Infectie met Clostridium difficile

Wat is een Clostridium difficile infectie?

Clostridium difficile is een bacterie (ziektekiem) die onschadelijk is en zich bij veel mensen in de darmen bevindt. Bij ongeveer 9% van de gezonde volwassenen en wel 80% van de gezonde baby’s wordt deze bacterie in de ontlasting aangetroffen. Het is dus eigenlijk een veel voorkomende bewoner van de darmen. Het aantal Clostridium difficile bacteriën, dat zich in de ingewanden van gezonde mensen bevindt, wordt door alle andere onschadelijke bacteriën, die zich in de ingewanden bevinden, onder controle gehouden.  Dus, met andere woorden, sommige van ons hebben onder normale omstandigheden kleine hoeveelheden Clostridium difficile bacteriën in de darmen, die geen kwaad doen.

Clostridium difficile produceert sporen die heel taai zijn en bestand tegen hoge temperaturen. Bij mensen die de Clostridium difficile in hun ingewanden hebben, worden deze sporen met de faeces (ontlasting) uitgescheiden. Deze sporen kunnen meerdere maanden of jaren in hun omgeving blijven zitten (bijvoorbeeld in kleding, bedden, enz.). De sporen kunnen in het voedsel terecht komen, en in de mond en ingewanden. De sporen die in menseningewanden terecht komen, ontwikkelen zich tot volgroeide bacteriën. Als er te veel Clostridium difficile bacteriën in de ingewanden komen, dan kan dit problemen veroorzaken. De meest voorkomende manier waarop dit gebeurt is door het innemen van antibiotica.

Antibiotica zijn de hoofdoorzaak van Clostridium difficile infectie
Als iemand antibiotica om een andere reden inneemt, laten we zeggen voor een urineweginfectie, dan zal het antibioticum ook veel van de onschadelijke bacteriën die zich in de ingewanden bevinden, doden. Er zijn niet veel antibioticasoorten die Clostridium difficile bacteriën kunnen doden. Daarom kan het gebeuren dat als de andere onschadelijke bacteriën gedood worden, de Clostridium difficile zich kan vermenigvuldigen tot grotere aantallen dan in normale omstandigheden. Zo ontstaat een infectie met Clostridium difficile. Dit probleem kan zich bij gebruik van de meeste bekende antibiotica voordoen.

Hoe ernstig is de infectie die zich kan ontwikkelen?

Clostridium difficile bacteriën maken toxines (gifstoffen) aan, die ontsteking tot gevolg kunnen hebben en schade aan kunnen richten aan de binnenwand van de dikke darm (colon en endeldarm). Er zijn verschillende stammen Clostridium difficile en van sommige wordt je zieker dan van andere soorten. De ernst van de infectie en de ziekte kan nogal variëren.

Veel gevallen zijn goedaardig
Bij veel mensen komt lichte of matige, waterachtige diarree voor. Soms is er ook sprake van krampende buikpijn, misselijkheid (je naar voelen) en koorts. Dit is vergelijkbaar met de symptomen die voorkomen bij lichte aanvallen van gastro-enteritis (darminfectie). De symptomen kunnen van een paar dagen tot een paar weken duren, maar verdwijnen heel vaak zonder speciale behandeling.

Pseudomembraneuze colitis
Dit komt in bepaalde gevallen van een Clostridiuminfectie voor en is ernstiger. Colitis betekent ontsteking van de dikke darm. Pseudomembraneus betekent dat als je in de dikke darm kon kijken, dan zou je membraanachtige plekken aan de binnenwand van de dikke darm zien.  Dit kan bloederige diarree, buikpijn en koorts ten gevolge hebben, en je heel ziek maken.  In sommige gevallen kan het heel ernstig en zelfs levensgevaarlijk worden (er ontstaat dan een zgn. fulminante colitis, een zeer heftig ontstekingsbeeld), waarbij de dikke darm geperforeerd kan raken (er valt een gat in de darmwand richting de buikholte – dit geeft verschijnselen van een ‘acute buik’)

Wie krijgt een Clostridium difficile infectie?

Iedereen die kuren met verschillende soorten antibiotica volgt, loopt het risico een Clostridium difficile infectie te krijgen. In de meeste gevallen beginnen de symptomen een paar dagen na de aanvang van de antibioticakuur. In sommige gevallen kunnen de symptomen zich echter tot 10 weken na de  antibioticakuur voordoen. In de regel is het zo dat, hoe langer de antibioticakuur, des te groter het risico om een Clostridium difficile infectie te ontwikkelen.

