Geheugenverlies en dementie

Wat is geheugenverlies en wat zijn de oorzaken?

Iedereen vergeet dingen van tijd tot tijd. In het bijzonder zijn de dingen die we neigen te vergeten dingen die er voor ons niet toe doen. De dingen die we het meest eenvoudig kunnen onthouden, zijn de dingen die belangrijk zijn voor ons - als een bijzondere verjaardag. Sommige mensen schijnen echter betere herinneringen te hebben dan anderen en sommige mensen zijn meer vergeetachtig dan anderen.

Er zijn bepaalde situaties die van invloed kunnen zijn op je geheugen en ervoor zorgen dat je meer vergeetachtig bent dan normaal. Deze omvatten het volgende:

  • Slechte concentratie. Als onze concentratie slecht is, letten we niet goed op en onthouden niet zoveel dingen als normaal. Slechte concentratie kan een gevolg zijn van simpelweg verveeld of moe zijn. Het is echter ook een symptoom van depressie en angst.
  • Depressie. Evenals slechte concentratie hebben een aantal mensen met een depressie ook vertraagd denken. Dit kan geheugenproblemen veroorzaken totdat de depressie over gaat. Vertel het een arts als je denkt dat je depressief bent aangezien behandeling vaak goed werkt. Andere symptomen van depressie omvatten: een slechte stemming gedurende het merendeel van de tijd; het verlies van plezier en interesse in het leven; abnormale droefheid; huilerigheid; gevoelens van schuld of nutteloos zijn; slechte motivatie; slaapproblemen, vermoeidheid, moeite met genegenheid; slechte eetlust;  geïrriteerd raken of rusteloos zijn.
  • Lichamelijke ziekte. Als je je ziek voelt, kan dit invloed hebben op de concentratie en het geheugen. Bepaalde ziekten kunnen rechtstreeks van invloed zijn op de manier waarop de hersenen werken. Bijvoorbeeld een traagwerkende schildklier kan de functies van het lichaam vertragen inclusief de hersenen en kan je meer vergeetachtig maken. 
  • Leeftijd. Als we ouder worden, wordt het vaak moeilijker om dingen te onthouden. Dit heet 'Age Associated Memory Impairment’. Veel mensen boven de leeftijd van 60 jaar hebben dit veel voorkomende probleem en dit is geen dementie. Voorbeeld is het feit dat we vaak moeilijker nieuwe  vaardigheden aanleren als wij ouder worden. Een ander bekend voorbeeld is dat je misschien de namen van mensen die je onlangs hebt ontmoet vergeet. Er wordt gedacht dat hoe meer we onze hersenen gebruiken als we ouder zijn, hoe meer dit de leeftijdsgerelateerde achteruitgang van het geheugen zou kunnen tegenhouden. Je kunt proberen je geheugen in vorm te houden door regelmatig lezen, quizzen en kruiswoordpuzzels te maken, het onthouden toneelstukken of poëzie te trainen, het leren van nieuwe vaardigheden, etc.
  • Dementie. Dementie is de meest ernstige vorm van geheugenproblemen. De rest van deze bijsluiter gaat alleen over dementie.

Wat is dementie?

Dementie is een aandoening van de hersenen die leidt tot een geleidelijk verlies van de geestelijke bekwaamheden. Ook ontwikkelen zich vaak andere kenmerken zoals veranderingen in persoonlijkheid, een afname van het sociaal functioneren en afname van het vermogen jezelf te relativeren. Er zijn verschillende oorzaken van dementie.

Wie krijgt dementie?

Dementie treft meestal oudere mensen en komt steeds vaker voor naarmate men ouder wordt. Ergens na de leeftijd van 65 jaar ontwikkelt ongeveer 5% van de mensen dementie. Boven de 80 jaar is dat ongeveer 20% van de mensen. Heel soms treft het jongere mensen. Dementie is geen normaal onderdeel van de vergrijzing. Het is ook iets anders dan de "Age Associated Memory Impairment" die gebruikelijk is bij oudere mensen.

Wat zijn de oorzaken van dementie?

Dementie kan worden veroorzaakt door verschillende ziekten die van invloed zijn op de delen van de hersenen die betrokken zijn bij het denken. Echter de meeste gevallen worden veroorzaakt door de ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie of dementie met Lewy Bodies (DLB). Alle soorten van dementie veroorzaken op elkaar gelijkende klachten, maar sommige kenmerken duiden op een bijzondere reden. Vaak is niet goed aan te geven welke aandoening in ene individueel geval de dementie veroorzaakt.

