Baarmoederhalskanker

Ook wel genoemd: 
Cervixcarcinoom

Wat is de baarmoederhals?

De baarmoederhals of cervix (uteri) is het lagere, smalle buisvormig gedeelte van de baarmoeder dat aan één kant eindigt in de vagina. Normaal is deze afgesloten, maar tijdens de menstruatie wordt er bloed vanuit de baarmoeder door naar buiten getransporteerd. Andersom gaat sperma hierdoor naar de baarmoeder. De baarmoederhals opent zich zeer wijd tijdens de bevalling om de baby door te laten.

De binnenzijde van de baarmoederhals is bekleed met huidachtige cellen. Ook zitten er wat kleine kliertjes in het weefsel, die zorgen voor mucus (slijmachtige vloeistof) in de vagina.

Wat is kanker?

Kanker is een ziekte van de cellen in het lichaam. Het lichaam is opgebouwd uit miljoenen kleine cellen. Er zijn veel verschillende soorten cellen in het lichaam, en veel verschillende soorten kanker die ontstaan uit die verschillende soorten cellen. Wat alle vormen van kanker met elkaar gemeen hebben, is dat de kankercellen abnormaal zijn en zich ongebreideld vermenigvuldigen.

Een kwaadaardige tumor is een 'knobbeltje' of 'groei' van weefsel, bestaande uit kankercellen die zich blijven vermenigvuldigen. Kwaadaardige tumoren kunnen doorgroeien in nabijgelegen weefsels en organen. Dit kan schade veroorzaken.

Kwaadaardige tumoren kunnen zich ook verspreiden (uitzaaien) naar andere delen van het lichaam. Dit gebeurt als bepaalde cellen afbreken van de eerste (primaire) tumor en worden vervoerd via de bloedbaan of lymfekanalen naar andere delen van het lichaam. Deze kleine groepen cellen kunnen zich ook weer vermenigvuldigen om 'secundaire' tumoren (metastasen) te vormen in een of meer delen van het lichaam. Deze secundaire tumoren kunnen ook weer groeien, doorgroeien in nabijgelegen weefsels en schade aanbrengen. En ze kunnen zich ook weer uitzaaien (metastaseren).

Sommige kankers zijn ernstiger dan andere: sommige kunnen beter behandeld worden dan andere. Dit geldt vooral als de diagnose in een vroeg stadium wordt gesteld. En sommige kankers hebben betere vooruitzichten (prognose) dan andere.

Dus, kanker is niet één aandoening op zich, maar het kan verschillende vormen aannemen. In elk geval is het belangrijk om precies te weten wat voor soort kanker zich heeft ontwikkeld, hoe groot het is geworden en of het zich heeft uitgezaaid. Is dit duidelijk, dan kan worden gezocht naar betrouwbare informatie en gevraagd naar behandelingsmogelijkheden en prognose.

Wat is baarmoederhalskanker?

De twee belangrijkste ‘soorten’ baarmoederhalskanker zijn:

  • Plaveiselcelcarcinoom. DIt is de meest voorkomende. Het wordt ook wel planocellulair carcinoom (PCC) genoemd. Het ontwikkelt zich namelijk vanuit de cellen die de baarmoederhals bekleden (plaveiselcellen).
  • Adenocarcinoom. DIt komt veel minder vaak voor. Het ontwikkelt zich vanuit de cellen in de klieren in het baarmoederhalsweefsel.

Beide soorten kanker worden op dezelfde wijze geconstateerd (diagnose) en behandeld. Meestal komen ze voor bij vrouwen tussen 30 en 40 jaar; soms bij oudere, soms bij jongere  vrouwen. Onder de 25 jaar is baarmoederhalskanker zeldzaam.

Wat houdt het bevolkingsonderzoek in?

In Nederland wordt al sinds 1976 bevolkingsonderzoek gedaan, waarbij vrouwen worden onderzocht op baarmoederhalskanker. Het onderzoek is gratis, en elke vrouw tussen 30 en 60 jaar kan zich laten onderzoeken. Vrouwen tussen 30 en 60 jaar ontvangen daarvoor elke 5 jaar een uitnodiging. Het onderzoek bestaat uit het laten maken van een uitstrijkje. Daarbij worden wat cellen met slijm uit de baarmoedermond gehaald. Dit uitstrijkje wordt in een laboratorium beoordeeld door de cellen onder een microscoop te bekijken. De uitslag van de test wordt naar de huisarts gestuurd.

Soms worden bij het onderzoek tweekernige of dyskaryotische cellen aangetroffen. Dat zijn weliswaar afwijkende cellen, maar het zijn geen kankercellen. Deze afwijkende cellen worden ook wel ‘pre-kanker’cellen of dysplastische cellen genoemd. Afhankelijk van de mate van afwijking, worden ze als volgt ingedeeld:

  • Lichte celafwijkingen. Er zijn maar een paar kleine veranderingen in de cellen te zien. Dit wordt ook wel PAP II genoemd*.
  • Matige celafwijkingen (PAP IIIA).
  • Ernstige celafwijkingen (PAP IIIB). De cellen wijken hier sterk af, maar het zijn nog geen kankercellen.

