Bof

Wat zijn de gebruikelijke verschijnselen bij bof?

  • Belangrijkste verschijnsel is zwelling en pijn aan een of beide oorspeekselklieren. Deze klieren zitten vlak onder het oor en kunnen normaal gesproken niet gevoeld of gezien worden.
  • De mond voelt droog aan.
  • Kauwen en slikken doet zeer.
  • Er treedt koorts op, gecombineerd met hoofdpijn, een moe gevoel en geen zin om te eten.
  • Soms een lichte buikpijn.

De zwelling van de speekselklieren duurt meestal 4 tot 8 dagen. Over het algemeen is bof een milde ziekte. Soms kunnen echter complicaties optreden. Het is daarom belangrijk om ervoor te zorgen dat er tegen wordt ingeënt.

Aangenomen wordt dat 30% van de mensen bof doormaakt zonder daar klachten van te hebben (dus zonder het te merken). Heel zelden treden complicaties op zonder dat eerst verschijnselen van de bof zichtbaar zijn geweest.
Tijdens de besmetting zal het immuunsysteem antistoffen maken. Die verwijderen het virus en zorgen ervoor dat dit virus je leven lang geen kans meer maakt.

Wat zijn de mogelijke complicaties van bof?

  • Soms worden de testikels (teelballen) aangetast. Een van de twee teelballen kan ontstoken raken, opzwellen en een paar dagen pijn doen. Dat komt bij kleine kinderen weinig voor. Bij 25% van de jongens en mannen boven de 12 jaar is het echter wel een complicatie van bof. Heel soms zijn beide teelballen ontstoken. Het kan in zeldzame gevallen zorgen voor onvruchtbaarheid.
  • Hersenontsteking of hersenvliesontsteking (encefalitis of meningitis) is een zeldzaam bijverschijnsel. Het zorgt met name voor duizeligheid, hoofdpijn, een stijve nek, last van fel licht en moeten overgeven. Hoewel zeer ernstig, verdwijnt meningitis door bof al na een paar dagen, zonder problemen op lange termijn (zelden ontstaat wel doofheid aan één oor).
  • Zeldzame bijverschijnselen zijn ook: ontsteking van de alvleesklier, het hart of andere organen.
    Bof in de eerste 12 tot 16 weken van de zwangerschap kan leiden tot een miskraam. (Bof wordt overigens niet gezien als veroorzaker van mogelijke aangeboren afwijkingen bij de ongeboren baby).

Hoe wordt bof behandeld?

  • Er is geen medicijn dat het bofvirus doodt. Behandeling zal alleen de verschijnselen verminderen, totdat het immuunsysteem het virus heeft opgeruimd.
  • Er is geen behandeling nodig als de verschijnselen slechts mild zijn.
  • Koorts en pijn kunnen bestreden worden met Paracetamol. Als alternatief kan Ibuprofen gebruikt worden.
  • Houd kinderen koel als ze koorts hebben. Geef veel te drinken, vooral als kinderen koorts hebben. Het beste gewoon water. Fruitsappen zullen de aanmaak van speeksel versterken en – daardoor – meer pijn veroorzaken.
  • Een warme doek tegen de gezwollen klieren kan de pijn verlichten.

Wanneer naar de dokter gaan?

De meeste kinderen herstellen binnen 7 tot 10 dagen. Ga naar de dokter als je denkt dat een van de complicaties optreedt of je kind in plaats van op te knappen steeds zieker wordt.

Moeten mensen met bof apart gehouden worden?

Ja. Bof is heel besmettelijk. Het wordt doorgegeven door hoesten en niezen. Het duurt zo’n 14 tot 21 dagen nadat je besmet bent, voordat de verschijnselen zichtbaar worden. Eenmaal besmet, ben je vanaf zes dagen vóór, tot 5 dagen nádat de klieren opzwellen, besmettelijk voor anderen. Vermijd in die periode alle contact met anderen.
Kinderen die ingeënt zijn tegen bof zullen vrijwel nooit besmet raken. De vaccinatie is echter niet 100% zeker. Houd een kind met bof daarom thuis van school, zodat andere kinderen niet besmet raken. Thuis houden, tot 5 dagen nadat de zwelling is verdwenen.

Vaccinatie

Sinds 1987 zit bofvaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma als onderdeel van het BMR-vaccin.

De eerste BMR-vaccinatie wordt toegediend als het kind 14 maanden oud is, tegelijk met de meningococcen C-vaccinatie.

Een tweede vaccinatie volgt op de leeftijd van 9 jaar.

De genoemde leeftijden willen niet zeggen dat BMR-vaccinatie op latere leeftijd niet meer mogelijk is. Indien noodzakelijk, kan het op elke leeftijd worden toegediend.

En er zijn meer uitzonderingen. Bijvoorbeeld: asielzoekerskinderen die voor de leeftijd van 9 maanden in Nederland komen, ontvangen op de leeftijd van 9 maanden al het BMR-vaccin (BMR-0). Ongevaccineerde kinderen die naar een land reizen waar mazelen voorkomt, kunnen vanaf de leeftijd van 6 maanden een BMR krijgen. Deze vaccinatie moet na de leeftijd van 12 maanden herhaald worden.