Longkanker

Wat zijn de longen?

Er zijn twee longen, één aan elke kant in de borstkas. Lucht komt in de longen terecht via de luchtpijp (trachea), die zich opsplitsen in een aantal kleinere luchtwegen (bronchiën), van waaruit het in miljoenen kleine luchtzakjes (alveoli) terecht komt.

Wat is kanker?

Kanker is een ziekte van de cellen in het lichaam. Er bestaan veel soorten kanker die ontstaan in verschillende soorten cellen. Wat ze allemaal gemeenschappelijk hebben is dat kankercellen abnormaal zijn en niet reageren op normale beheersmechanismen.

Een kwaadaardig tumor is een knobbel of gezwel van weefsel dat bestaat uit kankercellen die zich blijven vermenigvuldigen. Naarmate ze groter worden dringen kwaadaardige tumoren omliggend weefsel en organen binnen, die daarbij beschadigd kunnen raken. Kwaadaardige tumoren kunnen ook uitzaaien naar andere delen van het lichaam. Dit gebeurt wanneer cellen afbreken van de eerste (primaire) tumor en via de bloedsomloop of lymfevaten in andere delen van het lichaam terecht komen. Deze cellen kunnen daarna ‘secundaire’ tumoren vormen (metastases) in één of meer delen van het lichaam. Deze secundaire tumoren kunnen daarna groeien, omliggend weefsel en organen beschadigen en zich weer verspreiden.

Sommige soorten kanker zijn erger dan anderen, sommigen zijn gemakkelijker te behandelen dan anderen (met name als ze vroegtijdig worden opgemerkt), en sommigen hebben een betere verwachting (prognose) dan anderen. Kanker is dus meer dan één aandoening. Bij ieder geval moet je precies weten om welk type kanker het gaat, hoe groot het inmiddels is, en of het is uitgezaaid. Op die manier krijg je betrouwbare informatie over de mogelijke behandeling en de verwachtingen.

Zie onze folder over ‘Wat zijn kanker en tumoren’ voor meer informatie over kanker in het algemeen.

Wat is longkanker?

Longkanker is in Nederland op prostaatkanker na de meest voorkomende soort kanker bij mannen. Bij vrouwen neemt het aantal gevallen van longkanker nog steeds toe. Jaarlijks wordt bij ongeveer 9000 mensen longkanker vastgesteld.

Primaire longkanker

Primaire longkanker komt voort uit cellen in de longen. Er zijn verschillende soorten primaire longkanker. De twee meest voorkomende zijn kleincellig longcarcinoom en niet-kleincellig longcarcinoom .

Tot de tweede groep behoren o.a. zgn. squameuze celkankers (de meest voorkomende vorm van longkanker), adenocarcinomen en grootcellig longcarcinoom. Ongeveer 20% van de longkankers is kleincellig, de rest is anders. De verschillende soorten longkanker komen voort uit de verschillende soorten cellen in de wanden van de bronchiën. Er zijn een paar soorten primaire longkanker die voortkomen uit andere soorten longcellen.

Iedere soort longkanker heeft zijn eigen eigenschappen. Kleincellige longkanker groeit bijvoorbeeld heel snel. Tegen de tijd dat het wordt opgemerkt, is het in de meeste gevallen al naar andere delen van het lichaam uitgezaaid. Andere vormen van longkanker ontwikkelen zich daarentegen langzamer en het kan enige tijd duren voor ze naar andere delen van het lichaam uitzaaien.

Secundaire longkankers
Secundaire longkankers zijn gezwellen die vanuit andere delen van het lichaam naar de longen zijn uitgezaaid. Omdat al het bloed door de longen stroomt, is de kans groot dat kanker elders in het lichaam uitzaait naar de longen.

Secundaire longkankers worden in deze folder verder niet behandeld.

Mesothelioom
Dit is een kanker van de pleura (longvlies), een weefsel dat de longen bedekt. Strikt genomen is dit geen longkanker (zie onze folder over ‘Mesothelioom’ voor meer informatie.)

Wat is de oorzaak van longkanker?

Een kankergezwel begint met één abnormale cel. De precieze reden waarom cellen abnormaal worden is onduidelijk. Men vermoedt dat er iets is dat bepaalde genen in de cel verandert of beschadigt. Dit zorgt ervoor dat de cel abnormaal wordt en zich ongebreideld kan  vermenigvuldigen.

(Zie onze folder over ‘De Oorzaken van Kanker’ voor meer informatie.)

