Angststoornis of OCS behandeling en medicatie

Ook wel genoemd: 
Obsessief-compulsieve stoornis

Wat is de behandeling bij een angststoornis?

De gangbare behandeling voor OCS is:

  • Cognitieve gedragstherapie (CGT), of
  • Medicijnen, gewoonlijk met een SSRI’s (bepaalde typen antidepressiva), of
  • Een combinatie van CGT plus een SSRI.

Cognitieve gedragstherapie (CGT)

Wat is CGT?
CGT is een specifieke gesprekstherapie. Het is waarschijnlijk de meest effectieve behandeling bij  OCS.

Cognitieve therapie is gebaseerd op het idee dat een bepaalde manier van denken gezondheidsproblemen, zoals OCS, kan voortbrengen of voeden. De therapeut helpt je om het huidige gedachtepatroon te begrijpen, in het bijzonder 'foute' (of negatieve) ideeën of gedachten. Het dient ook om je gedachtepatroon realistischer en efficiënter te maken. Als je OCS hebt, kan het bijvoorbeeld nuttig zijn om te begrijpen dat gedachten of obsessies op zich geen kwaad doen, en dat je ze niet hoeft tegen te gaan met dwanghandelingen. De therapeut stelt manieren voor waarop je deze veranderingen in denken kunt waarmaken.

Gedragstherapie doelt erop om gedrag, wat schadelijk of nutteloos is, te veranderen, zoals bijvoorbeeld bij dwanghandelingen. De therapeut leert je ook hoe je de angst in bedrang kunt houden, wanneer je met een bepaalde gevreesde situatie geconfronteerd wordt. Hierbij worden bijvoorbeeld ademhalingstechnieken gebruikt.

Cognitieve gedragtherapie (CGT) is een mengeling van beide waarbij je voordeel kunt trekken door zowel de gedachten als het gedrag te veranderen. Dit is de meest gangbare behandeling voor OCS. Een bijzondere variant op CGT, die exposure-response therapie wordt genoemd (blootstelling en reactie daarop) wordt dan bij OCS ingezet. Laten we zeggen, dat je een dwanghandeling hebt door steeds je handen te wassen in antwoord op een obsessionele angst voor 'besmetting' met ziektekiemen. In deze situatie kan de therapeut je stapsgewijs  'bloot stellen' aan 'besmette' voorwerpen. Daarbij weerhoudt de therapeut je ervan om je dwanghandeling, die je gewoonlijk op een (dreigende) blootstelling toepast, uit te voeren (herhaaldelijk handen wassen) om je angst voor besmetting te verminderen. In plaats daarvan leert de therapeut je hoe je de angst op andere manieren de baas kunt worden, bijvoorbeeld door ademhalingstechnieken. Met de tijd zou je dus minder angstig t.a.v.  'besmetting' moeten worden en minder druk gaan voelen om je handen zo vaak te wassen.

Hoe kan ik CGT krijgen?

Je arts kan je naar een therapeut verwijzen, die in CGT getraind is. Het kan gaan om een psycholoog, psychiater, psychiatrisch verpleegkundige, of een andere gezondheidswerker. Soms zijn echter de wachtlijsten lang. Als je snel hulp nodig hebt verdient het aanbeveling om contact te leggen met de zorgverzekeraar om te kijken of deze wachtlijstbemiddeling kan verlenen.

De therapie vindt meestal wekelijks plaats, in sessies van ongeveer 50 minuten gedurende enkele weken. Soms gebeurt het in groepsverband, soms op individuele afspraak, afhankelijk van verschillende factoren zoals de ernst van het probleem. Soms vindt CGT plaats via een telefonisch gesprek met de therapeut of via internet.
Hoe efficiënt is CGT bij OCS?

Bij 75% van de mensen die een volledige serie sessies CGT hebben doorlopen treedt een aanzienlijke verbetering op. De symptomen zijn soms niet helemaal weg, maar meestal zijn de de obsessies en de dwanghandelingen veel minder problematisch geworden. Ongeveer een kwart van de mensen met OCS vindt CGT te stressvol en 'niet geschikt voor hen'. De cognitieve therapie alleen kan die mensen die de gedragstherapeutische benadering te stressvol vinden.

Doe-het-zelf CGT
CGT met hulp van een getrainde therapeut is het beste. Sommige mensen geven er echter de voorkeur aan om hun probleem zelf aan te pakken. Er is een reeks boeken en brochures beschikbaar voor zelfstudie over CGT. De laatste tijd worden er steeds meer interactieve CD’s en websites ontwikkeld om voor jezelf CGT toe te leren passen.

Deze serie artikelen bevat een andere folder,  'Obsessies en Dwanghandelingen - een zelfhulp gids'. Dit kan een goed begin zijn als je CGT op eigen kracht wilt leren toepassen.

Medicijnen om OCS te behandelen

SSRI’s (antidepressiva) – selectieve serotonine heropname remmers (re-uptake inhibitors)
Hoewel ze vaak gebruikt worden om depressie te behandelen, kunnen SSRI’s ook de symptomen van OCS verlichten, zelfs als je niet zwaarmoedig of depressief bent. Deze medicijnen werken in op de hersenstoffen (neurotransmitters), zoals serotonine, die bij de ontwikkeling van de symptomen van OCS betrokken zouden kunnen zijn. SSRI’s zijn: citalopram, fluoxetine, fluvoxamine, paroxetine, en sertraline.

