Hartfalen

Het hart

Het hart heeft vier kamers – twee voorkamers (atria) en twee kamers (ventrikels). De wanden van deze ruimten bestaan grotendeels uit speciale hartspieren. Bij elke hartslag trekken de beide voorkamers samen om het bloed in de kamers te pompen. Er zitten eenrichtingskleppen tussen de voorkamers en de kamers en tussen de ventrikels en de grotere vaten die uit het hart naar het lichaam leiden. De kleppen zorgen ervoor dat het bloed in de juiste richting stroomt als de hartkamers samentrekken.

(Artikel ‘Hoe het Hart Werkt’ geeft meer details).

Wat is hartfalen?

Bij een normaal gezond hart gaat tijdens elke hartslag een bepaalde hoeveelheid bloed het hart in en wordt er weer uitgepompt. Als je hartfalen hebt kan je hart niet met de gehele hoeveelheid bloed omgaan en dit er weer uitpompen. Hartfalen wordt verdeeld in verschillende soorten. De hoofdsoorten zijn:

  • Linker ventriculaire systolische disfunctie. Dit betekent dat de linkerhartkamer niet zo goed pompt als het zou moeten tijdens elke hartslag. In sommige gevallen is er slechts een kleine vermindering in de kracht van de hartkamer wat lichte symptomen veroorzaakt. Als de kracht van de pompbeweging meer afneemt dan worden symptomen ernstiger.
  • Diastolische disfunctie. Dit betekent dat de linkerhartkamer niet zo vult met bloed als hij zou moeten wanneer het hart rust, tussen elke hartslag. Dit kan het gevolg zijn van verschillende factoren. Bijvoorbeeld indien de spier in de wand van de hartkamer niet volledig kan ontspannen tussen elke hartslag, of de wand van de hartkamer kan ‘stijver’ zijn en minder makkelijk gerekt worden dan het zou moeten kunnen, als gevolg van verschillende aandoeningen.
  • Een combinatie van de bovenstaande soorten.

Hartfalen betekent niet dat je hart op enig moment zal stoppen. Het betekent eerder dat je hart niet zo functioneert als zou moeten om het bloed in je lichaam rond te pompen.

Hoe vaak komt hartfalen voor?

Hartfalen komt vaker voor op een hogere leeftijd. Op de leeftijd van 55 jaar komt hartfalen in Nederland ongeveer 18 per 1000 mannen en 13 per 1000 vrouwen. De kans om boven het 55e hartfalen te krijgen gedurende de rest van het leven bedraagt ongeveer 33% bij mannen en ongeveer 29% bij vrouwen. Het is ongebruikelijk bij jongeren.

Wat veroorzaakt hartfalen?

Hartfalen is geen precieze diagnose. Hartfalen is een algemene ‘paraplu’-term en kan zich ontwikkelen als complicatie van verschillende aandoeningen. Aandoeningen die hartfalen veroorzaken tasten de mogelijkheid van het hart om goed te functioneren als pomp aan. Aandoeningen die hartfalen kunnen veroorzaken zijn de volgende:

Coronaire hartziekten zijn de meest voorkomende oorzaak
Coronaire hartziekte is een aandoening aan de kransvaten van het hart. Het wordt ook wel coronair hartlijden genoemd. Bij deze aandoening is de bloedstroom naar de hartspier verminderd door vernauwen van de kransslagaders die de hartspier bevoorraden met bloed en zuurstof. De hartspier kan dan niet zo goed functioneren als normaal. Andere symptomen van coronair hartlijden kunnen ontstaan zoals angina pectoris (pijn op de borst). Coronair hartlijden komt in Nederland regelmatig voor en hartfalen is een complicatie die in sommige gevallen ontstaat.
Meer in het bijzonder kan hartfalen zich ontwikkelen na een hartaanval (myocardinfarct of MI). Een hartaanval is een complicatie van coronair lijden en veroorzaakt dat een deel van de hartspier dood gaat. Na een hartaanval vormt er littekenweefsel in het getroffen deel van de hartspier. Hoe groter de hartaanval (en gebied van littekenweefsel), hoe meer dit de functie van het hart kan raken en tot hartfalen kan leiden.