Roken
Roken is een belangrijke risicofactor en het is de hoofdoorzaak van longkanker. Tabaksrook bevat kankerverwekkende stoffen – stoffen die cellen kunnen beschadigen en zo tot kanker kunnen leiden. Ongeveer 90% van de gevallen van longkanker wordt veroorzaakt door roken.

Vergeleken met niet-rokers hebben mensen die tussen 1-14 sigaretten per dag roken een acht maal groter kans op longkanker, terwijl de kans bij mensen die er 25 of meer per dag roken 25 keer zo groot is. De kans op longkanker hangt echter meer af van hoe lang iemand rookt: 40 jaar lang één pakje per dag roken is gevaarlijker dan 20 jaar 2 pakjes.

Als je stopt met roken duurt het 15 jaar voordat de kans op longkanker vergelijkbaar is met die van niet-rokers.

Andere factoren
Niet-rokers lopen een kleiner risico op het ontwikkelen van longkanker. Mensen die echter aan de rook van anderen worden blootgesteld (meeroken) lopen een iets hoger risico. Mensen die met bepaalde stoffen werken, zoals radioactieve stoffen, asbest, nikkel en chroom lopen een verhoogd risico, met name als ze ook nog roken. Mensen die in gebieden wonen met veel achtergrondstraling van radon lopen een iets hoger risico, en luchtvervuiling kan ook een rol spelen.

Longkanker bij een eerstegraads familielid (moeder, vader, broer, zuster) betekent een iets hoger risico op longkanker. NB: in de meeste gevallen is er geen familieconnectie.

Wat zijn de symptomen van longkanker?

De symptomen van longkanker kunnen van geval tot geval verschillen. Veel mensen hebben helemaal geen symptomen in de eerste stadia van de ziekte en de longkanker kan worden ontdekt als er om een andere reden een röntgenfoto van de borstkas (thoraxfoto) wordt genomen. Mogelijke eerste symptomen zijn:

  • Een aanhoudende hoest.
  • Bloed ophoesten of slijm met bloed erin.
  • Lichte pijn in de borst.
  • Vermoeidheid en weinig energie.
  • Gewichtsverlies.
  • Kortademigheid of piepende ademhaling – met name als het gezwel zich bevindt in één van de hoofdluchtwegen en de luchttoevoer deels blokkeert.

Naarmate het gezwel groter wordt, kunnen de symptomen erger worden:

  • Dezelfde symptomen als hierboven, maar dan erger.
  • Longontsteking kan zich ontwikkelen in een deel van de longen dat wordt geblokkeerd door een groeiend gezwel. Het kan zijn dat de ontsteking met antibiotica niet beter wordt.
  • Er kan zich vocht ophopen tussen de longen en de wand van de borstkas. Dit kan de kortademigheid erger maken.
  • Een gezwel bovenin de longen kan aandrukken tegen de zenuw die naar de arm gaat en pijn, zwakte en tintelingen in de arm en schouder veroorzaken.
  • Aangezichtsoedeem (vocht in het gelaat) kan optreden als het gezwel tegen een hoofdader die bloed vervoert van het hoofd naar het hart aandrukt.
  • Sommige kleincellige tumoren kunnen grote hoeveelheden hormonen aanmaken die symptomen kunnen veroorzaken in andere delen van het lichaam.

Als de kanker uitzaait naar andere delen van het lichaam, dan kan er sprake zijn van verschillende andere symptomen.

Hoe wordt longkanker vastgesteld?

Als een arts vermoedt dat je longkanker hebt, dan wordt er meestal eerst een röntgenfoto van je borst gemaakt. Dit is een eenvoudige en snelle manier om abnormale veranderingen in je longen weer te geven. Een röntgenfoto is echter geen bewijs dat je longkanker hebt, omdat de veranderingen verschillende oorzaken kunnen hebben. Daarom zijn er andere onderzoeken nodig.

De diagnose bevestigen
Als er kanker wordt vermoed, wordt er meestal een stukje longweefsel onder een microscoop bekeken. Op die manier kan worden vastgesteld of je kanker hebt, en zo ja, welke vorm. Het weefsel kan op één van de volgende manieren uit de longen worden gehaald.

