Cholesterol behandeling en medicatie

Welke behandelingen zijn beschikbaar om het risico te verminderen?

Maatregel bij iedere vorm van een afwijkend vetgehalte in het bloed is een wijziging in de voedingswijze. Daarnaast kan met medicijnen behandeld worden.

Kan een dieet mijn cholesterolgehalte verlagen?

Een dieet helpt reeds na korte tijd. Bij veel personen met een matig verhoogd cholesterol- en/of triglyceridengehalte zullen dieetmaatregelen afdoende zijn. Wanneer door de arts besloten wordt tot een behandeling met geneesmiddelen, verandert dit niets aan de noodzaak om met het vet- en cholesterolarme dieet door te gaan.

Het voedingsadvies bij een hypercholesterolemie is sterk afhankelijk van de soort hypercholesterolemie, het lipidenprofiel en de `offers' die men bereid is te brengen. Grofweg komt het op het volgende neer:

  • Kies zoveel mogelijk magere of halfvolle producten.
  • Bak en braad in een goede olie of een margarine met veel meervoudig onverzadigd vet.
  • Besmeer de boterham met een dieetmargarine of dieethalvarine.
  • Maak sla of rauwkost aan met olijfolie of arachideolie.
  • Gebruik niet te veel snacks en andere hartige tussendoortjes, gebak, cake en dergelijke.

Hoe groter de verlaging (in procenten), hoe sneller het risico terugloopt. Bij gelijktijdige verhoging van het HDL-cholesterol neemt het risico nog sneller af. Verlaging van het cholesterolgehalte stopt het proces van aderverkalking of kan het zelfs doen omkeren.

De allereerste maatregel bij iedere vorm van een afwijkend vetgehalte van het bloed is een wijziging in de voedingswijze. Bij veel personen met een matig verhoogd cholesterol- en/of triglyceridengehalte zullen dieetmaatregelen voldoende zijn om het afwijkende vetgehalte te normaliseren. Wanneer door de arts besloten wordt tot een behandeling met geneesmiddelen, verandert dit niets aan de noodzaak om met het vet- en cholesterolarme dieet door te gaan.

Mensen die problemen hebben met het volhouden van een dieet kunnen zich door een diëtiste laten begeleiden. In dit verband is het regelmatig laten bepalen van het lipidenprofiel van belang. Bij een te hoog cholesterolgehalte van het bloed als gevolg van één of andere ziekte (secundaire vetstofwisselingsstoornis) kan het best de desbetreffende onderliggende ziekte behandeld worden. Dit zal in vrijwel alle gevallen leiden tot een normaal lipidenprofiel. Wanneer de behandeling niet of onvoldoende aanslaat en daarmee afwijkingen blijven bestaan, kan het verhoogde cholesterolgehalte alsnog met geneesmiddelen en dieet behandeld worden. Ook in die situatie zijn dieetmaatregelen de eerst aangewezen therapie.

In het algemeen zal een vet- en cholesterolarm dieet na korte tijd een daling van het totale cholesterolgehalte geven van 10 tot 15%. Verschillende onderzoeken met patiënten met een verhoogd cholesterolgehalte hebben laten zien dat aanpassing van voeding in de zin van een cholesterolverlagend dieet een gunstige invloed kan hebben op het risico voor hart- en vaatziekten. Ten aanzien van de voedingsmaatregelen bij een hypercholesterolemie zijn landelijke afspraken gemaakt die losstaan van de Cholesterol Consensus. Indien het cholesterolgehalte onder de 6,5 mmol/l ligt, wordt het voedingsadvies gebaseerd op de Richtlijnen Goede Voeding. Bij een waarde hoger dan 6,5 mmol/l zal het voedingsadvies aangescherpt moeten worden en wordt dan ook een cholesterolverlagend dieet voorgeschreven, eventueel in combinatie met medicijnen. Bij de samenstelling van het dieet wordt altijd rekening gehouden met de persoonlijke situatie en voedingsvoorkeur van de patiënt.

