Hepatitis C

Wat doet de lever?

De lever ligt rechts in de bovenbuik. De lever heeft een aantal functies:

  • Het opslaan van glycogeen (brandstof voor het lichaam) wat gemaakt wordt uit suikers. Wanneer dat nodig is wordt glycogeen afgebroken tot glucose en aan de bloedbaan afgegeven.
  • Helpen in de verwerking van vetten en proteïnen (eiwitten) uit verteerd voedsel.
  • Het maken van proteïnen die essentieel zijn voor de bloedstolling (stollingsfactoren).
  • De afbraak van medicijnen.
  • Verwerking, afbraak en verwijderen van alcohol of gifstoffen.
  • Het maken van gal wat via lever en galblaas naar de darm gaat om te helpen bij de vertering van voedsel.

Wat is hepatitis en hepatitis C?

Hepatitis betekent een ontsteking van de lever. Er zijn veel oorzaken van hepatitis, zoals overmatig alcoholgebruik of verschillende andere infecties. Verschillende virussen kunnen een hepatitis veroorzaken. Een van die virussen is het hepatitis C- virus. Deze folder gaat alleen over hepatitis C.

Zie andere folders voor informatie over hepatitis A en B, leverontstekingen die anders verlopen.

Hoe kan je hepatitis C oplopen?

  • Het hepatitis C-virus kan de lever bereiken via de bloedbaan. De belangrijkste bron van infectie is via bloed van een geïnfecteerd persoon.
  • Een aantal gevallen van hepatitis C (ongeveer een derde) wordt veroorzaakt door het gebruiken van besmette naalden om drugs te injecteren (‘het delen van naalden’). Zelfs een minuscule hoeveelheid bloed van een geïnfecteerd persoon op een naald is genoeg om de infectie over te dragen naar anderen. Ook injecteerspuiten kunnen oorzaak van infectie zijn.
  • Een aantal mensen die een paar jaar geleden bloedtransfusies en bloedproducten hebben gehad die waren geïnfecteerd met hepatitis C in donorbloed. Vanaf 1991 wordt te doneren bloed in Nederland gecontroleerd onder andere op de aanwezigheid van het hepatitis C-virus, zodat het risico op de infectie via een bloedtransfusie momenteel vrijwel nihil is.
    Een klein aantal gevallen is gevolg van naaldongelukken, of andere verwondingen waar bloed vrij is gekomen van geïnfecteerde mensen.
  • Ongeveer een derde van de gevallen van hepatitis C lijkt geen duidelijke oorzaak te hebben. Gedacht kan worden aan het delen van tandenborstels, scheermesjes, en andere dingen die besmet kunnen zijn met geïnfecteerd bloed. Maar ook het gebruik van niet-steriele spullen bij het zetten van tatoeages of piercing, etc.
  • Er is een klein risico dat een geïnfecteerde moeder de infectie door kan geven aan haar baby.
  • Er is een klein risico dat een geïnfecteerd persoon het virus door kan geven gedurende seks.

Je kan het virus niet doorgeven tijdens normaal sociaal contact zoals handen vasthouden, knuffelen, delen van kopjes of serviesgoed, etc.

Hoe vaak komt hepatitis C voor?

Het precieze aantal mensen dat geïnfecteerd is is onbekend. Schattingen variëren van 0,1 tot 0,4% van de totale Nederlandse bevolking. En wereldwijd schat men dat minstens 2% van de bevolking geïnfecteerd is. De meeste gevallen zijn drugsgebruikers. Men neemt aan dat tot de helft van de injecterende drugsgebruikers geïnfecteerd raakt met hepatitis C.

Wat zijn de symptomen en hoe verloopt hepatitis C?

De infectie verloopt als het ware in 2 fasen. Een acute fase wanneer je net geïnfecteerd bent en een chronische (aanhoudende) fase bij mensen waar het virus op de lange termijn aanwezig blijft.

