Epilepsie – kan het epilepsie zijn?

Wat is een epileptische aanval?

Een epileptische aanval is een korte episode van symptomen die worden veroorzaakt door abnormale elektrische activiteit in de hersenen. Een aanval duurt in de regel tussen een paar seconden en een paar minuten.
De hersenen bevatten miljoenen zenuwcellen (neuronen). Normaal versturen de hersencellen voortdurend minieme elektrische signalen naar alle delen van het lichaam. De verschillende delen en functies van het lichaam worden bestuurd door verschillende delen van de hersenen. Dat betekent dat de symptomen die bij een aanval optreden afhangen van de locatie in de hersenen waar de abnormale activiteit plaatsvindt.

Er zijn verschillende soorten epileptische aanvallen, maar ze worden ruwweg in twee hoofdtypes ingedeeld – gegeneraliseerde epilepsie en partiële epilepsie.

  • Gegeneraliseerde aanvallen. Hier is sprake van als de abnormale activiteit de gehele hersenen betreft. Het tast het bewustzijn aan (bewustzijnsverlies) en kan een convulsie (‘trekkingen’) veroorzaken.
  • Partiële aanvallen. Hier bevindt de abnormale activiteit zich van begin tot eind in één deel van de hersenen. Dat betekent dat de symptomen locaal of ‘focaal’ van aard zijn. Omdat verschillende delen (gebieden) van de hersenen verschillende functies besturen, hangen de symptomen af van welk deel van de hersenen wordt geraakt. Partiële aanvallen hoeven het bewustzijn niet aan te tasten en kunnen de zintuigen, emoties, gedragingen en spieren, of een combinatie ervan treffen.

Wat is epilepsie?

Als je epilepsie hebt, dan betekent dit dat je bij herhaling aanvallen hebt. Als je slechts één aanval hebt gehad, dan hoeft dit nog niet te betekenen dat je epilepsie hebt. Ongeveer 1 op de 20 mensen heeft ooit een aanval. Het kan heel goed bij die ene aanval blijven. De definitie van epilepsie is ‘meer dan één aanval’.

Epileptische aanvallen beginnen in de hersenen. Een aanval kan ook worden veroorzaakt door externe factoren die van invloed zijn op de hersenen. Zo kan hoge koorts leiden tot een ‘koortsconvulsie’. Andere mogelijke oorzaken zijn: gebrek aan zuurstof, een lage suikerspiegel, bepaalde soorten drugs en gif, en een hoog alcoholgebruik. Aanvallen die door externe factoren worden veroorzaakt worden niet gezien als epilepsie.

De juiste diagnose stellen

Het belangrijkste element bij het stellen van de juiste diagnose is een goede beschrijving van wat er is gebeurd. Dit kan zowel afkomen van de persoon die het is overkomen als van, indien mogelijk, ooggetuigen.

Het kan moeilijk zijn voor een arts om met zekerheid te zeggen dat je een aanval hebt gehad als de beschrijving niet typisch is voor epilepsie. Zo kan flauwvallen soms leiden tot een verstijving van het lichaam, gevolgd door een paar stuiptrekkingen van de armen en benen. Voor een toeschouwer kan het lijken op een korte epileptische aanval, maar dat is het niet. Een arts kan er door vragen te stellen achter proberen te komen wat de precieze oorzaak is. Als hij niet geheel zeker van zijn zaak is, kan je worden doorverwezen naar een specialist.

De specialist en onderzoeken
De specialist zal ook willen weten wat er precies is gebeurd. Verderop tref je een lijst aan van het soort vragen dat je kan verwachten. Probeer op alle vragen een antwoord te geven voor je op consult gaat.

  • Wat is er precies gebeurd voor, tijdens en na het voorval?
  • Ben je je bewustzijn kwijtgeraakt?
  • Was je voor of na het voorval in de war?
  • Had je ergens in je lichaam stuiptrekkingen? Zo ja, hoe lang, en hoe precies?
  • Heb je op je tong gebeten of je urine laten lopen?
  • Hoe lang duurde het voorval?
  • Had je ongebruikelijke gevoelens voor het voorval?
  • Heb je nog andere symptomen, ook al lijken die er niets mee te maken te hebben?
  • Had je alcohol, medicijnen of drugs genomen voor het voorval?
  • Is er ooit eerder iets dergelijks met je gebeurd?
  • Is er iemand in je familie met epilepsie?
  • Heb je in het verleden hoofdbeschadigingen of ziektes gehad die je hersenen hebben getroffen?
  • Voelde je je goed voor het voorval, of voelde je je zwakjes, licht in het hoofd of gespannen?
  • Kan je zelf een verklaring bedenken voor wat er gebeurd is?

Het is voor de specialist erg nuttig als je iemand meeneemt die heeft gezien wat er is gebeurd. Soms kan de specialist de oorzaak vaststellen alleen op basis van de beschrijving en het onderzoek. In andere gevallen is nader onderzoek nodig, bijvoorbeeld:

  • Een hersenscan (meestal een MRI of CT scan) kan afwijkingen opsporen in verschillende delen van de hersenen.
  • Een EEG (Elektro EncefaloGram). Dit onderzoek meet de elektrische activiteit van de hersenen. Speciale stickers worden op verschillende plaatsen op de schedel aangebracht en gekoppeld aan een EEG machine die het elektrische signaal van de hersenen versterkt, waarna de patronen op papier of in de computer worden weergegeven. Het onderzoek is pijnloos. Sommige soorten aanvallen produceren een specifieke EEG -patronen. Een normale opname sluit epilepsie echter niet uit, terwijl niet alle abnormale EEG-patronen duiden op epilepsie.
  • Bloedonderzoeken en andere onderzoeken kunnen worden aanbevolen om je algehele welzijn te meten. Ook kan er worden gekeken naar andere mogelijke oorzaken van het voorval.

Hoewel onderzoeken nuttig zijn, zijn ze niet waterdicht. Het is mogelijk epilepsie te hebben met normale onderzoeksuitslagen. Ook is een abnormale uitslag geen automatisch bewijs van epilepsie. Onderzoek kan wel helpen vast te stellen of het om een aanval ging of dat er een andere oorzaak is. In sommige gevallen is het niet mogelijk een duidelijke oorzaak aan te wijzen. Het advies kan dan zijn af te wachten of het weer gebeurt als er twijfels zijn over de exacte diagnose.

En als het een epileptische aanval blijkt te zijn?

Ook als er sprake is van een aanval, dan is het heel goed mogelijk dat het je enige zal blijken te zijn. Daarom wordt epilepsie niet vastgesteld op basis van één aanval. De definitie is ‘herhaalde aanvallen’.  Ander folders in deze serie geven meer informatie over de verschillende soorten epilepsie.