Wat is goede voeding?

1. Eet gevarieerd
Gebruik niet steeds dezelfde producten. Zorg voor afwisseling om zodoende alle voedingsstoffen voldoende binnen te krijgen. Goede voeding is nooit gegarandeerd wanneer de voeding eenzijdig is.

2. Wees matig met vet
Te veel vet, en met name verzadigd vet, verhoogt het cholesterolgehalte. Het vervangen van verzadigd vet door onverzadigd vet heeft een gunstige werking op het cholesterolgehalte. Dit kan door bijvoorbeeld roomboter te vervangen door dieetmargarine, dieethalvarine of olie. Magere producten zijn natuurlijk altijd beter dan vette of volle producten. Achterham en rosbief zijn minder vet dan schouderham en cervelaatworst.

3. Eet volop zetmeel en voedingsvezels
Brood, aardappelen en pasta's bevatten veel zetmeel en zijn energierijk. Het is beter de energie uit zetmeel te halen dan uit vet. Voedingsvezels geven snel een verzadigd gevoel, verteren niet en zorgen voor een goede werking van de darmen. In peulvruchten, groente en fruit zitten veel vezels.

4. Vermijd te veel suiker
Neem liever geen suiker in koffie en thee en beperk het gebruik van suikerrijke producten zoals frisdrank, koek, gebak en snoep. Neem naast de gewone maaltijden maximaal vier keer iets tussendoor.

5. Wees zuinig met zout
Gebruik minder zout bij het koken. Gebruik minder kant-en-klare soepen, sauzen, ketjap, bouillonblokjes enz. Met kruiden kunt u het eten op smaak brengen. Eet minder zoutjes en snacks. Zout komt van nature voor in bijna alle voedingsmiddelen. Ook bij warm weer is extra zout overbodig.

6. Gebruik dagelijks minimaal 1,5 liter vocht
Voldoende vocht (koffie, thee, water, soep en dergelijke) is een belangrijk onderdeel van een goede voeding. Goed drinken is ook belangrijk voor het verkrijgen van een goede stoelgang. Alcoholgebruik dient beperkt te worden tot 1 à 2 glazen per dag. Een glas bier, wijn of jenever bevat ongeveer dezelfde hoeveelheid alcohol.

7. Zorg voor een goed lichaamsgewicht
Het belang van een goed lichaamsgewicht is al ter sprake gekomen. Dus: minder eten, minder vet eten, meer bewegen.

8. Voorkom voedselvergiftiging door een goede hygiëne
De grootste onveiligheid met betrekking tot de voeding wordt op dit moment gevormd door ziekteverwekkende bacteriën, die bij de bereiding in het voedsel terechtkomen. Hygiënisch bereiden en bewaren van voedsel is dus belangrijk.

9. Houd rekening met de aanwezigheid van schadelijke stoffen
Nitraatrijke bladgroenten zoals spinazie, andijvie en postelein kan men beter niet dagelijks gebruiken. Hetzelfde geldt voor orgaanvlees en zoetwatervis, waarin vaak verontreinigende stoffen (nitriet, nitraat, zware metalen en giftige koolwaterstoffen) zitten. Daarnaast kunnen toevoegingen aan voedsel, zoals kleur- en smaakstoffen, overgevoeligheidsreacties veroorzaken.

10. Lees wat er op de verpakking staat
Het etiket bevat vaak belangrijke informatie voor het maken van een bewuste voedselkeuze. Op het etiket zijn de ingrediënten in volgorde van belangrijkheid vermeld. Ook geeft het etiket informatie over het bewaren en de houdbaarheid en over allerlei toevoegingen aan het product. Aanpassing van andere leefstijlfactoren is ook aan te bevelen:

  • Stoppen met roken
  • Regelmatig bewegen
  • Alcoholgebruik matigen

Behandeling met medicijnen

Bij de behandeling van een afwijkend lipidengehalte van het bloed komen geneesmiddelen pas in aanmerking wanneer het effect van het dieet op het lipidengehalte onvoldoende is. Dat betekent echter niet dat de medicijnen de plaats van het dieet innemen. Het dieet dient tijdens het gebruik van deze middelen dus gewoon te worden voortgezet. Het dieet vormt in feite een goede en noodzakelijke basis voor de juiste werking van de medicijnen. Uit ervaring weten we dat de reactie op een dieet bij mensen met een erfelijke vetstofwisselingsstoornis meestal onvoldoende is. Een daling van het cholesterolgehalte met ongeveer 15% is bij deze patiënten veelal het maximum. Aan hen bij wie een erfelijk cholesterolprobleem is geconstateerd, of mensen die reeds hart- en vaatziekten hebben, worden direct geneesmiddelen voorgeschreven.

Tot nu toe is er nog geen permanente genezing van ernstige hypercholesterolemie mogelijk. Aderverkalking is echter een langzaam proces, eerder een kwestie van tientallen jaren dan van maanden of enkele jaren. Daarom is het mogelijk het een en ander te proberen om erachter te komen wat het meest effectieve en bestverdragen geneesmiddel is. Het verlagen van de dosis of het tijdelijk stoppen van de medicatie levert geen enkel gevaar op. De  beslissing voor medicamenteuze behandeling wordt onder meer gebaseerd op richtlijnen volgens de Cholesterol Consensus 1998. Er bestaan vier verschillende typen lipidenverlagende middelen. Sommige hebben voornamelijk invloed op het cholesterolgehalte, andere hebben meer invloed op het triglyceridengehalte en weer andere op beide gehaltes. Hieronder volgt een beschrijving van de geneesmiddelen die op dit moment kunnen worden voorgeschreven, hun werking en het gebruik ervan.

Cholesterolsyntheseremmers
Het grootste deel van het cholesterol in het lichaam wordt door het lichaam zelf, vooral in de lever, gemaakt. Cholesterolsyntheseremmers, ook wel HMG-COA-reductaseremmers genoemd, remmen deze aanmaak. Bij de vorming van cholesterol in de lever is het enzym HMG-CoA-reductase nodig. Door de werking van dit eiwit tegen te gaan, wordt er in de lever minder cholesterol gemaakt. Het tekort aan cholesterol dat hierdoor ontstaat, stimuleert de lever tot een grotere opname van cholesterol uit het bloed, zodat het cholesterolgehalte van het bloed daalt. Hierbij treedt tevens een lichte stijging op van het HDL-cholesterolgehalte en in sommige gevallen een daling van het triglyceridengehalte door een nog grotendeels onbekend mechanisme. Tot de cholesterolsyntheseremmers behoren: simvastatine (Zocor), pravastatine (Selektine en Pravasine), fluvastatine (Lescol en Canef), atorvastatine (Lipitor) en rosovastatine (Crestor). Hoewel deze cholesterolsyntheseremmers of 'statines' op vergelijkbare wijze werken, lopen de individuele eigenschappen en doseringen enigszins uiteen. De statines zijn hierdoor vrij breed inzetbaar. De gemiddelde daling van het totaal-cholesterolgehalte is bij maximale dosering van een cholesterolsyntheseremmer 20 tot 45%. Het LDL-cholesterolgehalte kan met 25-60% dalen.

Vetabsorptieremmers
Recentelijk is de vetabsorptieremmer orlistat (Xenical) verkrijgbaar. Dit middel gaat de opname van vetten door de darm tegen. Door remming van vetsplitsende enzymen in maag en darm worden vetten niet afgebroken tot triglyceriden, die dus ook niet opgenomen kunnen worden. Het middel wordt in eerste instantie gebruikt voor de behandeling van overgewicht, maar kan indirect ook het cholesterolgehalte verlagen omdat er minder vet (of triglyceriden) aan de lever worden aangeboden. Orlistat moet gebruikt worden in combinatie met een caloriearm dieet.