Acute fase
Wanneer je net geïnfecteerd bent met het virus heb je meestal geen symptomen of slechts zeer lichte klachten. Als symptomen ontstaan ontwikkelen ze zich ongeveer binnen 7-8 weken na blootstelling aan het virus. Je krijgt dan klachten als: misselijkheid, overgeven, en een algemeen niet-welbevinden. Sommige mensen worden geel (geelzucht). Het is ongebruikelijk dat ernstiger klachten ontstaan. De meeste mensen met een hepatitis C-infectie zijn zich daar dus niet echt van bewust. 

Na de initiële (eerste, acute) infectie kan zich het volgende voordoen:

  • In ongeveer 1 op de 5 gevallen wordt het virus door het immuunsysteem binnen 2-6 maanden uit het lichaam verwijderd.
  • In ongeveer 4 op de 5 gevallen blijft het virus langdurig actief in de lever en bloedbaan. Dit wordt chronische infectie met hepatitis C genoemd.

Chronische fase
Hierbij kan zich het volgende voordoen:

  • Soms ontwikkel je geen klachten en ook geen schade of problemen aan de lever. Je kunt echter – ook zonder symptomen - het virus nog steeds doorgeven aan anderen waar het wel tot problemen kan leiden.
  • Soms ontwikkel je klachten als gevolg van aanhoudende ontsteking van de lever zoals: spierpijn, moeheid, misselijkheid, geen eetlust, alcoholintolerantie, pijnen in de lever (-streek), geelzucht, depressie. Deze klachten kunnen in mate van ernst variëren en soms ook hebben mensen een leverontsteking zonder symptomen.
  • Ongeveer 1 op de 5 mensen met chronische hepatitis C infectie ontwikkelt cirrose in een tijdsbestek van ongeveer 20-30 jaar. Cirrose geeft beschadiging (bindweefselvorming) van de lever wat ernstige functieproblemen kan veroorzaken, tot ‘leverfalen’ aan toe. (Zie de aparte folder ‘Cirrose’ genaamd).

Sommige mensen met chronische hepatitis C hebben vele jaren geen symptomen totdat ze cirrose ontwikkelen. In dat geval kunnen symptomen pas ontstaan wanneer de lever door cirrose begint te falen met cirrose.
Een klein aantal mensen die cirrose ontwikkelen, krijgen later leverkanker.

Hoe wordt hepatitis C gediagnosticeerd?

Afweerstoffen
Middels een bloedonderzoek kunnen afweerstoffen tegen het hepatitis C-virus worden aangetoond. (Afweerstoffen of antistoffen zijn proteïnen gemaakt door het immuunsysteem om virussen en bacteriën aan te vallen). Aangetoonde antistoffen betekenen dat je op enig moment geïnfecteerd bent geraakt met hepatitis C.

Antistoffen blijven in het lichaam aanwezig ook als het virus verdwenen is. Ook kan het wel tot 6 maanden na begin van de infectie duren eer antistoffen gevormd worden. (Omdat het lichaam er een tijd over doet om deze afweerstoffen te maken). Een negatief onderzoek (geen antistoffen aangetoond) sluit dus niet noodzakelijkerwijs een recent opgelopen infectie uit. Heb je een risico gelopen op een hepatitis C-infectie dan zal een herhalingsonderzoek worden geadviseerd als (nog) geen antistoffen aantoonbaar zijn.

Is het onderzoek ‘positief’ en zijn dus afweerstoffen aanwezig, dan is vervolg bloedonderzoek nodig om te zien of het virus nog steeds aanwezig is (chronische infectie). Dit is een speciaal onderzoek dat deeltjes van het virus opspoort.
Inmiddels heeft men verschillende typen hepatitis C-virus aangetoond. Middels onderzoek kan duidelijk worden met welke variant je besmet bent. Sommige typen zijn meer resistent tegen behandeling dan anderen, dus welk type je hebt is wel van belang.

