Multiple Sclerose

Ook wel genoemd: 
MS

Wat is multiple sclerose (MS)?

Multiple Sclerose is een aandoening, waarbij delen van de hersenen en het ruggenmerg ontstoken raken. Het gevolg is dat delen van de hersenen en het ruggenmerg beschadigd raken wat leidt tot diverse verschijnselen (zie hieronder).

De hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen.

Tussen diverse delen van de hersenen en het ruggenmerg worden kleine elektrische impulsen (boodschappen) verstuurd door duizenden zenuwvezels. Elke zenuwvezel in de hersenen en het ruggenmerg wordt bekleed door een beschermende laag, de myelineschede. Deze myelineschede fungeert als een isolatielaag rondom een elektriciteitsdraad en is noodzakelijk om de elektrische boodschappen goed door de zenuwvezel te geleiden.

Zenuwen zijn opgebouwd uit vele zenuwvezels. Uiteindelijk zijn de zenuwen verbonden met de hersenen en het ruggenmerg en geven ze signalen door van en naar de spieren, de huid, organen en weefsels.

Wat veroorzaakt multiple sclerose?

MS wordt beschouwd als een auto-immuunziekte. Dit betekent dat bepaalde chemische stoffen en cellen, die normaal gesproken bacteriën, virussen, enzovoorts aanvallen, in plaats daarvan een deel van het lichaam aanvallen. Bij MS valt een deel van het immuunsysteem, met name de zogenoemde T-cellen, de myelineschede rondom de zenuwvezels in de hersenen en het ruggenmerg aan. Daardoor ontstaan kleine ontstekingsplekken.

Het immuunsysteem gaat door een of andere oorzaak op deze manier reageren. Een van de theorieën is dat een virus de oorzaak is. Anderen geven het milieu de schuld. Het immuunsysteem zou met name mensen met een bepaalde genetische structuur beïnvloeden.

De ontsteking rondom de myelineschede zorgt ervoor dat de aangetaste zenuw niet meer goed werkt, waardoor problemen ontstaan. De myelineschede kan herstellen als de ontsteking verdwijnt, waardoor de zenuwvezels weer goed functioneren. De ontsteking, of herhaaldelijke ontstekingen achter elkaar, kan echter kleine littekens (sclerose) achterlaten, waardoor de zenuwvezel voorgoed beschadigd raakt. Over het algemeen ontwikkelen zich bij een persoon met MS vele (multiple) van deze littekens (sclerose) in de hersenen en het ruggenmerg.

Hoe ontwikkelt multiple sclerose zich?

Is de ziekte eenmaal ‘opgewekt’, dan ontwikkelt zich een van de volgende patronen:

De relapsing-remitting beloopsvorm
Bij bijna 90% van de gevallen van MS is sprake van deze vorm van de ziekte. We spreken van een ‘relaps’ wanneer er een periode van ‘aanvallen’ optreedt, gevolgd door een herstelperiode. Tijdens een aanval, die meestal 2 tot 6 weken duurt, ontwikkelen zich diverse verschijnselen (hieronder beschreven). Soms duurt deze fase zelfs een aantal maanden. Gedurende deze periode nemen de verschijnselen in ernst toe (‘remit’). Vervolgens volgt een periode van ‘herstel’. Van tijd tot tijd herhalen de aanvallen zich.

De soort en het aantal verschijnselen dat tijdens een aanval optreedt verschilt van persoon tot persoon en is afhankelijk van waar myelineschedes beschadigd zijn. Ook bestaat er verschil in het tempo waarin aanvallen na elkaar optreden. Een of twee aanvallen, elke twee jaar komt veel voor. Meer of minder kan evenwel ook. Bij een aanval kunnen vorige verschijnselen zich herhalen maar kunnen zich ook nieuwe klachten aandienen.

Dit ‘aanval-herstel patroon’ duurt een aantal jaren. In het begin zie je volledig – of bijna volledig -  herstel na elke aanval. Na verloop van tijd kan behalve de myelineschede ook de zenuwvezel beschadigd raken.

Meestal, in de meeste gevallen na 5 tot 15 jaar, zullen bepaalde verschijnselen niet meer verdwijnen. Die blijvende verschijnselen zijn het gevolg van de toename van littekenweefsel in de hersenen en van algemene zenuwbeschadigingen. In de loop van de tijd wordt de ziekte dan ernstiger. Dit wordt dan de ‘secundaire beloopsvorm’ genoemd. Over het algemeen zal zich bij mensen met een relapsing-remitting MS na ongeveer 15 jaar een secundaire beloopsvorm ontwikkelen.

De primaire beloopsvorm
In ongeveer 10% van de gevallen is er geen aanval-herstel-patroon. De verschijnselen die optreden blijven aanwezig en worden geleidelijk aan ernstiger. Dit wordt ‘primaire MS’ genoemd.