NB:
SSRI’s werken niet meteen. Het duurt 2-4 weken voor hun werkzaamheid merkbaar wordt. Het kan tot 12 weken duren voor ze helemaal gaan werken. Een veel voorkomend probleem is dat sommige mensen met de medicijnen stoppen na een week of wat, als ze het gevoel hebben dat het niet helpt.  Je moet deze medicijnen wat tijd gunnen om te gaan werken. 

SSRI’s zijn geen kalmerende middelen, en werken meestal niet verslavend. De doses, die nodig zijn om OCS te behandelen, zijn vaak hoger dan de doses die noodzakelijk zijn bij de behandeling van depressie.
Als het werkt, is het gebruikelijk om SSRI’s minstens een jaar te slikken om OCS te kunnen behandelen.

En de bijwerkingen bij SSRI’s?
De meeste mensen, die een SSRI gebuiken, hebben weinig of geen bijwerkingen. De mogelijke bijwerkingen kunnen per preparaat variëren. De meest gangbare bijwerkingen zijn: diarree, misselijkheid, overgeven, en hoofdpijn. Sommige mensen ontwikkelen een gevoel van rusteloosheid en bezorgdheid (zie hierna). Seksuele problemen komen soms ook voor. Het is de moeite waard om door te gaan met de behandeling, als er in het begin lichte bijwerkingen zijn. Die gaan namelijk na een week of wat meestal vanzelf over.

De bijsluiter beschrijft een volledig overzicht van mogelijke bijwerkingen. Raadpleeg de arts als één van de bijwerkingen aanhoudt of lastig wordt. Dan kan je overstappen naar een vergelijkbaar ander preparaat, dat wellicht beter geschikt is.  Slaperigheid is een minder vaak voorkomende bijwerking bij SSRI’s, maar als je er last van hebt, vermijd dan het autorijden en de bediening van machines, als je deze medicijnen inneemt.

SSRI’s en suïcidaal gedrag
In het verleden zijn er een aantal gevallen geweest, waarbij verband is gelegd tussen het innemen van SSRI’s en zelfmoordgedachten. Onderzoeken hebben echter geen overtuigend bewijs kunnen leveren voor een dergelijk verband. 

Het is verstandig om bij gebruik van SSRI’s en het ontstaan van angsten of gejaagdheid of zelfmoordgedachten direct contact met je behandelend arts op te nemen. Deze situaties komen wel eens voor, in het bijzonder in het beginstadium van de behandeling met een SSRI, of na een verhoging van de dosis.

Werken SSRI’s verslavend?
SSRI’s zijn geen kalmerende middelen en worden niet als verslavend beschouwd (dit wordt ook wel tegengesproken en is dus omstreden. In een minderheid van de gevallen komen verschijnselen van verslaving toch wel eens voor). De meeste mensen kunnen zonder probleem met een SSRI stoppen. Aan het einde van een behandelingskuur moet je de dosis geleidelijk verminderen in ongeveer vier weken, alvorens helemaal te stoppen. Dit is omdat sommige mensen 'ontwenningsverschijnselen' ontwikkelen, als ze te abrupt met een SSRI stoppen.

Ontwenningsverschijnselen die voor kunnen komen zijn: duizeligheid, angst en rusteloosheid, slaapstoornissen, 'griepachtige’ symptomen, diarree, buikkrampen, tintelingen, stemmingswisselingen, misselijkheid en zwaarmoedigheid. Deze symptomen zijn minder waarschijnlijk als de dosis geleidelijk geminderd wordt. Als de ontwenningsverschijnselen zich toch voordoen, dan duren ze meestal korter dan twee weken duren. Het is in dat geval ook een optie om de medicijndosering weer iets op te hogen en vervolgens de dosis nog langzamer te verminderen, alvorens helemaal te stoppen.

Een paar andere punten aangaande SSRI’s en OCS
De symptomen kunnen tot 70% verbeteren als je SSRI inneemt. Hoewel de symptomen dus misschien niet helemaal weg zullen gaan, zullen ze gewoonlijk dusdanig verbeteren dat de obsessies en dwanghandelingen minder problemen geven. Dit kan een groot verschil in je levenskwaliteit uitmaken.

Bij sommige mensen komen de symptomen terug, als ze met de medicijnen stoppen. Dan is het een optie om langdurig een SSRI te blijven gebruiken. Het gebeurt minder vaak dat je een terugval krijgt na stoppen met SSRI’s als je ook een aantal sessies CGT hebt gevolgd (zie boven).

De redenen waarom de medicatie bij sommige mensen niet zo goed werkt zijn:

  • De dosis is onvoldoende hoog en moet verhoogd worden.
  • De medicijnen zijn niet lang genoeg ingenomen – en kunnen tot 12 weken nodig hebben om optimaal te gaan werken. 
  • De bijwerkingen zijn een probleem geworden en je moet misschien met de medicijnen stoppen. Raadpleeg een arts als de bijwerkingen vervelend zijn.
  • Andere medicijnen die gebruikt worden om OCS te behandelen
  • Als SSRI’s niet echt aanslaan of niet ingenomen kunnen worden, dan wordt soms een ander type antidepressivum ingezet, clomipramine (Anafranil). Dit medicijn is als een 'tricyclisch antidepressivum' geklassificeerd en was vroeger de belangrijkste behandeling bij OCS, voordat de SSRI’s beschikbaar kwamen.

CGT en SSRI’s
In een aantal situaties wordt een combinatie van CGT en een SSRI aangeraden. Bij zware OCS is deze optie waarschijnlijk beter dan één van de methoden afzonderlijk.