MRSA bacterie

Wat is Staphylococcus aureus?

Staphylococcus aureus is een bacterie. Vaak wordt hij aangeduid als ‘S. aureus’ of stafylokok. Stafylokokken worden vaak aangetroffen op de huid of in de neus van gezonde mensen. Die mensen worden ‘dragers’ genoemd. Als zij gezond zijn, dan zal S. aureus ongevaarlijk voor ze zijn.

Toch kan S. aureus soms door de huid dringen en een infectie veroorzaken. Dat zal eerder gebeuren als je een wondje hebt, waardoor de bacterie onder de huid kan komen. S. aureus is de veroorzaker van huidziektes als bultjes, puisten, krentenbaard (impetigo) en abcessen. Ook wondinfecties zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van S. aureus.

Bij sommige mensen komt S. aureus in de bloedsomloop terecht, waardoor hij ernstige inwendige infecties kan veroorzaken. Bijvoorbeeld: sepsis (bloedvergiftiging), pneumonie (longontsteking), osteomylitis (botontsteking), endocarditis (hartklepontsteking), enzovoorts. Deze ernstige ontstekingen komen in de meeste gevallen voor bij mensen die al ziek zijn, of die een zwak immuunsysteem hebben. De ontstekingen moeten behandeld worden met antibiotica.

Wat is MRSA?

MRSA staat voor Methicilline Resistente Staphylococcus aureus. Omdat hij vooral in ziekenhuizen voorkomt, wordt het ook wel een ziekenhuisbacterie genoemd. Er zijn diverse ‘sub-types’ (of ‘stammen’) van S. aureus. Sommige daarvan worden aangeduid als MRSA-stammen. MRSA-stammen lijken erg veel op andere S. aureus-stammen. Sommige mensen zijn alleen maar ‘drager’ en bij anderen zullen infecties ontstaan.

De meeste S. aureus-infecties kunnen worden bestreden met antibiotica. MRSA-infecties zijn echter resistent voor een antibioticum, genaamd methicilline en ook voor vele andere soorten antibiotica. Resistent betekent dat de bacterie niet wordt gedood door de antibiotica.

MRSA komt sinds de jaren 80 van de vorige eeuw steeds meer voor. Het is tegenwoordig in meer dan 40% van de gevallen de oorzaak van sepsie met S. aureus.

Hoe ernstig is een MRSA besmetting?

MRSA-stammen zijn niet agressiever of besmettelijker dan andere S. aureus-stammen. Een besmetting met MRSA is echter wel veel moeilijker te bestrijden, omdat de antibiotica niet werken. MRSA-besmettingen kunnen vaak tot ernstige infecties leiden als ze niet op tijd als zodanig worden ontdekt en de gegeven antibiotica dus niet werken.

Wie wordt besmet met MRSA?

MRSA besmet meestal mensen die al in een ziekenhuis liggen. Met name als ze daar al langere tijd verblijven. Op sommige afdelingen van een ziekenhuis komen de bacteriën in grotere hoeveelheden voor. Bijvoorbeeld op de intensive care. Vooral mensen die ernstig ziek zijn en/of open wonden hebben (doorligwonden of brandwonden) kunnen de MRSA makkelijk oplopen. De wonden worden geïnfecteerd door de bacterie en zijn daardoor moeilijker te behandelen. De infecties die aan de huid beginnen, kunnen zich verder in het lichaam verspreiden, waar ze ernstige schade kunnen aanrichten. Soms zijn bepaalde instrumenten (zoals katheters of slangen) besmet met MRSA. Dat kan leiden tot urineweginfecties of bloedvergiftiging.

MRSA kan ook buiten ziekenhuizen mensen besmetten. Dat komt echter maar heel weinig voor.

MRSA kan je op twee manieren besmetten: óf je bent zelf drager, óf je krijgt het over van een ander.

