Chronisch nierlijden diagnose

Ook wel genoemd: 
Chronische nierinsufficiëntie

Wat is de diagnose van chronisch nierlijden?

Zoals gezegd, de GFR-test wordt gedaan om een diagnose te stellen en om de voortgang en de ernst van chronisch nierlijden in de gaten te houden. Bijvoorbeeld hij moet routinematig ten minste eenmaal per jaar worden gedaan bij mensen met fase 1 en 2 van chronisch nierlijden, en vaker bij fase 3, 4 of 5 van chronisch nierlijden.

Regelmatig wordt je urine door middel van een ‘stickje’ gecontroleerd op bloed en/of eiwit in de urine. Ook bloedonderzoek kan van tijd tot tijd worden gedaan om de hoeveelheden natrium, kalium, calcium en fosfaat te controleren.

De behoefte aan ander onderzoek is afhankelijk van verschillende factoren en waarover je arts je uitleg kan geven. Bijvoorbeeld:

  • Een echografie van de nieren of een nierbiopsie kan worden geadviseerd als verdenking op bepaalde nieraandoeningen bestaat. Bijvoorbeeld als je veel eiwit of bloed in je urine hebt, als je pijn hebt in je nieren, als aan nierontsteking wordt gedacht enz.
  • Een scan of een biopsie is niet nodig in de meeste gevallen. Dit is omdat de meeste mensen met chronisch nierlijden een bekende oorzaak hebben voor de verminderde nierfunctie zoals een complicatie van diabetes, hoge bloeddruk, of veroudering.
  • Als chronisch nierlijden vordert naar fase 3 of slechter dan kunnen andere onderzoeken worden gedaan. Bijvoorbeeld bloedonderzoek op bloedarmoede of controle van het niveau van het parathyroidhormoon (kortweg: parathormoon of PTH). PTH is betrokken bij de controle van de verhouding calcium en fosfaat in het bloed.