  • Bronchoscopie is een veel gebruikte manier om in de luchtwegen te kijken en een stukje weefsel van een gezwel af te halen. Een brochoscoop is een dunne, flexibele telescoop. Het is ongeveer even dik als een potlood. De bronchoscoop wordt door de neus en achterkant van de keel via de luchtpijp in de longen gebracht. De glasvezels maken het mogelijk de binnenkant van de luchtwegen te bekijken. Een bronchoscoop heeft een tweede kanaal waardoor een dunne grijper kan worden ingebracht. Zo kan er een stukje weefsel uit de long worden verwijderd voor onderzoek. (Zie onze folder over ‘Bronchoscopie’ voor meer informatie.)
  • Een sputumkweek. Je kan gevraagd worden om wat sputum (opgehoest slijm) te verzamelen. Soms is het mogelijk om onder een microscoop kankercellen in sputum te zien.
  • Een procedure waarbij een arts een dunne naald door je borstkas heen steekt om een stukje weefsel uit je longen te halen. Op basis van de röntgenfoto kan worden bepaald waar het weefsel vandaan moet worden gehaald. De procedure vindt plaats onder plaatselijke verdoving.
  • Als er vocht zit tussen je longen en borstkas, mogelijk als gevolg van kanker, dan kan er wat van dat vocht worden afgetapt (vergelijkbaar met bovenvermelde procedure).  De vloeistof wordt onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen.
  • Mediastinoscopie. Dit wordt gebruikt om lymfeklieren in de borstkas (met name in de ruimte achter je borstbeen) te onderzoeken en weefsel te oogsten. Het wordt meestal onder plaatselijke verdoving gedaan. Het instrument dat wordt gebruikt lijkt op een bronchoscoop. Er wordt een kleine snee aangebracht in de hals, waarna het instrument naast de luchtpijp wordt ingebracht.
  • Thoracoscopie met behulp van video. Een instrument dat lijkt op een bronchoscoop wordt via een snee in de borstkas ingebracht, onder algehele verdoving. Op die manier kan een arts het longweefsel direct bekijken en weefsel verwijderen.
  • Endobronchiale ultrasonisch-geleide transbronchiale aspiratie. Bij dit onderzoek wordt een dunne bronchoscoop in de longen aangebracht Er worden beelden gemaakt van het gebied tussen de twee longen (het mediastinum) met een speciale ultrageluid ‘camera’ naast de bronchoscoop. Weefsel kan op deze manier ook worden verwijderd.

Het beoordelen van de groei en uitzaaiingen
Als vaststaat dat je longkanker hebt kan er verder onderzoek worden gedaan om vast te stellen of het is uitgezaaid, bijvoorbeeld een CT scan, een MRI scan, een PET scan of andere onderzoeken. (Zie onze folders over deze onderzoeken voor meer informatie). In deze fase wordt het stadium van de kanker vastgesteld. Het doel is vast te stellen:

  • Hoeveel de kanker in de longen is gegroeid.
  • Of de kanker is uitgezaaid naar de plaatselijke lymfeklieren of andere delen van de longen.
  • Of de kanker is uitgezaaid naar andere delen van het lichaam.

Door vast te stellen in welk stadium de kanker zich bevindt is het mogelijk om de beste behandeling te kiezen. Het geeft ook een redelijke indicatie van de prognose. (Zie onze folder ‘Het Stadium van Kanker Vaststellen’ voor meer informatie).

Wat zijn de mogelijke behandelingen van longkanker?

Mogelijke behandelingen zijn operatief ingrijpen, chemotherapie en radiotherapie. De specifieke behandeling hangt af van verschillende factoren, zoals de precieze locatie van de kanker, het soort kanker, het stadium waarin de kanker zich bevindt (hoe groot het gezwel is en of het al dan niet is uitgezaaid) en je algehele gezondheid.

De behandelingen bij de verschillende soorten longkanker lopen zeer uiteen.

Bespreek deze zaken uitgebreid met de specialist die van jouw geval op de hoogte is. Hij/zij kan je de voor- en nadelen vertellen, mogelijke bijwerkingen en andere bijzonderheden over de verschillende mogelijke behandelingen voor jouw type kanker.

Het is ook belangrijk het doel van de behandeling te bespreken, bijvoorbeeld:

  • Behandeling kan als doel hebben de kanker te genezen. Sommige longkankers kunnen worden genezen, met name als behandeling in een vroeg stadium plaatsvindt. (Artsen spreken liever van ‘remissie’ dan van ‘genezing’. Remissie betekent dat er na de behandeling geen bewijs van kanker is. Als je in ‘remissie’ bent, kan het zijn dat je genezen bent. In sommige gevallen keert de kanker echter na een aantal maanden of jaren terug. Daarom gebruiken artsen niet graag het woord ‘genezen’).
  • Behandeling kan als doel hebben de kanker onder controle te krijgen. Als genezing niet realistisch is, dan is het vaak mogelijk om de groei en uitzaaiing van de kanker te beperken zodat het zich minder snel ontwikkelt. Daardoor kan het mogelijk zijn dat je een tijdlang geen last hebt van de symptomen.
  • Behandeling kan erop gericht zijn de symptomen te verlichten. Als genezing niet mogelijk is, dan kan behandeling erop gericht zijn de omvang van de kanker te verminderen, wat symptomen zoals pijn kan verlichten. Als de kanker in een vergevorderd stadium is dan kan het zijn dat je behandelingen nodig hebt zoals voedingssupplementen, pijnstillers of andere technologieën die je helpen pijn en andere symptomen te bestrijden.