Benigne MS
In minder dan 10% van de gevallen treedt MS op met lange perioden zonder aanvallen. Tussen de aanvallen kan soms wel tien jaar of meer zitten. Bij deze vorm van MS worden de verschijnselen niet permanent en treedt er dan ook geen ernstige invaliditeit op. Deze minst ernstige, milde vorm van MS word ‘benigne MS’ (goedaardige MS) genoemd.

Wie krijgt multiple sclerose?

In Nederland hebben ongeveer 15.000 mensen MS. Elk jaar komen er zo'n 350 nieuwe patiënten bij. Het kan iedereen treffen, op elke leeftijd. Onder de 10 jaar is het echter zeldzaam. Meestal doen de eerste verschijnselen zich voor tussen het 20e en 40e  jaar. Het is een van de meest voorkomende invaliderende aandoeningen in de Westerse wereld. Het komt twee keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

MS is geen echte erfelijke ziekte. Toch is de kans groter dat je MS krijgt als in je familie al iemand MS heeft. Bijvoorbeeld: een moeder, vader, broer of zus van een persoon met MS heeft een kans van 1 op 100 om de ziekte óók te krijgen. Normaal gesproken is die kans ongeveer 1 op 1000.

Welke verschijnselen treden op bij Multiple sclerose?

Verschijnselen tijdens een aanval
Bij MS kunnen heel veel verschillende verschijnselen optreden. Welke verschijnselen zich tijdens een aanval voordoen, is afhankelijk van welk deel (of delen) van de hersenen of ruggenmerg is (zijn) aangetast. Mogelijk heb je maar één probleem in één deel van je lichaam. Maar veel problemen verspreid in het lichaam is net zo goed mogelijk. De problemen ontstaan, omdat de aangetaste zenuwvezels niet meer goed werken. Meest voorkomende zaken zijn:

  • Gevoelloosheid of tintelingen in delen van de huid. Het meest voorkomende verschijnsel tijdens de eerste aanval.
  • Verzwakking of verlamming van sommige spieren, wat van invloed is op de bewegingsmogelijkheden ervan.
  • Gedeeltelijk gezichtsverlies. Wazig, of dubbel zien.
  • Problemen met evenwicht en coördinatie.
  • Trillingen of spastische bewegingen in sommige spieren.
  • Duizeligheid.
  • Problemen met plassen
  • Geen erectie kunnen krijgen.
  • Problemen met spreken.

Vermoeidheid en psychische problemen, zoals stemmingswisselingen en depressies komen ook veelvuldig voor bij mensen met MS.

Secundaire verschijnselen
Dit zijn verschijnselen die in een latere periode van de ziekte kunnen optreden en bovenop de hierboven omschreven verschijnselen komen. Het betreft onder meer: samentrekkingen van spieren (spasmen, krampen), urineweginfecties, osteoporose (botontkalking), verminderde spierwerking en problemen met lopen.

Hoe wordt multiple sclerose vastgesteld?

Bijna alle verschijnselen die we zien bij MS, komen ook voor bij andere ziekten. Met name in het begin (bij de eerste aanval) is het moeilijk om vast te stellen of het hier om MS gaat. Je kunt bijvoorbeeld een tijdje een gevoelloos been hebben, of een paar weken minder goed zien, wat daarna weer weggaat. Dat kán een eerste aanval van MS zijn, maar ook net zo goed door ‘iets anders’ veroorzaakt worden.

Een definitieve conclusie dat het om MS gaat wordt daarom niet eerder getrokken, dan na twee of meer aanvallen. Het kan dus maanden, of zelfs jaren van onzekerheid opleveren, voordat een heldere diagnose gesteld kan worden.

Kan een onderzoek helpen?

In de meeste gevallen is het na een eerste aanval, helemaal in het begin van de ziekte, niet mogelijk om met een onderzoek te bepalen of je MS hebt. Toch zijn er wel onderzoeken die kunnen uitwijzen of je - mogelijk of waarschijnlijk – MS hebt.

Meestal is een MRI scan (Magnetic Resonance Imaging) van de hersenen het  beste onderzoek. Met de scan kunnen kleine ontstekingen en littekens in de hersenen, die kenmerkend zijn voor MS, ontdekt worden. Een erg nuttige methode, maar nog steeds niet met 100% zekerheid. De resultaten van de MRI scan moeten altijd bekeken worden, samen met de verschijnselen en met lichamelijk onderzoek.
Sinds de mogelijkheid van een MRI scan, worden andere soorten onderzoek veel minder gedaan. Soms zal echter nog gebruik worden gemaakt van:

  • Een lumbaalpunctie (ruggenprik). Onder plaatselijke verdoving wordt hierbij tussen de lendenwervels door een naald in de liquorruimte geprikt waarna er wat hersenvocht wordt weggehaald. Dat vocht wordt onderzocht, waarbij wordt gekeken naar bepaalde proteïnen (eiwitten). Bij MS kan het niveau van bepaalde proteïnen gewijzigd zijn. Dat kan echter ook een andere reden hebben.
  • Een onderzoek naar de reactiesnelheid van spieren (EMG of elektro myogram). Met elektroden wordt hierbij gemeten of er afwijkingen zijn in de elektrische boodschappen via de zenuwen van en naar de spieren.

