Diabetische Nefropathie

Wat is diabetische nefropathie?

Diabetische nefropathie is een complicatie die voorkomt bij sommige mensen met diabetes. Bij deze aandoening raken de filters van de nieren, de glomeruli, beschadigd. Daardoor lekken er abnormale hoeveelheden eiwitten uit het bloed in de urine. Het belangrijkste eiwit dat op die manier in de urine terechtkomt is albumine. In normale gezonde nieren bevindt zich slechts een kleine hoeveelheid (minimaal) van dit eiwit in de urine. Een verhoogde albuminespiegel in de urine is meestal het eerste teken dat de nieren door diabetes zijn beschadigd.

Diabetische nefropathie is verdeeld in twee hoofdcategorieën, afhankelijk van de hoeveelheid albumine die via de nieren verloren gaat:

  • Microalbuminurie. Dit is wanneer de hoeveelheid albumine die in de urine terechtkomt tussen 30 en 300 mg per dag is. Dit wordt ook wel beginnende nefropathie genoemd.
  • Proteïnurie. Dit is wanneer de hoeveelheid albumine die in de urine terechtkomt meer is dan 300 mg per dag. Het wordt soms ook macroalbuminurie of ‘echte’ nefropathie genoemd.

Hoe ontstaat diabetische nefropathie en hoe ontwikkelt deze zich verder?

Een verhoogde bloedsuikerspiegel kan leiden tot een verhoging van het niveau van bepaalde stoffen in de nieren. Deze stoffen maken de glomeruli poreuzer (meer doorlaatbaar), waardoor er meer albumine in de urine terecht kan komen. Bovendien kan de verhoogde bloedsuikerspiegel ervoor zorgen dat sommige eiwitten in de glomeruli samenklonteren. Deze ophopingen kunnen littekens veroorzaken. Dit proces heet glomerulosclerose. Het ontwikkelt zich in de regel in de loop van een aantal jaren en komt lang niet bij iedereen met diabetes voor.

Naarmate de aandoening erger wordt, wordt gezond weefsel gaandeweg vervangen door littekenweefsel. Daardoor doen de nieren minder goed hun werk en wordt het bloed steeds minder goed gefilterd. Dit kan uiteindelijk leiden tot nierfalen.

Microalbuminurie is meestal het eerste teken van diabetische nefropathie. De aandoening kan in de loop van een aantal maanden of jaren verdwijnen (met name na behandeling – zie hieronder), of het kan op hetzelfde niveau blijven, of zich ontwikkelen tot proteïnurie.
Proteïnurie is onomkeerbaar. In de regel is het het begin van een langzame afname in nierfunctie en zal het uiteindelijk leiden tot nierfalen.

Hoe vaak komt diabetische nefropathie voor?

Bij mensen met type 1 diabetes

Microalbuminurie en proteïnurie worden zelden vastgesteld als dit type diabetes voor het eerst wordt vastgesteld. Na vijf jaar komt microalbuminurie bij zo’n 15% van de type 1 diabetici voor, en na dertig jaar bij zo’n 40 tot 50%. Bij sommige mensen ontwikkelt de aandoening zich tot proteïnurie en nierfalen.

Bij mensen met type 2 diabetes

Bij rond de 12% van de mensen bij wie voor het eerst dit type diabetes wordt geconstateerd wordt ook microalbuminurie vastgesteld, en 2% heeft dan al een proteïnurie. Dit komt niet omdat deze aandoeningen meteen optreden bij type 2 diabetes, maar omdat bij veel mensen met dit type diabetes de diagnose pas na geruime tijd wordt gesteld. Van degenen die nog geen nierziekte hebben op het moment dat diabetes wordt geconstateerd, krijgt binnen vijf jaar 15% microalbuminurie, en zo’n 5% proteïnurie.
Diabetische nefropathie komt veel meer voor bij aziatische en zwarte mensen met diabetes dan bij blanke mensen.

Hoe wordt diabetische nefropathie vastgesteld en beoordeeld?

Diabetische nefropathie wordt vastgesteld op basis van de hoeveelheid albumine in de urine en de constatering dat er geen andere mogelijke oorzaak is. Urineonderzoek is een vast onderdeel van het standaard onderzoek dat periodiek wordt aangeboden aan mensen met diabetes. Urineonderzoek meet de hoeveelheid albumine in de urine.
Een bloedonderzoek kan uitwijzen hoe goed de nieren functioneren. Het onderzoek meet een stof genaamd creatinine, een afvalstof van spieren die normaal door de nieren uit het bloed wordt gefilterd. Als je nieren niet goed werken dan stijgt de hoeveelheid creatinine in je bloed. Factoren die een rol spelen om vast te stellen hoe goed je nieren werken zijn de hoeveelheid creatinine, je geslacht en je leeftijd. De waarde die hier uitkomt staat bekend als de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (gGFR).

Wat verhoogt de kans op diabetische nefropathie?

Iedereen met diabetes loopt kans op diabetische nefropathie. Uitgebreid onderzoek heeft echter aangetoond dat er bepaalde factoren zijn die de kans op deze aandoening verhogen:

Bij mensen met type 1 diabetes is de kans groter:

  • Als de bloedsuikerspiegel niet goed onder controle is. (Hoe hoger de HbA1c is, des te groter het risico.)
  • Hoe langer je diabetes hebt.
  • Hoe groter je overgewicht is.
  • Als je man bent.

Bij mensen met type 2 diabetes is de kans groter:

  • Als de bloedsuikerspiegel niet goed onder controle is. (Hoe hoger de HbA1c is, des te groter het risico.)
  • Hoe langer je diabetes hebt.
  • Hoe groter je overgewicht is.
  • Als je een hoge bloeddruk hebt. Hoe hoger de bloeddruk, des te groter het risico.
  • Als je man bent.

Een goede controle (dat wil zeggen ‘gezonde’ waarden die zoveel mogelijk stabiel blijven) van je bloedsuikerspiegel, van je gewicht en van je bloeddruk (met name als je type 2 diabetes hebt) verkleint dus de kans dat je diabetische nefropathie krijgt.

Als je een vroege vorm van diabetische nefropathie (mircoalbuminurie) hebt, dan wordt de kans dat de aandoening erger wordt groter indien:

  • de bloedsuikerspiegel niet goed onder controle is. (Hoe hoger de HbA1c is, des te groter het risico.)
  • je een hoge bloeddruk hebt. Hoe hoger de bloeddruk, des te groter het risico.
  • je rookt.
  • je een eiwitrijk dieet gebruikt in geval van type 1 diabetes.