De ziekte van Alzheimer
Dit leidt tot ongeveer 60% van de gevallen van dementie. Het is vernoemd naar de arts die dit het eerst beschreef. Bij de ziekte van Alzheimer krimpen (atrofiëren) de hersenen en neemt het aantal zenuwvezels in de hersenen geleidelijk af. Ook neemt de hoeveelheid aan chemische stoffen (neurotransmitters) in de hersenen af, met name acetylcholine. Deze stoffen helpen in de brichtgeving tussen hersencellen. Er vormen zich ook kleine plaques (afzetting van stoffen) in de hersenen. Het is niet bekend waarom deze veranderingen in de hersenen optreden of hoe ze precies dementie veroorzaken. Het is niet te voorspellen wie de ziekte van Alzheimer zal krijgen. Het is niet erfelijk en iedereen kan getroffen worden.

Dementie met Lewy Bodies (DLB)
Dit vormt ongeveer 20% van de gevallen van dementie. Lewy bodies zijn kleine abnormale eiwitafzettingen die zich in zenuwcellen ontwikkelen. Het is niet duidelijk waarom zich de Lewy bodies ontwikkelen maar ze interfereren met de normale werking van de hersenen.

Vasculaire dementie
Dit vormt ongeveer 1 op de 10 gevallen van dementie. Het is te wijten aan problemen met de kleine bloedvaten in de hersenen. Het meest voorkomende type wordt 'multi-infarct'-dementie   genoemd. In feite komt dit overeen met het krijgen van vele kleine beroertes in het "denk"-gedeelte van de hersenen. Bijeen beroerte raakt een bloedvat 'geblokkeerd' (afgesloten) en er komt geen bloed meer door. Het gedeelte van de hersenen dat door het bloedvat van bloed wordt voorzien raakt beschadigd of sterft af. Bij elk 'infarct' raakt wat meer hersenweefsel beschadigd. Daarmee neemt het geestelijke vermogen geleidelijk af.
Het risico op het ontwikkelen van vasculaire dementie is hoger door dezelfde factoren die het risico op een beroerte vergroten. Bijvoorbeeld: hoge bloeddruk, roken, hoog cholesterol, gebrek aan lichaamsbeweging, etc. (zie aparte folder genaamd 'Preventie van Hart-en vaatziekten').

Andere oorzaken van dementie
Meer dan 60 aandoeningen kunnen leiden tot dementie. Velen zijn zeldzaam en in veel gevallen is de dementie slechts een klein onderdeel van andere problematiek. In de meeste gevallen kan de dementie niet worden voorkomen of teruggedraaid. Bij sommige aandoeningen kan door behandeling de dementie wel worden voorkomen of kan gezorgd worden dat het niet erger wordt. Voorbeelden zijn dementie door alcoholabusus (misbruik) of door infecties als syfilis. Dergelijke oorzakelijke aandoeningen kunnen worden behandeld.

Wat zijn de symptomen van dementie?

De symptomen van alle vormen van dementie zijn vergelijkbaar en omvatten:

  • Geheugen verlies. Als regel worden de meest recente gebeurtenissen het eerst vergeten. Je vergeet bijvoorbeeld voor welke boodschap je naar de winkel ging. Of je zet dingen terug op een verkeerde plaats. Gebeurtenissen uit het verleden worden vaak tot in vergevorderde dementie goed onthouden. Veel mensen met dementie weten nog veel uit hun jeugd. Vordert de dementie dan wordt het geheugenverlies voor recente gebeurtenissen erger en lijkt het alsof je terug gaat naar je jeugd. Je kunt denken nog jong te zijn en je werkelijke leeftijd niet meer weten of erkennen.
  • Desoriëntatie. Een nieuwe omgeving en nieuwe mensen kunnen een persoon met dementie verwarren. Op bekende plaatsen met oude routines kan je wel functioneren. Dit is de reden waarom sommige mensen met lichte dementie goed functioneren in hun eigen huis. ochtend of middag is, of welke dag het is.
  • Slechte concentratie. Je bent niet in staat geconcentreerd op iets te focussen.
  • De intellectuele capaciteit daalt. Zelfs slimme mensen die dementie ontwikkelen, kunnen nieuwe ideeën of vaardigheden niet meer begrijpen.
  • Verandering van de persoonlijkheid. Vaak merken je familie of vrienden op dat je makkelijker prikkelbaar wordt of somber. Dit is vaak moeilijk om mee om te gaan voor familie en vrienden.
  • Verlies aan zelfzorg. Zonder hulp kan de persoonlijke hygiëne verstoord raken. ergeten je te wassen of schone kleding te pakken. We noemen dit ook wel ‘decorumverlies’.
  • Stemmingsveranderingen. Sommige mensen worden depressief, vooral als ze zich bewust zijn van de (toenemende) dementie. heel vrolijk blijven. Het meeste verdriet zit vaak bij familieleden die moeite hebben met de dementie van hun naaste om te gaan.
  • Gewichtsverlies en een neiging om te vallen. Onverklaard vallen of onverklaard gewichtsverlies kan de eerste aanwijzing zijn dat iemand dementie ontwikkelt.
  • Ernstige dementieverschijnselen. Dit kan een verlies aan spraakvermogen inhouden. Maar ook de ontwikkeling van ernstige fysieke problemen in de latere stadia van dementie zoals immobiliteit, incontinentie en algehele zwakte.

