Kanker oorzaken

Wat zijn de oorzaken van kanker?

Elk type kanker ontwikkelt zich uit één enkele cel. Door een of andere oorzaak raken de genen in de cel beschadigd of worden ze gewijzigd. Dat zorgt voor een ‘afwijkende’ of abnormale cel. Als die abnormale cel overleeft, zal hij zich vervolgens op ongecontroleerde wijze vermeerderen tot een kwaadaardige tumor..

Iedereen loopt de kans om kanker te krijgen. Veel soorten kanker lijken zonder enige aanleiding te ontstaan. Er zijn echter wel bepaalde zaken bekend, waarvan wordt aangenomen dat ze ervoor zorgen dat abnormale cellen ontstaan en zo dus zorgen voor kanker. Dat zijn onder meer:

  • Kankerverwekkende stoffen (carcinogenen)
  • Carcinogenen – of kankerverwekkende stoffen, zoals chemische stoffen, maar ook straling – kunnen cellen beschadigen en er zo voor zorgen dat deze uitgroeien tot kankercellen. In het algemeen geldt dat hoe langer je wordt blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen, hoe groter de kans is dat je kanker krijgt.

Bekende voorbeelden zijn:

  • Sigarettenrook. Rokers hebben een grotere kans op kanker aan de longen, in de mond, de keel, slokdarm, blaas of alvleesklier. Roken wordt gezien als de oorzaak van minstens 25% van alle kankergevallen. Ongeveer 1 op de 10 rokers sterft aan longkanker. Hoe meer je rookt, des te groter het risico. Als je stopt, zal de kans op kanker enorm afnemen.
  • Chemische stoffen en stoffen zoals die op het werk gebruikt worden, zoals asbest, benzeen, formaldehyde, enzovoorts. Als je zonder de noodzakelijke bescherming met deze stoffen gewerkt hebt, dan is het risico op het ontwikkelen van kanker groter. Zo wordt het ontstaan van mesothelioom (een (kwaadaardige vorm van longkanker – ook wel longvlieskanker of borstvlieskanker genoemd) – in verband gebracht met het onbeschermd werken met asbest.

Leeftijd
Hoe ouder je wordt, hoe groter de kans dat je kanker krijgt. Vermoedelijk komt dat doordat er steeds meer cellen in het lichaam beschadigd raken. Ook zal het lichaam, als je ouder wordt, steeds minder goed reageren op abnormale cellen. Zo wordt het vermogen om beschadigde cellen te repareren minder. Ook zal het immuunsysteem, dat die cellen normaal gesproken vernietigt, slechter kunnen gaan werken. En als er ook maar één abnormale cel aan de aandacht van het afweersysteem ‘ontsnapt’, dan kan deze uitgroeien tot een tumor.

Je manier van leven ofwel je leefstijl
Wat je eet en andere dagelijkse gewoonten kunnen het risico op kanker doen toe- of afnemen. Bijvoorbeeld:
Eet je veel groente en fruit, dan verklein je de kans op het ontwikkelen van bepaalde kankersoorten. Het is niet precies bekend op welke manier groente en fruit tegen kanker beschermen. Ze bevatten veel vitaminen en mineralen en daardoor dus ook een grote hoeveelheid mineralen en andere stoffen, waaronder zgn. ‘anti-oxidanten’.  Er wordt aangenomen dat deze beschermen tegen schadelijke chemische stoffen die eventueel het lichaam kunnen binnendringen.
Eigenlijk zou iedereen minstens 5 porties groente en fruit per dag moeten eten. Sommige deskundigen adviseren zelfs meer!

Eten van teveel vet verhoogt vermoedelijk de kans op het krijgen van bepaalde soorten kanker.
De kans dat je bepaalde kankersoorten krijgt wordt versterkt door, onder meer: obesitas (overgewicht of zelfs vetzucht), te weinig bewegen en het drinken van grote hoeveelheden alcohol.

Straling
Blootgesteld worden aan straling is kankerverwekkend. In contact komen met radioactieve materialen (maar zeker ook de nucleaire ‘fall-out’ na een atoombom of atoomramp) kan de ontwikkeling van leukemie en andere kankersoorten versterken.
Zit je teveel (onbeschermd) in de zon en verbrandt je daardoor (teveel UV-A en UV-B straling) dan bestaat de kans op het ontstaan van huidkanker.
Hoe hoger de hoeveelheid straling, des te groter de kans op kanker. We willen hier wel opmerken, dat een heel kleine hoeveelheid (bijvoorbeeld een röntgenfoto) praktisch geen risico oplevert.

Infecties
Hoewel het voor lang niet alle virussen geldt, worden bepaalde virussen wel degelijk in verband gebracht met kanker. Mensen met een hardnekkig Hepatitis B of Hepatitis C virus hebben een grotere kans op leverkanker. Een ander voorbeeld is het verband dat wordt gelegd tussen het Humaan Papilloma Virus en baarmoederhalskanker. Bijna alle vrouwen met baarmoederhalskanker zijn ooit in contact gekomen met het (hoog-risico) HPV virus.

Immuunsysteem
Functioneert het immuunsysteem niet goed, dan is het risico op het ontwikkelen van kanker hoger. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen, besmet met HIV-Aids of die een immunosuppressieve therapie ondergaan.

Erfelijke factoren
Kanker kan erfelijk zijn. Bepaalde soorten die veel voorkomen bij kinderen ontwikkelen zich vaak uit abnormale cellen die ontstaan door erfelijk ‘slechte’ genen.
Andere kankersoorten lijken weliswaar bij bepaalde mensen erfelijk te zijn, maar over de wijze waarop die erfelijkheid ontstaat is nog niet veel bekend. Het lijkt er op dat mensen bepaalde genen overerven, die ervoor zorgen dat ze meer bevattelijk zijn voor kankerverwekkende factoren, zoals bijvoorbeeld bepaalde voeding.

Kanker ontstaat meestal door een combinatie van oorzaken

Niet iedereen die in contact komt met een kankerverwekkende stof of straling, of die op een ongezonde manier leeft, krijgt kanker. Niet alle rokers krijgen bijvoorbeeld longkanker. Een groot deel van je leven krijg je zelfs te maken met lage hoeveelheden kankerverwekkende stoffen, zonder dat dit ooit tot kanker zal leiden.

Het lichaam beschermt ons voor een groot deel tegen de ontwikkeling van kanker. Er wordt bijvoorbeeld aangenomen, dat een groot aantal cellen die door kankerverwekkende factoren worden beschadigd, zichzelf weer herstellen. Ook het immuunsysteem van het lichaam is vaak in staat om enkele abnormale cellen te vernietigen, voordat ze zich vermeerderen tot een tumor.

Wellicht ook dat een kankerveroorzaker maar één bepaald gen beschadigd, terwijl er twee of meer beschadigde genen voor nodig zijn om cellen abnormaal uit te laten groeien.

In veel gevallen wordt aangenomen dat een combinatie van oorzaken zorgt voor het ontwikkelen van abnormale cellen, die uiteindelijk ‘ongecontroleerd’ uitgroeien tot kanker. Daarbij moet je denken aan een combinatie van erfelijke factoren, in contact komen met kankerverwekkende stoffen, je leeftijd, je manier van leven (met name eten en drinken), hoe goed je immuunsysteem werkt, enzovoorts.