BMR-vaccinatie

Ook wel genoemd: 
3 in 1 vaccinatie

Wat betekent BMR?

BMR staat voor bof, mazelen en rodehond. Deze drie ziektes worden veroorzaakt door drie verschillende virussen. De vaccins die oorspronkelijk apart werden toegediend om te beschermen tegen bof, mazelen en rodehond, zijn sinds 1987 gecombineerd tot één vaccin: Het BMR-vaccin.
Het vaccin bevat levende, maar verzwakte virusdeeltjes van de drie genoemde ziekten. Ons afweersysteem maakt hiertegen afweerstoffen (antistoffen) waardoor iemand die gevaccineerd is de ziekte niet of in veel lichtere mate kan krijgen.

Ook als je denkt dat je kind een van deze ziektes al heeft gehad, zal BMR-vaccinatie nodig zijn.

Immuniteitsopbouw in fases

  • De eerste BMR-vaccinatie wordt toegediend als het kind 14 maanden oud is, tegelijk met de meningococcen C-vaccinatie.
  • Een tweede vaccinatie volgt op de leeftijd van 9 jaar.

De genoemde leeftijden willen niet zeggen dat BMR-vaccinatie op latere leeftijd niet meer mogelijk is. Indien noodzakelijk, kan het op elke leeftijd worden toegediend.
En er zijn meer uitzonderingen. Bijvoorbeeld: asielzoekerskinderen die voor de leeftijd van 9 maanden in Nederland komen, ontvangen op de leeftijd van 9 maanden al het BMR-vaccin (BMR-0). Ongevaccineerde kinderen die naar een land reizen waar mazelen voorkomt, kunnen vanaf de leeftijd van 6 maanden een BMR krijgen. Deze vaccinatie moet na de leeftijd van 12 maanden herhaald worden.

Zijn er bijwerkingen?

De meeste kinderen hebben helemaal geen last van een BMR-inenting. Er zijn meestal geen bijwerkingen. Als ze voorkomen, zijn ze licht en duren ze kort. De bijwerkingen beginnen pas 5 tot 12 dagen na de vaccinatie en kunnen bestaan uit:

  • 5-10% van de kinderen wordt na de eerste BMR-prik hangerig, krijgt koorts en/of huiduitslag. Dat duurt meestal 1 of 2 dagen.
  • Sommige kinderen krijgen hoge koorts en heftige huiduitslag.

Bij heel hoge koorts kunnen sommige kinderen koortsstuipen krijgen. Dat is zeldzaam.
Heel zelden komt een tekort aan bloedplaatjes voor. Dit gaat vanzelf weer over.
Zeer zelden krijgen kinderen gewrichtsklachten. Ook die gaan vanzelf weer over. Bij volwassen komen na de vaccinatie vaker gewrichtsklachten voor.

Na de tweede BMR-prik zijn er bijna nooit klachten. Oudere kinderen kunnen wel, zoals bij elke injectie, flauwvallen.

Omdat het BMR-vaccin een zgn. ‘levend’ vaccin is, mag het niet aan zwangere vrouwen worden gegeven. Vrouwen moeten tot 3 maanden na een BMR-vaccinatie voorkomen dat zij zwanger worden.

BMR en autisme

Een aantal jaren terug ontstond onrust, door de publicatie van een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift the Lancet. Daarin werd een mogelijk verband gesuggereerd  tussen de BMR-vaccinatie en het ontstaan van autisme. Naar aanleiding hiervan is veel extra wetenschappelijk onderzoek gedaan. De belangrijkste conclusie van al die onderzoeken is, dat er geen aanwijzingen zijn dat BMR-vaccinatie autisme veroorzaakt, bevordert of verergert.

Hoe ernstig zijn de ziektes waartegen BMR beschermt?

Mazelen (Rubeola)
Dit is een zeer besmettelijke ziekte, veroorzaakt door het mazelenvirus. Het begint als een zware verkoudheid, maar al snel krijgt het kind hoge koorts en huiduitslag. Het kind is zeker een week ernstig ziek, met een zware hoest en hoge koorts. Bij ongeveer 1 op de 15 kinderen kan mazelen voor bijverschijnselen zorgen.
Mazelen zijn veel ernstiger dan veel mensen denken. Het is van alle kinderziektes degene die de meeste kans geeft op encephalitis (hersenontsteking) waardoor hersenbeschadigingen kunnen ontstaan. Het kan ook gevolgen hebben als: stuipen, oorontsteking, bronchitis en longontsteking.

Sinds gevaccineerd wordt tegen mazelen worden jaarlijks toch nog enkele tientallen mazelengevallen gemeld. In de meeste gevallen waren de slachtoffers niet gevaccineerd. In Nederland laten sommige mensen zich – om religieuze of andere redenen - soms niet vaccineren. Omdat zij vaak in dezelfde streek bij elkaar wonen, zullen mazelenepidemieën ook in de toekomst blijven voorkomen.

De bof (Parotitis epidemica)
Bij deze infectie zijn de klieren rondom het hoofd, de nek en de kaken aangetast en opgezwollen. Meestal is het een lichte aandoening, maar sommige kinderen krijgen ernstige bijverschijnselen, zoals pancreatitis (ontsteking van de pancreas of alvleesklier), orchitis (een ontsteking van de zaadbal), meningitis (hersenvliesontsteking of nekkramp) en encephalitis (hersenontsteking). De bof kan ook doofheid aan een van de oren veroorzaken. Het is voor jongens en meisjes net zo gevaarlijk.
Tussen 1988 en 2003 zijn in Nederland drie sterfgevallen door bof geregistreerd. Omdat de mensen die zich niet laten vaccineren in Nederland in de meeste gevallen bij elkaar wonen, lopen zij extra risico bij een eventuele uitbraak van bof.

Rodehond (Rubella)
Meestal is dit een ‘lichte’ ziekte, met huiduitslag, een zere keel en gezwollen klieren. Krijgt een zwangere vrouw rodehond, dan kan dat echter ernstige gevolgen hebben voor het ongeboren kind. Rodehond kan bij het ongeboren kindje tot beschadigingen aan het hart, de hersenen, het gehoor en het gezichtsvermogen leiden. Ook is groeiachterstand mogelijk, een tekort aan bloedplaatjes, lever- of miltvergroting, aandoeningen van het centrale zenuwstelsel, botafwijkingen of afwijkingen aan de urinewegen. Deze aandoeningen zijn bekend onder de naam congenitaal (aangeboren) rubellasyndroom (CRS). Hoe vroeger in de zwangerschap de aanstaande moeder besmet raakt, hoe ernstiger meestal de orgaanbeschadigingen.  Dat komt omdat in het begin van de zwangerschap bij het kindje de organen nog in aanleg zijn en het rodehondvirus die aanleg kan verstoren. De infectie kan ook leiden tot een miskraam.

Rijksvaccinatieprogramma

De BMR-vaccinatie is sinds 1987 als gecombineerd vaccin opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Meer informatie hierover op: www.rivm.nl/rvp