MRSA kolonisatie (drager van MRSA)
Je bent drager, als MRSA-bacteriën zich op je huid of in je lichaam vestigen en zich vermeerderen, zonder dat je er ziek van wordt. De meest voorkomende plaatsen waar MRSA kan ‘koloniseren’, zijn je oksels, je neusgaten, je huid (vooral als je eczeem hebt), je keel en je urine. Zo’n kolonie kan dienen als een reservoir. De bacteriën worden er bewaard en kunnen later je lichaam aanvallen, of overgaan op anderen.

Als je weet dat je drager bent en je moet naar het ziekenhuis, bijvoorbeeld voor een operatie, dan moet je dat aan het ziekenhuis doorgeven. Het betekent niet dat je niet zult worden opgenomen of dat een behandeling zal worden uitgesteld.

Ben je inderdaad drager van MRSA, dan wordt meestal een behandeling voorgesteld, die ervoor zal zorgen dat je zelf in de toekomst geen infectie zult krijgen. Verder zullen maatregelen voorgesteld worden die ervoor zorgen dat de MRSA zich niet gaat verspreiden. Meestal krijg je een zalf voorgeschreven die in de neus moet worden aangebracht. Daarnaast vaak ook antiseptische reinigingsmiddelen, afhankelijk van de plaats, waar de bacterie op je lichaam wordt aangetroffen. Welke behandelmethode het beste is, wordt nog steeds onderzocht.

MRSA infectie 
Deze infecties treden meestal op met hoge koorts, als de MRSA-bacteriën de huid binnendringen en de drager ziek maken. Meestal betreft het infecties van een wond, de huid of andere ‘zachte weefsels’, zoals puisten en zweren. Ook longontsteking en bot- en urineweginfecties kunnen het gevolg zijn.

Hoe weet je of je besmet bent met MRSA?

Vermoed men een besmetting met S. aureus, dan zal, afhankelijk van het type infectie, een bloed- of urinemonster genomen worden, of een uitstrijkje van een wond. Dat materiaal wordt dan naar een laboratorium gestuurd voor onderzoek. Wordt inderdaad S. aureus aangetroffen, dan worden verdere onderzoeken gedaan, om te kijken welke antibiotica de bacterie kunnen doden. MRSA-stammen kunnen herkend worden aan de antibiotica die er in slagen om ze te doden. Bij gezonde mensen, waarvan vermoed wordt dat ze drager zijn, kan een uitstrijkje uit de neus of van de huid genomen worden, voor onderzoek.

Hoe verspreid MRSA zich?

MRSA gaat over van mens op mens, via direct huidcontact. Meestal wordt het opgelopen in een ziekenhuis. Je kunt ook besmet raken door het aanraken van lakens, handdoeken, kleren, enzovoorts van iemand die MRSA heeft. Manieren om de verspreiding van MRSA te voorkómen zijn:

  • Was regelmatig je handen. Mogelijk wordt gevraagd om je handen schoon te maken met een vloeistof op alcoholbasis, voordat je een ziekenhuis betreedt en als je het verlaat.
  • Zorg ervoor dat alle wonden goed, waterdicht zijn afgedekt.
  • Draag handschoenen als je in contact komt met iemand met MRSA. Dat hoeft natuurlijk niet als je alleen maar met hem of haar praat.
  • Voorkom dat je handdoeken enzovoorts met iemand moet delen.

Zoals gezegd, zal S. aureus (inclusief de MRSA-stammen) meestal geen infectie veroorzaken, als je normaal gezond bent. De bacterie zal wel op je huid komen, maar verder geen kwaad doen. Bezoekers van een patiënt met MRSA en ook de behandelende artsen en verplegers zullen meestal niet besmet raken. Ze kunnen wel drager worden en de bacterie doorgeven aan iemand die ziek is, die dan weer wel een infectie krijgt.

Wat is de behandeling bij een MRSA besmetting?