Operatief ingrijpen
Een operatie kan een optie zijn als de kanker zich in een vroeg stadium bevindt. In de meeste gevallen worden de longen geheel of gedeeltelijk verwijderd. In veel gevallen is de kanker achter al uitgezaaid als het wordt ontdekt, waardoor operatief ingrijpen geen optie meer is.

Operaties worden meestal niet uitgevoerd bij kleincellige kankers. Ook is het geen optie als de algehele gezondheid slecht is, bijvoorbeeld als je andere longproblemen hebt, zoals chronisch verstopte luchtwegen.

Radiotherapie (bestraling)
Radiotherapie is een behandelmethode waarbij hoge energie straling op kankerweefsel wordt gericht. Het doodt de kankercellen, of voorkomt dat ze zich verder vermenigvuldigen. (Zie onze folder over ‘Radiotherapie’ voor meer informatie.)

Radiotherapie kan worden gegeven aan mensen met beide soorten longkanker. Het kan naast een operatie of chemotherapie worden toegepast. Radiotherapie wordt soms op het toegepast (zogenaamde profylactische craniale radiotherapie) om de kans dat de kanker naar de hersenen uitzaait te verminderen bij mensen met kleincellige longcarcinoom.

Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling van kanker waarbij chemische stoffen worden gebruikt om kankercellen te doden of ervoor te zorgen dat ze zich niet kunnen vermenigvuldigen. (Zie onze folder over ‘Chemotherapie’ voor meer informatie.)

Chemotherapie is meestal de behandeling waarvoor wordt gekozen bij mensen met kleincellig longcarcinoom.

Chemotherapie wordt soms toegepast na een operatie bij niet-kleincellig longcarcinoom. Dit staat bekend als ‘adjuvante chemotherapie’.

Het soort chemotherapie waarvoor wordt gekozen hangt als van het type kanker. Chemotherapie kan bij sommige mensen ook worden gebruikt om longkanker die naar andere delen van het lichaam is uitgezaaid te behandelen.

Andere behandelingen
Radiofrequentie ablatie is een vrij nieuwe techniek waarbij een kleine sonde in het gezwel wordt aangebracht en een radiofrequentie-energie wordt gebruikt om hitte te genereren en zo het omliggende kankerweefsel te doden. Meestal wordt op hetzelfde moment een CT-scan uitgevoerd om de arts naar de kankercellen te geleiden. Het wordt het meest gebruikt bij patiënten waarbij de longkanker nog in een vroeg stadium verkeert en voor wie een operatie niet van toepassing is.

Een nieuwe behandeling genaamd fotodynamische therapie (FDT) gebruikt lage-energie lasers in combinatie met een lichtgevoelig medicijn om kankercellen te vernietigen. Op dit moment wordt deze behandeling nog slechts verricht in een beperkt aantal specialistische ziekenhuizen. Het is een techniek die nog in de onderzoeksfase is en die nog niet tot de standaard behandelingen behoort.

Wat is de prognose?

De prognose is het beste voor mensen bij wie de kanker zich nog in een vroeg stadium bevindt en waarbij er nog geen uitzaaiingen zijn. Als de kanker in een vroeg stadium is dan biedt operatief ingrijpen een redelijke kans op genezing. Bij de meeste mensen bij wie longkanker is geconstateerd is de kanker echter al uitgezaaid. In zo’n geval is de kans op genezing aanmerkelijk kleiner. Behandeling kan de ontwikkeling van de kanker echter in veel gevallen wel vertragen.

De behandeling van kanker is een gebied dat in ontwikkeling is. Er worden voortdurend nieuwe methodes ontwikkeld en de informatie omtrent de vooruitzichten in deze folder is heel algemeen. De specialist die van jouw geval op de hoogte is kan je nauwkeuriger informatie geven over jouw vooruitzichten en hoe groot de kans is dat jouw soort kanker en het stadium waarin die zich bevindt kan reageren op behandeling.