Behandeling CLL

Ook wel genoemd: 
CLL

Behandelingen bij chronische lymfatische leukemie?

De behandeling in stadium A (vroege behandeling)
Veel mensen met CLL in Stadium A hebben geen behandeling nodig. Dat komt, omdat de ziekte op dat moment geen klachten geeft en ook weinig kwaad kan. In veel gevallen zal het ziekteproces zich slechts heel langzaam ontwikkelen en zal er ook nooit behandeling nodig zijn. Vaak zal de behandeling meer klachten opleveren dan de ziekte zelf.
Behandeling kan wel nodig zijn als de ziekte zich sneller gaat uitbreiden. De dokter zal dit in de gaten houden en je eventueel adviseren. Het is daarom belangrijk om te laten testen of stadium A niet is veranderd in stadium B of C. Is dat wel het geval dan is behandeling wel nodig.

De behandeling in stadium B en C (latere behandeling)
De bedoeling van de behandelingen in deze fasen is het vernietigen van afwijkende cellen. Daardoor moet het beenmerg weer normaal gaan werken. Voornaamste behandelmethode is chemotherapie. Soms worden ook andere behandelingen toegepast.

Chemotherapie is een behandeling, waarbij met chemische medicijnen wordt geprobeerd de kanker- (leukemie-)cellen te vernietigen of het vermeerderen te stoppen. (Lees ook het artikel: ‘’Chemotherapie’).
Bij CLL worden voor de chemotherapie vaak pillen gebruikt. Je moet die dan dagelijks innemen. Soms wordt gekozen voor injecties.

Behandeling met monoclonale antilichamen is redelijk nieuw en wordt soms toegepast bij CLL (bijvoorbeeld producten als alemtuzumab en rituximab). Monoclonale antilichamen zijn ‘kunstmatige eiwitten’. Zij binden zich aan  'kankereiwitten' waardoor deze weer herkenbaar worden voor het afweersysteem. Dat zal de kankercellen vervolgens vernietigen. De antilichamen kunnen ook de groei van kankercellen tegenhouden.

Monoclonale antilichamen kunnen toegepast worden in combinatie met chemotherapie.
Met bestraling kunnen vergrootte klieren of een vergrootte milt worden behandeld en verkleind.
Soms worden corticosteroïde medicijnen als extra behandeling gegeven. Ze ondersteunen soms de werking van de chemotherapie. Corticosteroïden helpen ook om de hierboven beschreven problemen van eventueel optredende auto-immuunziektes te bestrijden.

Deze behandelingen zullen CLL niet genezen. Ze helpen wel om ervoor te zorgen dat je zo normaal mogelijk (zonder klachten) kunt doorleven. Daarvoor wordt het aantal afwijkende lymfatische cellen zo laag mogelijk gehouden, zodat je beenmerg zo goed mogelijk kan werken.

Stamceltransplantatie
Een stamceltransplantatie (vaak ook beenmergtransplantatie genoemd) wordt soms toegepast bij jongere patiënten, bij wie de ziekte zich snel ontwikkelt. Het moet begeleid worden met heel sterke chemotherapie. Een stamceltransplantatie kan CLL genezen, als de getransplanteerde stamcellen het voor elkaar krijgen om normale lymfatische cellen te produceren. Lees ook het artikel: ‘Stamceltransplantatie’.

Ondersteunende behandelingen
Soms worden medicijnen voorgeschreven om complicaties als (schimmel)infecties te onderdrukken. Meestal worden antibiotica toegediend. Ook een bloedtransfusie kan nodig zijn om het aantal rode bloedlichaampjes en bloedplaatsjes op een hoger niveau te brengen.