Het overgrote deel van de gevallen doet zich voor bij mensen die in het ziekenhuis liggen, of die niet lang geleden in het ziekenhuis gelegen hebben. Dit komt doordat Clostridium difficile bacteriën en hun sporen vaker in ziekenhuizen gevonden worden. Mensen die in het ziekenhuis liggen kunnen daardoor eerder besmet raken. Mensen die in het ziekenhuis liggen krijgen ook vaker een antibioticakuur. In ziekenhuizen verspreidt de Clostridium difficile infectie zich vaak van de ene patiënt naar de andere. Via de sporen op de handen van het verplegend personeel bijvoorbeeld, besmette bedspreien, toiletten, beddengoed, enz.

Het exacte aantal ziekenhuisinfecties met Clostridium difficile is moeilijk te bepalen, maar het komt regelmatig voor. Ongeveer 30% van de mensen die besmet raken, ontwikkelen de symptomen. Gewoonlijk gaat het dan om een lichte of matige aanval van diarree, maar soms ontwikkelt het zich tot een pseudomembraneuze colitis.

Clostridium difficile infectie komt vaker voor bij oudere mensen. Meer dan 80% van de gevallen betreft mensen van 65 jaar of ouder. Dit komt gedeeltelijk doordat ouderen mensen gewoonlijk vaker in het ziekenhuis terecht komen. Het schijnt echter ook zo te zijn, dat ouderen mensen meer aanleg hebben voor deze infectie. Het probleem komt zelden bij kinderen voor. In de regel is het zo dat hoe langer het verblijf in het ziekenhuis en hoe ouder je bent, des te groter de kans om een Clostridium difficile infectie te ontwikkelen.

Hoe wordt de diagnose infectie met Clostridium difficile gesteld?

Volgens de algemene richtlijnen kan men een Clostridium difficile infectie vermoeden bij:

  • mensen die diarree krijgen en een antibioticakuur hebben gehad in de afgelopen twee maanden, en/of
  • mensen die diarree krijgen tijdens een verblijf in het ziekenhuis, of binnen een paar weken na thuiskomst uit het ziekenhuis.

Diarree heeft uiteraard ook andere oorzaken, maar Clostridium difficile moet in de bovenstaande situaties als mogelijkheid beschouwd worden.  Je ontlasting kan in het laboratorium worden onderzocht op de bacterie of de sporen om de diagnose te bevestigen.

Wat is de behandeling bij infectie met Clostridium difficile?

De beslissing om een Clostridium difficile infectie te behandelen, en het type behandeling, hangt af van de ernst van de ziekte. Behandeling is niet noodzakelijk als je geen symptomen hebt, maar wel weet dat je de bacteriën in je ingewanden 'draagt' . Als de symptomen zich wel voordoen wordt het volgende geadviseerd:

  • Als het even mogelijk is stoppen met de antibiotica die het probleem veroorzaakt hebben. Dan kunnen de normale onschadelijke bacteriën weer in de darmen groeien en herstelt zich het darmevenwicht. De 'uitgroei' van Clostridium difficile zou dan moeten dalen en de symptomen zullen meestal afnemen.
  • Stoppen met de antibiotica kan de enige noodzakelijke behandeling zijn, als het om een lichte of matige diarree gaat. De meeste mensen zouden toch met de antibiotica gestopt zijn, aangezien een antibioticakuur meestal maar voor een paar dagen is.
  • Mensen met ernstiger diarree of een colitis krijgen normaal gesproken een antibioticum, waarvan bekend is dat die de Clostridium difficile doodt. Het gaat hierbij meestal om Vancomycine of Metronidazol. De symptomen nemen meestal na 2-3 dagen af. In de ernstige gevallen kan onmiddellijke behandeling met Vancomycine of Metronidazol elke colitis genezen en perforatie van de dikke darm voorkomen.
  • In een klein aantal gevallen die tot acute colitis leiden, kan operatief ingrijpen noodzakelijk zijn, in het bijzonder als de dikke darm geperforeerd is.

Wat is de prognose?

De meeste mensen met een Clostridium difficile infectie genezen, zelfs zonder behandeling. De diarree kan echter heel onaangenaam zijn en in sommige gevallen een paar weken duren.  Als het nodig is biedt de behandeling met Metronidazol of Vancomycine een goede kans om de infectie snel te overwinnen.

Ernstige colitis ten gevolge van Clostridium difficile infectie komt in sommige gevallen voor. Dit is de oorzaak van de meeste ernstige complicaties, zoals perforatie van de dikke darm, en overlijden daaraan. Meestal zijn de mensen die aan Clostridium difficile infectie overlijden, oudere mensen die al kwetsbaar zijn, of ziek van andere aandoeningen, en die de infectie tijdens een ziekenhuisverblijf oplopen.

Kan een infectie met Clostridium difficile voorkomen worden?

Strenge persoonlijke hygiëne zoals handen wassen na een toiletgang, kan verspreiding van deze en andere infecties voorkomen. De juiste wijzen van schoonmaak en strenge hygiënemaatregelen in ziekenhuizen dragen ertoe bij om besmetting van instrumenten en personeel met bacteriën en sporen te voorkómen.