Hoe ontwikkelt dementie zich verder?

Symptomen ontwikkelen vaak langzaam, dat duurt vaak meerdere jaren. In de vroege stadia van de ziekte hebben veel mensen met lichte dementie slechts weinig steun en zorg nodig. Naarmate de ziekte vordert, is er meestal meer zorg nodig.

Een "typische" persoon met de ziekte van Alzheimer verslechtert gemiddeld in ongeveer 8-10 jaar van licht geheugenverlies naar ernstige geheugen- en fysieke problemen om uiteindelijke te overlijden als gevolg van verzwakking van lichaam en geest. De snelheid van ontwikkeling van symptomen kan echter sterk variëren tussen verschillende mensen en tussen de verschillende vormen van dementie.

Hoe wordt dementie gediagnosticeerd?

Dementie wordt herkend aan de typische symptomen, meestal het eerst door een familielid of vriend. Een arts kan een standaard 'geheugentest' doen om de diagnose te bevestigen. Er is geen ander routineonderzoek dat de ziekte van Alzheimer kan bevestigen.

Een aantal andere aandoeningen (soms behandelbaar) kan soortgelijke symptomen als dementie hebben. Bijvoorbeeld een depressie bij oudere mensen kan soms leiden tot geheugenproblemen. Meldt iemand zelf een falend geheugen dan is een depressie net zo waarschijnlijk als dementie.

Depressie is vaak behandelbaar
Zo is ook niet alle 'verwarring' te wijten aan dementie. Sommige fysieke problemen, zoals schildklieraandoeningen, lever- en nieraandoeningen en hersentumoren kunnen 'verwarring' veroorzaken bij een ouder persoon en lijken op dementie.

Daarom moet vaak een aantal onderzoeken worden gedaan om andere aandoeningen uit te sluiten of behandelbare oorzaken van dementie op te sporen. Zo kan bloedonderzoek worden gedaan naar de functie van nieren, schildklier en lever aandoeningen en op bepaalde andere aandoeningen. Vaak wordt hersenscan gedaan. Ook kan meer geavanceerd onderzoek worden gedaan indien een ongewone oorzaak van dementie wordt vermoed.

Kunnen medicijnen mensen met dementie helpen?

Er is geen geneesmiddel dat dementie kan terugdraaien. Wel kunnen geneesmiddelen enig baat geven tegen de verschijnselen.

Cholinesteraseremmers
Deze omvatten donepezil, rivastigmine en Galantamine. Ze werken door het gehalte acetylcholine te verhogen. Mensen met Alzheimer hebben hieraan vaak een tekort. Deze geneesmiddelen verbeteren de hersenveranderingen niet en werken dus niet genezend. Ze kunnen echter wel de voorgang vertragen van een aantal van de symptomen bij ongeveer de helft van de mensen met de ziekte van Alzheimer. Onder artsen is er discussie in hoeverre dit soort middelen inderdaad helpen. Sommige artsen vinden de effecten nauwelijks de moeite waard, maar anderen zien bij bepaalde mensen wel degelijk een vertraging in het dementieproces optreden. Ze slaan dus niet bij iedereen aan. Meestal worden cholinesteraseremmers alleen voorgeschreven in het begin- en middenstadium van Alzheimer. Wanneer deze middelen worden ingezet wordt het effect ervan regelmatig gecontroleerd. Gemiddeld lijkt de heilzame werking ongeveer 1 jaar te duren.

Memantine
Dit is een nieuw middel en misschien wel het eerste dat beschadiging van de hersenen door Alzheimer tijdelijk kan stoppen. In elk geval is het het eerste medicijn dat in de middelste en late fase van Alzheimer kan worden ingezet. Memantine lijkt de aantasting van gezonde hersencellen door een hoge hoeveelheid glutamaat (ook een neurotransmitter) te voorkómen. Dit glutamaat komt vrij uit door Alzheimer beschadigde hersencellen. Ook dit middel is niet genezend. En de effecten zijn bij iedereen anders. Studies tonen aan dat het de voortgang van de symptomen in sommige gevallen lijkt te vertragen. Bijwerkingen zijn: hallucinaties, duizeligheid en hoofdpijn. Onderzoek naar de rol en effecten van dit middel blijven in gang en inzet van het middel gebeurt vooral als onderdeel van (klinische) studies.

