Carpaal Tunnel Syndroom

Ook wel genoemd: 
CTS

Wat is de carpale tunnel?

In de pols zitten 8 kleine botjes: de carpale beenderen. Een bindweefselband (retinaculum) loopt over de pols. Tussen deze bindweefselband (gewrichtsband) en de carpale beenderen is een nauwe ruimte, die de carpale tunnel wordt genoemd. Hierdoor lopen onder andere de buigpezen die de spieren in de onderarm met de vingers verbinden. Ook de middelste handzenuw loopt door de tunnel, voordat hij zich uitsplitst in allerlei vertakkingen in de handpalm.
De middelste handzenuw geeft gevoel aan de duim, de wijsvinger, de middelvinger en de helft van de ringvinger. Hij zorgt ook voor de beweging van de kleine spieren aan de basis van de duim.

Wat is het carpaal tunnel syndroom (CTS)?

We spreken over het carpaal tunnel syndroom bij een aantal verschijnselen die zich voordoen als de middelste handzenuw beklemd raakt in de carpale tunnel. Ongeveer 1 op de 100 mensen krijgt in zijn/haar leven te maken met CTS. Meestal in de leeftijd tussen 40 en 50 jaar, maar het kan op elke leeftijd ontstaan. Vrouwen hebben er 2 tot 3 keer meer last van dan mannen. Het is ook een veelvoorkomend verschijnsel tijdens de zwangerschap (dan gaat het overigens ná de bevalling vaak weer over).

Is onderzoek nodig?

Meestal zijn de verschijnselen zó duidelijk, dat verder onderzoek niet nodig is. Bij twijfel kan een test worden uitgevoerd, waarbij de snelheid wordt gemeten waarmee de zenuw een signaal doorgeeft door de carpale tunnel. Deze test heet een Electro Myogram (EMG). Worden de signalen langzamer doorgegeven dan normaal in de middelste handzenuw, dan is dat meestal het bewijs voor CTS.