Microben, ziektekiemen en antibiotica

Wat zijn microben?

Dokters verdelen microben (of ziektekiemen) in diverse groepen. Hieronder worden vier groepen microben beschreven die ziekten veroorzaken.

Bacteriën
Er bestaan heel veel bacteriën. Sommige zijn nuttig en beschermen de mens. Andere zijn van nature aanwezig in ons lichaam – met name in de buikholte en de vagina – en helpen om het lichaam te beschermen. Vaak zijn bacteriën echter ook de veroorzakers van ernstige ziekten, zoals hersenvliesontsteking, longontsteking, tuberculose, enzovoorts. Een bacteriële infectie wordt behandeld met antibiotica.

Virussen
Deze zijn kleiner en anders dan bacteriën. Er bestaan heel veel soorten. De meeste ‘lichtere’ ziekten worden veroorzaakt door virussen. Bijvoorbeeld: verkoudheid, hoesten, griep, zere keel, waterpokken en enkele andere lichamelijke ongemakken. Vaak wordt er wat lacherig over gedaan, dat dokters alles maar afschuiven op virussen, maar in de meeste gevallen hebben zij ook gewoon gelijk.

Voor de meeste virusinfecties zijn geen medicijnen beschikbaar (dit in tegenstelling tot bacteriën). Gelukkig worden de meeste virussen goed bestreden door het immuunsysteem van het lichaam en zijn de ziekten binnen een paar dagen over. De kenmerkende verschijnselen, zoals koorts en slijmvliesontsteking, kunnen worden verlicht met Paracetamol.

Er zijn helaas een paar virussen die niet door het lichaam kunnen worden bestreden en serieuze gevolgen kunnen hebben. Een goed voorbeeld hiervan is het HIV-virus. Sommige antivirale medicijnen, bedoeld voor bepaalde infecties (bijvoorbeeld antiretrovirale geneesmiddelen) kunnen worden gebruikt om HIV te behandelen. Andere voorbeelden zijn Aciclovir en verwante medicijnen, gebruikt om bepaalde herpes virusinfecties te bestrijden. Antivirale medicijnen verlossen het lichaam niet van het virus. Ze werken meestal doordat ze de verspreiding (of vermeerdering) van het virus tegenhouden, waardoor het virus en de infectie die het veroorzaakt ‘onder controle’ kunnen worden gebracht door je eigen afweersysteem (immuunsysteem).

Schimmels
Er komen in mensen, planten en dieren veel schimmels voor die problemen kunnen veroorzaken. Schimmelinfecties tasten meestal de huid en de nagels aan. Ze veroorzaken ringworm, zwemmerseczeem en andere onhebbelijkheden aan de huid en de nagels. De nieuwste zalfsoorten werken veelal goed in het bestrijden van plaatselijke effecten. Een schimmelnagel kan echter hardnekkig zijn en moet soms zelfs langere tijd behandeld worden door het innemen van medicijnen.

Gisten
De meest voorkomende gistinfectie wordt veroorzaakt door een gist genoemd Candida, die bij vrijwel iedereen aanwezig is in de warme, vochtige delen van het lichaam. Het zorgt voor infecties in de vagina, luieruitslag bij baby’s en soms ook infecties elders aan het lichaam. Anti-gist zalf en –medicijnen werken meestal goed om dit te behandelen.

Antibiotica

Antibiotica zijn geen oplossing voor alle infecties. Ze zullen alleen die infecties bestrijden die veroorzaakt worden door bacteriën. Ze werken niet als een infectie wordt veroorzaakt door een virus, schimmel of gist. Zoals gezegd, worden de meeste gewone infecties veroorzaakt door virussen, zodat antibiotica daarbij geen nut hebben. In de meeste gevallen zal trouwens het immuunsysteem van het lichaam een bacteriële infectie beter en sneller verhelpen. Antibiotica zullen bijvoorbeeld het genezingsproces voor bronchitis en de meeste keel-, neus- en oorinfecties veroorzaakt door bacteriën, niet versnellen.

Antibiotica zijn evenwel heel hard nodig als je een serieuze bacteriële infectie hebt, zoals longontsteking of hersenvliesontsteking. In dergelijke gevallen is antibiotica vaak zelfs levensreddend. Als je ziek bent, zal de dokter je altijd eerst onderzoeken voordat antibiotica wordt voorgeschreven.

Hoe werken antibiotica?

Sommigen doden de bacteriën. Veelal door de celwand van de bacterie te vernietigen. Andere zorgen ervoor dat bacteriën zich niet meer kunnen vermeerderen.

Mogelijke problemen met antibiotica
Antibiotica zijn niet zonder enig gevaar. Het is dan ook niet goed om antibiotica gewoon maar in te nemen ‘voor het geval dat’ je een bacteriële infectie hebt. Alleen innemen als het echt nodig is en als ze voorgeschreven worden, want:

  • Antibiotica kunnen bijwerkingen geven zoals allergie, diarree, huiduitslag en misselijkheid. Dat komt vaak voor. Meestal is het niet al te serieus, maar toch is het voorgekomen dat mensen zijn gestorven aan een allergische reactie op antibiotica.
  • Antibiotica kunnen normale ‘verdedigingsbacteriën’ doden die leven in de buik en de vagina, waardoor de ‘aanvallers’ meer kans krijgen.
  • Een overmatig gebruik van antibiotica heeft ertoe geleid, dat bepaalde bacteriën zich hier aan hebben aangepast (zijn resistent) zodat de antibiotica niet meer werken. Een voorbeeld is de MRSA bacterie. Het is erg moeilijk om deze met antibiotica te bestrijden.
  • Sommige antibiotica gaan niet samen met andere medicijnen die je gebruikt. Gecombineerd gebruik kan tot reacties leiden, of de werking van een van beide middelen verminderen. Een bekend voorbeeld is het effect van bepaalde antibiotica op de werking van de anticonceptiepil. Vertel je dokter altijd welke medicijnen je gebruikt, als je antibiotica krijgt voorgeschreven.
  • Eten en drinken kan het opnemen van sommige antibiotica beïnvloeden. Lees daarom altijd de bijsluiter.

Samenvatting
Dokters kunnen het beste bepalen of je wel of niet antibiotica nodig hebt. Ben daarom niet verrast als het een keer niet wordt voorgeschreven bij een infectie. Vermoedelijk heeft de infectie dan een niet-bacteriële oorzaak.

Soms kan een virusinfectie evenwel uitgroeien tot een meer serieuze infectie. Ga naar de dokter, als een ziekte verandert, erger wordt of binnen een paar dagen niet over is en nieuwe verschijnselen laat zien.