Griep en aandoeningen met griepverschijnselen

Wat is griep? Wat zijn aandoeningen met griepverschijnselen?

Griep (influenza) wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Daarnaast zijn er nog een heleboel andere virussen die ziekten veroorzaken die op griep lijken. Het is vaak erg moeilijk om uit te maken door welk virus de ziekte is ontstaan. Dokters spreken dan ook vaak van ‘griepverschijnselen’.

Elke winter zorgt weer een ander influenzavirus voor een griepuitbraak. Vaak worden veel mensen getroffen. Uiteraard zal tijdens een griepuitbraak de kans groter zijn dat je ‘echte griep’ hebt in plaats van een andere ziekte met griepverschijnselen.

Opmerking: vogelgriep is heel anders dan de ‘gewone’ mensengriep. Het is veel ernstiger. Zie ook het artikel ‘Vogelgriep’.

Wat zijn de verschijnselen bij griep (en griepachtige aandoeningen)?

Bij volwassenen en oudere kinderen zien we meestal: een hoge temperatuur (koorts), zweten, spierpijn, een droge hoest, een zere keel, niezen en hoofdpijn. Je voelt je dus goed ziek. Meestal zijn de klachten bij ‘echte’ griep (veroorzaakt door het influenzavirus) sterker dan bij ‘griepachtige’ aandoeningen. Ook al ben je jong en sterk dan toch zal griep ervoor zorgen dat je in je bed moet (wilt) blijven.

Kleine kinderen en baby’s hebben last van hoge temperatuur (koorts), zweten, hoesten, een zere keel, niezen, ademhalingsproblemen en sufheid. Soms kan de hoge koorts leiden tot stuipen.
De klachten zijn meestal na een dag of 2 op z’n ergst. De daaropvolgende dagen nemen ze af. Nadat de meeste andere klachten al weg zijn kun je nog een tijd een droge hoest houden. Na 1 of 2 weken ben je weer de oude.

Wat kunnen andere oorzaken voor dit soort klachten zijn?

Andere, ernstiger aandoeningen kunnen in het begin dezelfde klachten geven als griep. Bijvoorbeeld: hersenvliesontsteking, malaria of longontsteking. In tegenstelling tot bij griep zullen de klachten alleen maar erger worden en er komen in de loop van de tijd steeds meer klachten bij. Pas vooral op bij de volgende verschijnselen:

  • Huiduitslag – vooral donkerrode vlekken die lichter worden als je er op drukt.
  • Een stijve nek – vooral als je je hoofd niet naar voren kunt bewegen.
  • Hoofdpijn die steeds erger wordt.
  • Hinder van fel licht – je kunt er niet inkijken en wilt je hoofd wegdraaien.
  • Sufheid en slaperigheid
  • Verwardheid.
  • Herhaald overgeven.
  • Pijn op de borst.
  • Bloed of bloederig slijm ophoesten.

Let op! Als je in een land bent geweest waar malaria heerst en je hebt griepklachten, vertel de dokter dan zeker waar je geweest bent. De verschijnselen van malaria en van griep zijn in het begin hetzelfde.

De behandeling bij griep en aandoeningen met griepverschijnselen

Meestal zal het immuunsysteem (afweersysteem) van het lichaam er wel voor zorgen dat de klachten overgaan. Behandeling is er meestal op gericht om de verschijnselen te onderdrukken zodat je je prettiger voelt.
Paracetamol of Ibuprofen zal de koorts verlagen en pijn verminderen. Veel drinken voorkomt uitdroging.

Antibiotica
Antibiotica doodt bacteriën, maar werken niet tegen virussen. Het wordt dan ook niet voorgeschreven bij griep. Wel zal het nut hebben als er zich een ernstige bacteriële luchtweginfectie of longontsteking voordoet.

Antivirale middelen
Soms wordt dit soort middelen, zoals Zanamivir en Oseltamivir gebruikt tegen griep. Ze doden het virus niet, maar werken de vermeerdering van het virus wel tegen. De griep wordt niet genezen, maar de duur en de hevigheid van de klachten wordt verminderd en bijwerkingen worden voorkomen.

Om te werken moeten antivirale middelen heel snel worden toegediend. Vaak worden ze daarom al gegeven kort voordat griep uitbreekt aan mensen die risico lopen. Bijvoorbeeld aan mensen die in een verzorgingshuis werken waar griep heerst. Het heeft overigens geen zin om antivirale middelen lang vóór een verwachte griepuitbraak te geven en ook niet om die middelen langer dan 6 weken aaneengesloten te gebruiken. Denk je dat het in jouw geval zinvol is een antiviraal middel te gebruiken overleg dan met je arts over noodzaak, zin, werkzaamheid, moment en wijze van inname en andere praktische zaken.

Wat zijn de mogelijke complicaties van griep en aandoeningen met griepverschijnselen?

Als je goed gezond bent zul je geen last krijgen van complicaties. Je herstelt helemaal van de griep. Wordt het niet helemaal beter, ga dan naar de dokter. Complicaties zullen zich vooral voordoen als je tot een van de risicogroepen behoort (zie overzicht hieronder).

De meest voorkomende complicatie van griep is pleuritis: een ontsteking van de longbladen als gevolg van een infectie. Dit kan ernstiger worden en ontaarden in een longontsteking. Meestal wordt dit tegengegaan met antibiotica. Behandeling is noodzakelijk, vooral bij ouderen en mensen met een zwakke gezondheid, omdat dit soort infecties kan uitgroeien tot een levensbedreigende situatie.

Raak niet meteen in paniek: het is normaal dat je na een griep zo’n week of twee blijft hoesten. Ophoesten van groen slijm betekent nog niet dat je een pleuritis of longontsteking hebt. Let wel op als de koorts terugkomt, het hoesten erger wordt, je kortademig wordt of je pijn op de borst krijgt.

Andere mogelijke complicaties zijn een voorhoofdsholteontsteking en/of een oorontsteking. Heel zeldzaam kan zich een hersen (-vlies-) ontsteking voordoen.

Wie moeten een griepvaccinatie krijgen?

In Nederland is de griepvaccinatie niet verplicht. Iedereen mag zich laten inenten. Voor bepaalde mensen is het verstandig om dat te laten doen, omdat zij bij griep een grotere kans hebben op ernstige klachten of complicaties. De griepprik wordt daarom gratis aangeboden aan kinderen en volwassenen die extra risico lopen. Dat zijn:

  • Mensen van 60 jaar en ouder.
  • Mensen met een hartziekte, die een hartaanval hebben gehad, die hartritmestoornissen hebben, of die een hartoperatie hebben ondergaan.
  • Mensen met longziekten zoals astma, chronische bronchitis of longemfyseem.
  • Mensen met diabetes (suikerziekte).
  • Nierpatiënten (alleen ernstige gevallen, dus niet bij nierstenen).
  • Mensen met weinig weerstand door een bepaalde ziekten (die bijvoorbeeld kortgeleden een beenmergtransplantatie hebben ondergaan, met HIV zijn geïnfecteerd of leukemie (bloedkanker) hebben) of die een medische behandeling zoals chemotherapie of bestraling ondergaan..)
  • Kinderen vanaf 6 maanden tot 18 jaar die langdurig salicylaten, zoals aspirine, gebruiken.
  • Verstandelijk gehandicapten die in een instelling wonen.

Voor al deze mensen is het belangrijk dat zij elk jaar tussen half oktober en half november de griepprik krijgen. Deze zorgt ervoor dat de kans dat je griep krijgt veel kleiner wordt. Krijg je toch griep dan zullen de klachten meestal minder heftig zijn.