Overige medicatie

  • Een tranquillizer wordt soms voorgeschreven wanneer de dementie gepaard gaat met (heftige) opwinding.
  • Een antidepressivum kan worden geadviseerd als depressie wordt vermoed. Depressie komt vaak voor bij mensen met dementie en kan over het hoofd worden gezien.
  • Aspirine en andere geneesmiddelen in de behandeling van risicofactoren op een beroerte en hart- en vaatziekten kunnen geschikt zijn voor sommige mensen. Vooral voor mensen met vasculaire dementie.
  • Slaaptabletten zijn soms nodig als slapen een hardnekkig probleem is.

Er zijn verschillende andere middelen die soms overwogen worden in de behandeling van de ziekte van Alzheimer. Deze omvatten onder andere ginkgo biloba (een kruidenextract), non-steroïde  antiinflammatoire geneesmiddelen (NSAID's), vitamine E, oestrogenen en statines. Er is echter niet voldoende bewijs uit onderzoek om momenteel één van deze als preventieve behandeling voor dementie te adviseren.

Onderzoek gaat voort in de ontwikkeling van nieuwe veelbelovende medicijnen. 

Ondersteuning en zorg zijn de belangrijkste onderdelen van de behandeling

De meeste mensen met dementie worden thuis verzorgd. Vaak is de belangrijkste verzorger een familielid die mantelzorg verleent. Het is belangrijk dat mantelzorgers snel en makkelijk steun en advies kunnen krijgen. Ondersteuning en advies kan nodig zijn – afhankelijk van de ernst van de dementie en de individuele omstandigheden, bv over de volgende onderwerpen:

  • Wijkverpleegkundigen kunnen adviseren over de dagelijkse verpleegkundige zorg.
  • Psychiatrische verpleegkundigen kunnen adviseren over de zorg.
  • Huisarts en specialist (psychiater) kunnen verder advies geven.
  • Vrijwilligersorganisaties kunnen worden ingezet.

Het niveau van de zorg en ondersteuning die nodig is verandert vaak in de loop der tijd. Mensen met lichte dementie kunnen bijvoorbeeld nog goed in hun eigen vertrouwde huis wonen. Zeker als er  en familielid is grootste deel van de zorgtaken op zich neemt. Wordt de dementie erger dan is vaak een zorg- of verpleeghuis aangewezen. Het is raadzaam steun te zoeken in je omgeving om met  regelmaat te bespreken welke zorg en ondersteuning nodig is voor zowel de patiënt zelf als voor de zorgomgeving. Veel mantelzorgers hebben de neiging hun zorgen en problemen heel lang voor zichzelf te houden en niet tijdig om hulp te vragen. Geadviseerd wordt om als mantelzorger je zorgen te delen en regelmatig met anderen de situatie zoals die voor jou is te bespreken.

Andere mogelijke behandelingen

Realiteitsoriënterende benadering kan soms helpen. Dit houdt in het regelmatig informatie verstrekken aan dementerenden over tijden, plaatsen en mensen om hen 'georiënteerd' te houden. Dat kan door bijvoorbeeld op een bord wat duidelijk in zicht hangt details te geven over dag, datum, tijd, etc. Maar het kan ook door verzorgend personeel 'heroriëntatie' te laten geven bij elk contact met een dementerende.

Cognitieve stimulatie kan ook helpen. Dit betekent 'het stimuleren van de hersenen'. Dat kan bijvoorbeeld door recreatieve activiteiten, het oplossen van problemen en praten met de betrokken persoon. Daarnaast vergroten recreatieve activiteiten de kwaliteit van leven en welzijn.

Regelmatige lichamelijke activiteit zoals wandelen, dansen, enz., kunnen bijdragen tot het afremmen van de achteruitgang van de mobiliteit die gebruikelijk is bij mensen met dementie. Herinneringstherapie kan van nut zijn. Dit houdt in het stimuleren van mensen om te praten over het verleden, zodat ervaringen uit het verleden in hun huidige gedachten worden gebracht. Dat berust op een langtermijn geheugen dat vaak heel goed is bij mensen met een lichte tot matige dementie. Een goede inmiddels algemeen gehanteerde methode hiervoor is het aanleggen van een persoonlijk herinneringsboek.

Gedragsbeheersing kan worden geprobeerd bij mensen met een depressie naast de dementie.