MRSA wordt over het algemeen behandeld met antibiotica. Bij puisten en abcessen veroorzaakt door MRSA word meestal slechts het vocht verwijderd en is geen antibioticum nodig. De keuze welke antibiotica te gebruiken is echter beperkt, omdat de meeste soorten niet werken. Veel MRSA infecties kunnen alleen behandeld worden met antibiotica die via een infuus moet worden toegediend. Zo’n kuur duurt meestal een aantal weken. Het risico op bijwerkingen is ook groter dan bij de ‘gewone’ antibiotica die gebruikt worden bij de behandeling van non-MRSA infecties.

Kan MRSA worden voorkomen?

Het aantal MRSA gevallen in ziekenhuizen kan omlaag, als al het ziekenhuispersoneel zich strikt aan de hygiëneregels houdt. Het belangrijkste is het wassen van de handen, elke keer voor én na een contact met iedere patiënt en voor én na elke handeling die gedaan gaat worden. Die eenvoudige maatregel zorgt ervoor dat de bacterie zich niet verspreid van patiënt op patiënt.

In ziekenhuizen worden vaak nog andere maatregelen genomen. Het regelmatig schoonmaken van de bedden, bijvoorbeeld, en zelfs het ontsmetten van hele afdelingen. Patiënten met MRSA zullen vaak apart gehouden worden van andere patiënten, in een eigen kamer of zelfs op een geïsoleerde afdeling.

Ben je inderdaad drager van MRSA dan wordt meestal een behandeling voorgesteld, die ervoor zal zorgen dat je zelf in de toekomst geen infectie zult krijgen. Verder zullen maatregelen voorgesteld worden die ervoor zorgen dat de MRSA zich niet gaat verspreiden.

MRSA-beleid in Nederland

Diverse organisaties zijn actief om antibioticaresistentie zo laag mogelijk te houden. De Werkgroep Infectie Preventie (WIP) en de Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid (SWAB) ontwikkelen landelijke richtlijnen voor ziekenhuishygiëne en verantwoord antibioticumgebruik. Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) en het Wetenschappelijk Instituut Nederlandse Apothekers (WINAp) stellen naslagwerken op met onder meer informatie over antibioticaresistentie. Het RIVM, het UMC St Radboud en het AMC houden resistentiegegevens binnen ziekenhuizen bij. Tot slot brengen de Werkgroep Antibioticumsurveillance van de SWAB, de Stichting Farmaceutische Kengetallen en International Medical Services het gebruik van antibiotica in kaart.

De SWAB-richtlijnen voor verantwoord antibioticumgebruik en de WIP-richtlijn voor preventie van MRSA vormen een groot deel van het Nederlands antibioticabeleid binnen ziekenhuizen. De lage prevalentie van MRSA (< 1% van het totaal aantal geteste isolaten is resistent) wijst op een succesvol MRSA-beleid. MRSA is echter een terugkerend probleem en het aantal gevallen van MRSA lijkt te stijgen in Nederland. Daardoor blijft handhaving van het MRSA-beleid een punt van aandacht. Dit geldt ook voor het naleven van de SWAB-richtlijnen voor verantwoord antibioticumgebruik, omdat het gebruik van antibiotica in het algemeen en het gebruik van breedspectrumpreparaten in het bijzonder stijgt in Nederland.

Voor ziekenhuizen is het soms moeilijk om de SWAB- en de WIP-richtlijnen na te leven, bijvoorbeeld door personeelstekort en verouderde apparatuur. Bovendien komen hulpverleners bij het naleven van de richtlijnen vaak voor moeilijke beslissingen te staan. Zo zouden ze volgens de richtlijnen een psychogeriatrische patiënt moeten isoleren, maar dit kan zeer nadelige gevolgen hebben voor de betreffende patiënt. Over het algemeen besteden ziekenhuizen wel aandacht aan infectiepreventie en beschikken ze over isolatie- en MRSA-protocollen. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze protocollen wordt toegekend aan ziekenhuishygiënisten. Echter, vaak is in de praktijk onduidelijk wie hiervoor binnen een bepaald ziekenhuis verantwoordelijk is.