Andere oorzaken
Verschillende aandoeningen kunnen ook hartfalen veroorzaken. Bijvoorbeeld:

  • Aandoeningen van de hartspier (cardiomyopathie).
  • Hoge bloeddruk.
  • Aandoeningen aan de hartkleppen.
  • Ziekten van het pericard – het weefsel dat het hart omringt (hartzakje).
  • Sommige soorten afwijkend hartritme (aritmiëen ofwel ritmestoornissen).
  • Drugs of chemische stoffen die de hartspier kunnen beschadigen. Bijvoorbeeld een hoog alcoholgebruik, cocaïne en sommige soorten van chemotherapie.
  • Verschillende andere aandoeningen (niet het hart) die ook de functie van het hart kunnen aantasten. Bijvoorbeeld ernstige anemie (bloedarmoede), aandoeningen van de schildklier, of de ziekte van Paget.

Wat zijn de symptomen van hartfalen?

Symptomen zijn vooral het gevolg van ophoping van vloeistof in de longen en lichaam. Deze vochtophoping ontstaat meestal wanneer het hart het bloed niet zo goed door het lichaam pompt als het zou moeten. Klachten zijn:

  • Kortademigheid. In lichte gevallen kan je last hebben van kortademigheid wanneer je jezelf inspant. Bijvoorbeeld wanneer je een heuvel oploopt. Bij ernstiger hartfalen kan je kortademigheid hebben in rust. Bijvoorbeeld last hebben van kortademigheid als je plat ligt, bijvoorbeeld wanneer je naar bed gaat, is een vrij normaal symptoom van hartfalen. Dit wordt orthopneu genoemd en betekent kortademigheid die afneemt bij rechtop zitten.
  • Vochtophoping in de benen. Vochtophoping in het lichaam treft meestal de benen als gevolg van de effecten van zwaartekracht. In het begin kan je aan het einde van de dag last hebben van zwellingen van je enkels en voeten. Met de tijd kan de zwelling zich uitbreiden omhoog als dit niet behandeld wordt. In veel gevallen is er een geleidelijke ophoping van vocht. In sommige gevallen ontwikkelt de vochtophoping zich snel in een paar dagen. Maar als je licht hartfalen hebt, kan het zijn dat je geen vochtophopingen in je voeten of benen hebt.
    Moeheid. Dit kan zeer variabel zijn en kan zelfs in lichte gevallen ontstaan.
  • Afhankelijk van de onderliggende oorzaak van hartfalen, kan je ook andere symptomen hebben. Bijvoorbeeld borstpijn als je angina pectoris hebt, hartkloppingen als je een hartritmeprobleem hebt, etc.

De ernst van hartfalen wordt vaak in vier klassen ingedeeld:

  • Klasse 1 (heel licht) – gewone fysieke activiteit veroorzaakt geen kortademigheid, moeheid (extreme moeheid) of hartkloppingen. Je hoeft in het geheel geen symptomen te hebben, maar onderzoeken (die misschien om andere redenen gedaan kunnen worden) kunnen hebben uitgewezen dat je heel licht hartfalen hebt.
  • Klasse 2 (licht) – het gaat goed als je je ontspant. Maar normale fysieke activiteit zoals lopen kan kortademigheid, moeheid of hartkloppingen veroorzaken.
  • Klasse 3 (matig) – alhoewel het goed gaat als je in rust bent, kan lichte fysieke activiteit zoals je aankleden kortademigheid, moeheid of hartkloppingen veroorzaken.
  • Klasse 4 (ernstig) – je bent niet in staat om enige fysieke activiteiten uit te voeren zonder het ontwikkelen van kortademigheid, moeheid of hartkloppingen. Symptomen zijn vaak aanwezig zelfs in rust. Met enige fysieke activiteit nemen de klachten toe.

Hoe wordt hartfalen gediagnostiseerd?

Wanneer een dokter je onderzoekt kan hij of zij tekenen vinden die ontstaan bij hartfalen. Bijvoorbeeld een vergroot hart, een snellere hartslag dan normaal, of tekenen van vochtophoping zoals gezwollen enkels, een vergrote lever of borrelgeluiden in de longen wanneer je longen worden beluisterd. Maar deze signalen en de klachten die boven genoemd zijn kunnen het gevolg zijn van verschillende aandoeningen naast hartfalen. Daarom als er aan hartfalen wordt gedacht, wordt er meestal onderzoek gedaan om de diagnose te bevestigen.

Onderzoeken die geadviseerd worden zijn een elektrocardiogram (ECG). Een bloedonderzoek om te controleren of er afwijkende bloedwaarden zijn bv van zgn. natriuretische peptiden, dit zijn eiwitten die door de atria en ventrikels worden afgegeven als reactie op druk en rek. Die waarden zijn dus vaak verhoogd bij mensen met hartfalen. Een echografie wordt ook vaak gedaan (een echo van je hart). Dit pijnloze onderzoek kan meestal de aanwezigheid van hartfalen bevestigen en beoordelen of dit het gevolg is van linker ventriculaire systolische disfunctie of het gevolg is van een andere hartaandoening. Andere onderzoeken zoals een thoraxfoto, een urinetest of andere bloedonderzoeken kunnen ook geadviseerd worden om andere oorzaken van de klachten uit te sluiten.