* Het uitstrijkje is als onderzoeksmethode ontwikkeld door de Amerikaan George Papanicolaou. Het wordt daarom ook wel de PAP-test genoemd.

In veel gevallen zullen de cellen niet uitgroeien tot kankercellen. Soms keren ze zelfs weer terug tot ‘normaal’. Toch kunnen in de loop van vele jaren abnormale cellen alsnog uitgroeien tot kankercellen.

Ook bij een lichte afwijking kan verder onderzoek nuttig zijn. Bijvoorbeeld door al binnen een paar maanden opnieuw een uitstrijkje te laten maken. Vaak zijn de abnormale cellen dan weer normaal geworden. Blijkt dat niet het geval, dan kan worden overgegaan op een behandeling.

Bij aanwezigheid van matige of ernstige afwijkingen kan ervoor gekozen worden om deze cellen uit de baarmoederhals te verwijderen, voordat ze eventueel kunnen uitgroeien tot kankercellen.

Algemeen kan worden gesteld dat de kans op baarmoederhalskanker heel klein is, als je je maar op tijd laat onderzoeken en er bij eventuele afwijkingen snel de juiste behandeling wordt toegepast.
 

Wat zijn de oorzaken van baarmoederhalskanker?

Een tumor ontwikkelt zich uit één enkele cel. We weten nog steeds niet precies waarom zo’n cel een kankercel wordt. Er wordt aangenomen dat door een of andere oorzaak, de genen in de cel beschadigd of gewijzigd worden. Zo’n ‘afwijkende’ cel vermeerdert zich vervolgens op ongecontroleerde wijze.

Bij baarmoederhalskanker ontwikkelt de kanker zich vanuit cellen die al afwijkend zijn. Die afwijkende cellen zijn vaak al vele jaren aanwezig, voordat één ervan zich ontwikkelt tot een kankercel en zich ongecontroleerd gaat vermeerderen om uit te groeien tot een tumor. De afwijking van de cellen die hieraan voorafgaat, is vaak het resultaat van een eerdere infectie met het humaan papilloma virus (HPV).

Humaan papilloma virus (HPV) en baarmoederhalskanker

Er bestaan heel veel varianten van HPV. Met name HPV 16 en HPV 18 vormen aanleiding tot het ontstaan van baarmoederhalskanker. (Er zijn ook HPV’s die wratten veroorzaken, maar deze hebben niets te maken met baarmoederhalskanker).

HPV wordt bijna altijd via seks overgebracht. Ongeveer 80% van de vrouwen krijgt tijdens het seksueel actieve leven ooit een HPV-infectie. De kans op besmetting is groter als de vrouw of haar partner wisselende seksuele contacten heeft. Dat betekent echter niet dat als een vrouw baarmoederhalskanker krijgt dat dit komt doordat zij of haar partner 'veel wisselende contacten’ heeft gehad.

Bij sommige vrouwen zullen door HPV de cellen van de baarmoederhals worden aangetast. Die cellen zullen daardoor eerder afwijkingen gaan vertonen, en misschien na een aantal jaren uitgroeien tot kankercellen. Meestal zal binnen 2 jaar 90% van de cellen die door HPV zijn aangetast, uit het lichaam verdwenen zijn. Dit betekent dat de meeste vrouwen die besmet worden met HPV, géén baarmoederhalskanker krijgen.

Om baarmoederhalskanker te voorkomen, kunnen meisjes al op jonge leeftijd worden ingeënt. Daarvoor is het zogenaamde HPV-vaccin voorhanden. Dit vaccin is in 2009 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma voor twaalfjarige meisjes.  De meeste van die meisjes hebben op die leeftijd nog geen seksueel contact. Met de injectie worden zij beschermd tegen HPV-infectie.  Het inenten gebeurt door de GGD. De meisjes krijgen hiervoor een uitnodiging. Door het HPV-vaccin kunnen bijwerkingen optreden zoals een rode huid, jeuk en koorts. De onderzoeken naar bijwerkingen op lange termijn lopen ongeveer 6,5 jaar. Daaruit blijkt niet dat er bijwerkingen zijn op langere termijn.

Andere oorzaken

Andere zaken die het risico op baarmoederhalskanker vergroten, zijn:

  • Roken. Chemische stoffen uit de tabak komen in de bloedsomloop terecht en kunnen in het hele lichaam cellen aantasten. Rokers krijgen eerder kanker dan niet-rokers. Dat geldt ook voor baarmoederhalskanker. Roken kan de gevolgen van een HPV-virus ook versterken.
  • Een slecht werkend immuunsysteem. Mensen met AIDS of die immuun-onderdrukkende medicijnen gebruiken, lopen een hoger risico. (Werkt het immuunsysteem niet goed, dan zal het lichaam de aanval van het HPV-virus moeilijk kunnen bestrijden). De ontwikkeling van afwijkende cellen en het risico op baarmoederhalskanker neemt daardoor toe.
  • Er wordt wel een verband gelegd tussen het gebruik van de anticonceptiepil en het ontwikkelen van baarmoederhalskanker. Er zou een licht verhoogd risico zijn als je de pil langer dan 8 jaar gebruikt.