.

Hoe beïnvloedt een angststoornis je leven?

De ernst van OCS kan tussen licht ongemak en zwaar leed liggen. Je weet dat de obsessies en dwanghandelingen buitensporig of onredelijk zijn. Het is echter moeilijk of onmogelijk er weerstand aan te bieden.

OCS beïnvloedt mensen op verschillende manieren. Er zijn bijvoorbeeld mensen die uren doorbrengen met dwanghandelingen en daardoor niet aan normale activiteiten toekomen. Sommige mensen doen heimelijk steeds weer dezelfde dwanghandelingen (zoals 'rituelen'). Anderen schijnen aan normale activiteiten toe te komen, maar zijn diep ongelukkig door de steeds terug komende obsessionele gedachten.

Veel mensen met OCS zeggen niets tegen hun arts, of tegen wie dan ook, over hun symptomen. Ze zijn bang dat andere mensen zouden kunnen denken dat ze vreemd zijn.  Sommige mensen met OCS kunnen schaamtegevoelens over hun symptomen hebben, in het bijzonder als deze te maken hebben met ideeën om anderen kwaad te doen, of een seksueel aspect hebben. Om die reden raken veel mensen met OCS gedeprimeerd. Als je OCS hebt, ben je niet vreemd of gek, en de behandeling heeft vaak goede resultaten.

Wat veroorzaakt een angststoornis?

De oorzaak van OCS is niet duidelijk. Kleine veranderingen in het evenwicht van de hersenstofjes (neurotransmitters), zoals serotonine, kunnen een rol spelen. Daarom denkt men dat medicijnen kunnen helpen (zie hieronder). Andere theorieën zijn geopperd, maar (nog) zonder enig bewijs.

Wie krijgt een angststoornis?

Ongeveer 1% van de volwassen mensen in Nederland lijdt aan OCS, en ongeveer 0.25% van de kinderen. De kans op OCs is echter hoger bij mensen die eerstegraads familieleden (moeder, vader, broeder, zus, kind) met deze aandoening hebben. Het ontwikkelt zich doorgaans tussen de leeftijd van 18 en 30 jaar. Het is meestal een chronische (aanhoudende) aandoening.