Wat is de prognose?

Het is moeilijk om een prognose te geven voor elk individueel geval. Over het algemeen geldt: hoe ernstiger de hartfalen hoe slechter het vooruitzicht. In veel gevallen blijven de symptomen op een stabiel niveau voor een tijd (maanden of jaren) voordat ze erger worden. In sommige gevallen worden de ernst en symptomen geleidelijk erger met de tijd. Ernstige hartfalen kan tot sterven leiden.

In veel gevallen kunnen de symptomen van hartfalen verminderd worden met behandeling. Behandeling vermindert niet alleen symptomen maar kan de prognose verbeteren en het leven verlengen.

Wat kan ik er zelf aan doen?

  • Dieet. Als je overgewicht hebt, probeer af te vallen om de last op je hart te verminderen. Neem niet te veel zout in je eetpatroon, omdat zout waterophoping kan veroorzaken. Bijvoorbeeld voeg geen zout aan je eten toe aan tafel en vermijd er mee te koken.
  • Rook niet. De chemische stoffen in tabak veroorzaken bloedvatvernauwingen, wat hartfalen erger kan maken. Roken kan ook coronair lijden erger maken.
  • Beweeg. Voor de meeste mensen met hartfalen wordt regelmatige beweging geadviseerd. Des te fitter het hart, des te beter het zal pompen. De hoeveelheid beweging zal verschillen van persoon tot persoon. Voordat je begint met meer bewegen, vraag aan je dokter of het kan omdat sommige mensen met hartklepproblemen juist niet zoveel zouden moeten bewegen. Als je niet gewend bent aan beweging, kan je beginnen met een dagelijkse wandeling. Fietsen is ook goede beweging. Beweging kan voor sommige mensen om verschillende redenen niet mogelijk zijn.
  • Vaccinatie. Je zou een jaarlijkse ‘griepprik’ moeten krijgen en gevaccineerd moeten  worden tegen de pneumococcenbacterie. Deze vaccinaties beschermen tegen sommige luchtweginfecties die vrij ernstig kunnen zijn als je hartfalen hebt.
  • Weeg jezelf elke morgen als je matig tot ernstig hartfalen hebt. Als je snel vocht vasthoudt, gaat je gewicht ook snel omhoog. Dus als je gewicht met meer dan 2 kg omhooggaat na 1-3 dagen, neem dan contact op met een dokter. Je zou een verhoging van de dosering medicijnen nodig kunnen hebben.
  • Alcohol. Drink niet te veel. Maximaal:
    • Mannen zouden niet meer dan 21 alcoholeenheden per week moeten drinken (en niet meer dan vier eenheden per dag).
    • Vrouwen zouden niet meer dan 14 alcoholeenheden per week moeten drinken (en niet meer dan drie eenheden per dag).
    • Een alcoholeenheid is 10 ml (1cl) per volume (8g per gewicht) pure alcohol. Dit is in ongeveer:
      • een klein biertje (fluitje).
      • Een borrelglaasje sterke dranken (25ml) of van sterke wijn zoals sherry (50ml).
      • Een klein glas (125ml) wijn met 8% alcohol per volume.

Afhankelijk van de oorzaak van hartfalen wordt sommige mensen geadviseerd om in het geheel geen alcohol te drinken.

Welke medicijnen worden gebruikt om hartfalen te behandelen?

De volgende medicijnen worden het meest gebruikt om hartfalen te behandelen. Ze worden op maat gedoseerd per individueel persoon, afhankelijk van de oorzaak en de ernst van de hartfalen.\

Angiotensin Converting Enzym Inhibitoren (ACE-remmers)
De meeste mensen met hartfalen wordt een ACE-remmer voorgeschreven. Er zijn verschillende soorten en merken. Deze medicijnen voorkomen dat een vochtophoping het enzym angiotensine, wat betrokken is bij het reguleren van lichaamsvocht, aantast. ACE-remmers hebben ook een beschermend effect op het hart en kunnen de voortgang van hartfalen vertragen.