Beoordelen van de ernst van de infectie
Is het virus bij je aangetoond dan wordt verder onderzoek geadviseerd om de mate van ontsteking en beschadiging van de lever te bepalen. Onder andere: 

  • Bloedonderzoek naar leverfuncties. Deze meten de activiteit van enzymen (chemische stoffen) en andere substanties die gemaakt worden in de lever. Dit geeft een algemeen overzicht of de lever ontstoken is en hoe goed de lever werkt. Zie de aparte folder ‘Leverfunctieonderzoeken’.
  • Een biopt (klein weefselmonster) van de lever kan genomen worden en bekeken worden onder een microscoop. Dit kan de mate van ontsteking en eventuele cirrose laten zien. Zie de aparte folder ‘Leverbiopsie’.
    Andere onderzoeken kunnen gedaan worden als zich cirrose of andere complicaties ontwikkelen.

Hoe kan ik voorkómen dat ik het virus doorgeef aan anderen?

Als je op dit moment een hepatitis C infectie hebt moet je:

  • Geen injecteerspullen delen met anderen zoals naalden, injectiespuiten, etc.
  • Geen bloed of sperma of organen doneren.
  • Geen scheermesjes, tandenborstels etc., delen die besmet kunnen zijn met bloed.
  • Condooms gebruiken wanneer je seks hebt. Het risico om het hepatitis C virus op te lopen tijdens seks is klein, maar neemt nog verder af door het gebruiken van condooms.

Wat is de behandeling van hepatitis C?

Het belangrijkste doel van behandeling is ernstige leverschade die tot cirrose leidt te voorkomen. Als je chronische hepatitis C hebt met weinig of geen schade aan de lever dan heb je een lager risico op het ontwikkelen van cirrose. Dan is er geen behandeling nodig.

Als je aanhoudende ontsteking van de lever hebt dan loop je het risico op ontwikkelen van cirrose en dus is behandeling dan vaak geadviseerd.

De meest voorkomende behandeling is een combinatie van medicijnen genaamd interferon en ribavirine. Deze behandeling kan het virus in ongeveer 50% van de gevallen laten verdwijnen (‘genezen’). Interferon wordt per injectie gegeven een keer per week of vaker en ribavirinetabletten moeten dagelijks ingenomen worden. Een behandeling (kuur) duurt 6-12 maanden. De behandelingsperiode kan een moeilijke periode zijn omdat zich bijwerkingen kunnen ontwikkelen op deze krachtige medicijnen. Die bestaan onder andere uit: moeheid, misselijkheid, hoofdpijnen, depressie en andere problemen. Zelfs als de behandeling het virus niet weghaalt, kan het wel de voortgang van de ontsteking van de lever en de schade vertragen.

Behandeling wordt meestal niet gegeven als:

  • het aannemelijk is dat je weer intraveneuze (i.v.) drugs gaat gebruiken omdat er dan een risico is op reacties met i.v. drugs alsmede een risico op herinfectie.
  • je bepaalde andere medische aandoeningen hebt.
  • je zwanger bent.
  • je overmatig of regelmatig alcohol gebruikt.
  • Nieuwere behandelingen worden ontwikkeld en worden uitgetest en zijn in onderzoek.

Nog wat opmerkingen over hepatitis C

Als je op dit moment een hepatitis C infectie hebt zou je geen alcohol moeten drinken (of alleen kleine hoeveelheden). Het regelmatig drinken van alcohol kan het risico op het ontwikkelen van cirrose ernstig vergroten. 
Er is geen vaccin tegen het hepatitis C virus (in tegenstelling tot hepatitis A en B).
Als het virus ten gevolge van behandeling weg is, ben je in de toekomst niet immuun voor de infectie. Je kan nog steeds een nieuwe infectie oplopen bijvoorbeeld door een besmette naald te gebruiken.