Diepe veneuze trombose

Ook wel genoemd: 
DVT

Wat is diepe veneuze trombose?

DVT is een bloedstolsel dat zich in een diepe beenader vormt. Aderen (venen) zijn bloedvaten die bloed terug naar het hart voeren.

Diepe beenaderen zijn de grote aderen die door de spieren van dijen en kuit lopen. (Het zijn niet de aderen die direct onder de huid zichtbaar zijn.) Als je een DVT hebt, dan is de bloeddoorstroming door de ader geheel of gedeeltelijk geblokkeerd, afhankelijk in hoeverre het stolsel de hele ruimte van het vat inneemt.

De kuitader is een plek waar DVT’s veel voorkomen. Aderen in de dijbenen worden minder vaak getroffen. In zeldzame gevallen komen DVT’s ook elders in het lichaam voor.

Waar vormen bloedstolsels zich in de beenvaten?

Bloed stroomt normaal snel door onze aderen heen, en normaal ontstaan er geen stolsels. De bloedsomloop in onze benen wordt geholpen door beweging, omdat de spieractiviteit de aderen samenperst. Soms komt een DVT voor zonder aanwijsbare reden. De volgende factoren verhogen echter de kans op een DVT:

  • Immobiliteit, die ervoor zorgt dat het bloed minder snel door de beenaderen stroomt. Langzaam stromend bloed stolt eerder dan snel stromend bloed.
    • Een operatie die langer dan 30 minuten duurt is de meest voorkomende oorzaak van DVT. Als je onder verdoving bent, liggen je benen stil, waardoor de bloedsomloop in je benen zeer langzaam wordt.
    • Ziektes of kwetsuren die immobiliteit veroorzaken verhogen het risico.
    • Lange reizen per trein, vliegtuig, etc. kunnen het risico enigszins verhogen.
  • Beschadiging aan de binnenkant van de ader vergroot het risico op bloedstolsels. Zo kan een DVT de binnenwand van een ader beschadigen, wat inhoudt dat als je eenmaal een DVT hebt gehad, het risico op herhaling in de toekomst groter is. Sommige aandoeningen, zoals vasculitis (ontsteking van de vaatwand) en medicijnen (zoals sommige chemotherapiemedicijnen) kunnen de vaatwand beschadingen en het risico op een DVT verhogen.
  • Aandoeningen die ervoor zorgen dat het bloed sneller stolt dan normaal (trombofilie) kunnen het risico verhogen. Sommige aandoeningen zorgen ervoor dat het bloed makkelijker stolt. Bijvoorbeeld nefrotisch syndroom of een antifosfolipidensyndroom (verworven stollingsneiging door de vorming van auto-antistoffen tegen fosfolipiden). Sommige zeldzame erfelijke aandoeningen, zoals factor V Leiden, hebben hetzelfde effect.
  • De pil en hormoonvervangende therapie (HRT = hormon ereplacement therapy) die oestrogeen bevatten kunnen ervoor zorgen dat het bloed sneller stolt. Vrouwen die de pil of HRT gebruiken hebben een enigszins verhoogd risico op stolselvorming.
  • Mensen met kanker of hartfalen lopen een groter risico.
  • Oudere mensen lopen meer kans op een DVT, met name als ze minder mobiel zijn of een ernstige aandoening hebben, zoals kanker.
  • Zwangerschap verhoogt het risico. Ongeveer 0,5 tot 2 per 1000 zwangere vrouwen ontwikkelen een DVT tijdens of tot zes maanden na de zwangerschap.
  • Overgewicht verhoogt het risico ook.
  • Mannen lopen een grotere kans op een DVT dan vrouwen.
  • Drugsgebruikers die de drugs rechtstreeks in de aderen spuiten lopen een verhoogd risico, met name als ze de drugs in de lies- of beenaderen spuiten.

Hoe vaak komt DVT voor?

Naar schatting komt DVT Jaarlijks bij 2-4 op 1000 Nederlanders voor.

Wat zijn de symptomen van een diepe veneuze trombose?

Een DVT vormt zich in de regel in een diepe ader in het onderbeen (onder de knie) in de kuit. De karakteristieke symptomen zijn pijn, gevoeligheid en een verdikking van de kuit. Bloed dat normaal door de ader zou worden gepompt wordt nu omgeleid naar andere veneuze vaten. De kuit kan warm worden en rood. Soms zijn er geen symptomen en wordt DVT pas vastgesteld als er complicaties zijn, zoals een longembolie (zie hieronder).

Samenvatting

  • De belangrijkste oorzaak van DVT is immobiliteit – meestal tijdens/na operaties, maar ook door chronische ziekten met beperkingen in de beweeglijkheid of lange reizen zonder mogelijkheid om ‘de benen te strekken’.
  • De ernstigste complicatie van DVT is een longembolie, waarbij een deel van de bloedprop in de longen terecht komt en daar vastloopt.
  • Aanhoudend kuitklachten kunnen na een DVT optreden.
  • Met behandeling is het risico van deze twee complicaties een stuk minder.
  • Mogelijke behandelingen zijn antistollingsmiddelen, steunkousen, het been omhoog leggen en actief blijven.
  • Als je een verhoogd risico op DVT hebt, dan is voorkomen ervan belangrijk.