Enkele punten die je moet weten over ACE-remmers staan hieronder (maar lees ook altijd de bijsluiter):

  • Na de eerste dosis, op de eerste dag dat je start met een ACE-remmer:
    • Blijf binnen voor een paar uur omdat mensen zich soms duizelig voelen. Dit is omdat de eerste dosis ervoor zorgt dat bij sommige mensen de bloeddruk daalt.
    • Als je je duizelig voelt, ga dan zitten of liggen, dan gaat het meestal weg.
    • Als je erg duizelig wordt, neem dan direct contact op met je dokter.
  • Je lichaam raakt snel gewend aan de nieuwe medicijnen. Na de eerste dosis op de eerste dag van de behandeling is het niet meer nodig om speciale voorzorgsmaatregelen te nemen.
  • Er wordt meestal een bloedonderzoek gedaan voordat er gestart wordt met een ACE-remmer en ongeveer 7-10 dagen na de start ermee. Hierbij wordt de functie van de nieren gecontroleerd.
  • De nieren worden bij een klein aantal mensen die een ACE-remmer nemen, aangetast. Dan is een bloedonderzoek om de 6 maanden gebruikelijk.

Medicijnen in de klasse van medicijnen die angiotensine-II receptor antagonisten genoemd worden werken op een zelfde manier als ACE-remmers. Dit kan je in plaats van een ACE-remmer gebruiken als je problemen of bijwerkingen hebt bij het nemen van een ACE-remmer (zoals een aanhoudende hoest).

Bètablokkers
Een bètablokker zoals Bisoprolol of Carvedilol of Metoprolol worden meestal voorgeschreven naast een ACE-remmer. Net als ACE-remmers hebben bètablokkers een beschermend effect op het hart. Er wordt in het begin gestart met een lage dosis en wordt dan elke week verhoogd tot een goede dosis bereikt is. Soms veroorzaken bètablokkers een verslechtering van klachten voordat een verbetering optreedt. Onderzoeken hebben uitgewezen dat ACE-remmers en bètablokkers niet alleen helpen de symptomen te verminderen maar ook de vooruitzichten en de levensverwachting kunnen vergroten bij mensen met hartfalen. Daarom zelfs als klachten weg zijn, blijf deze medicijnen gebruiken als ze voorgeschreven zijn.

Diuretica (‘plastabletten’)
Een diureticum is vaak nodig om oedeem (vochtophoping) te verminderen. Dit wordt samen met een ACE-remmer en bètablokkers genomen. Diuretica werken op de nieren en zorgen ervoor dat je extra urine uitplast. Dit helpt om overtollig lichaamsvocht dat zich  ophoopt te verminderen. Er zijn verschillende soorten en merken diuretica. De dosis hangt af van hoe erg het oedeem is geworden en kan indien nodig verhoogd worden als het oedeem erger wordt.
Diuretica worden normaal ’s morgens genomen. Dit is omdat je erna moet plassen en dat overdag handiger is dan ’s nachts. (Hun effect op het maken van extra urine duurt tot ongeveer zes uur). Maar je kunt ze desgewenst op andere tijdstippen innemen. Heb je ’s morgens een uitje gepland dan kun je je plastablet innemen wanneer je terug bent.

Andere medicijnen
Spironolacton en/of digoxine kan geadviseerd worden tezamen met de medicijnen die hierboven beschreven zijn als je aandoening erger wordt. Spironolacton werkt door oedeem te verhelpen. Digoxine werkt door de hartspier sterker te laten samentrekken. (Het heeft ook een ander effect om de hartslag te reguleren als je ook hartritmestoornissen hebt, bv atriumfibrillatie).

Andere behandelingen

Zoals boven genoemd is hartfalen geen precieze diagnose maar ontwikkelt het zich als complicatie van verschillende aandoeningen. Andere behandelingen voor de onderliggende aandoening kunnen geadviseerd worden in sommige gevallen
Bijvoorbeeld:

  • Behandeling om de bloeddruk te verlagen als je een hoge bloeddruk hebt.
  • Behandelingen om het voortschrijden van coronairlijden te vertragen als dit de oorzaak is van hartfalen.
  • Bijvoorbeeld, het verlagen van een hoge cholesterolwaarde.
  • Bypassoperatie van de kransvaten kan een optie zijn in sommige gevallen van coronair hartlijden.
  • Operatie om een hartklep te vervangen of te herstellen kan gedaan worden als een beschadigde hartklep de oorzaak is van hartfalen.
  • Behandelingen voor hartritmestoornissen (pacemakers, etc) als een aritmie hartfalen veroorzaakt.
  • Een harttransplantatie is in sommige gevallen een optie.

Noot: veel mensen met hartfalen ontwikkelen ook depressie of angstigheid en onzekerheid. Vertel je dokter als je denkt dat je depressief of angstig bent omdat behandeling vaak de moeite waard is om deze klachten te doen afnemen.