Welke behandelingen zijn mogelijk bij multiple sclerose?

Er is geen genezing mogelijk, maar behandeling kan wel helpen. Behandelingen worden meestal onderverdeeld in vier groepen:

  • Medicijnen die het ziekteproces beperken en verminderen.
  • Corticosteroïden om aanvallen te behandelen.
  • Andere medicijnen om verschijnselen te bestrijden.
  • Therapie en andere ondersteuning om een beperking of handicap zoveel mogelijk te verlichten.

Medicijnen die het ziekteproces verminderen

Deze medicijnen zijn bekend onder de naam immunomodulatoren. Daaronder zijn twee soorten beta-interferon: 1a (Avonex en Rebif) en 1b (Beta-feron), glatirameeracetaat (Copaxone) en natalizumab. Deze medicijnen genezen MS niet. Onderzoek heeft wel uitgewezen, dat ze soms het aantal aanvallen verminderen. Ze kunnen ook een kleine invloed hebben bij het vertragen van de ontwikkeling van de ziekte.
Immunomodulerende middelen beïnvloeden het immuunsysteem in gunstige zin en sturen juist die reacties die een rol spelen bij het MS-proces bij ("moduleren"). In de behandeling wordt ook wel gebruik gemaakt van immunosuppressiva als Methotrexaat en Mitroxantone. Immunosuppressiva onderdrukken nagenoeg alle aspecten van het immuunsysteem, zonder onderscheid te maken tussen functies die wel of geen rol spelen bij MS.

Naar nieuwe medicijnen en combinaties van medicijnen wordt continu onderzoek gedaan.

Corticosteroïden
Een steroïde wordt meestal voorgeschreven, als je een aanval hebt die een handicap veroorzaakt. Meestal wordt voor een aantal dagen een hoge dosis voorgeschreven. Meestal moet je daarvoor een paar dagen aan het infuus. Soms worden tabletten gegeven. Corticosteroïden zoals methylprednisolon zijn al vele jaren de pijlers voor de behandeling van een aanval. Het zijn natuurlijke of synthetische hormonen die werken als bijnierschorshormonen en worden gebruikt om ontstekingen in het lichaam af te remmen en het immuunsysteem bij te sturen.
Ze zullen in de meeste gevallen de duur van de aanval verkorten. De verschijnselen zullen eerder afnemen dan ze normaal zouden hebben gedaan. Corticosteroïden zullen de voortschrijding van de ziekte echter niet afremmen.

Andere medicijnen om verschijnselen te bestrijden
Afhankelijk van de verschijnselen die optreden, kunnen de volgende medicijnen worden voorgeschreven:

  • Spasmolytische medicijnen om de spieren te ontspannen.
  • Soms zijn pijnstillers nodig.
  • Medicijnen die plasproblemen verminderen.
  • Antidepressiva als zich een depressie ontwikkelt.
  • Medicijnen die erectieproblemen tegengaan.
  • Er wordt gesproken over cannabis als medicijn voor MS patiënten.

Therapie en andere ondersteuning om een handicap zoveel mogelijk te verlichten
Afhankelijk van de problemen is diverse ondersteuning mogelijk:

  • Fysiotherapie
  • Arbeidsbemiddeling / arbeidstherapie
  • Logopedie
  • Speciale verpleegkundige  zorg/ thuiszorg
  • Psycholoog
  • Diverse adviseurs

Wat is de prognose?

Individueel is deze zeer wisselend. In het algemeen geldt echter:

  • Ongeveer 10 jaar na de eerste verschijnselen, heeft ongeveer de helft van de mensen met MS een of andere vorm van een blijvende beperking gekregen. De andere helft dus niet.
  • Na 15 jaar kan ongeveer de helft niet meer lopen zonder hulp of ondersteuning. De andere helft loopt nog zelfstandig.
  • Na 25 jaar zit ongeveer de helft van de patiënten in een rolstoel. De andere helft dus niet. Je komt met MS dus niet per definitie in een rolstoel terecht.

De levensverwachting van mensen met MS ligt ongeveer 6 tot 11 jaar lager dan de gemiddelde levensverwachting. MS is bijna nooit een directe aanleiding tot overlijden. Zoals bij alle andere handicaps, zul je met MS meer risico lopen op het ontwikkelen van een ernstige ziekte, zoals longontsteking. Niet of moeilijk te behandelen complicaties zijn vaak de oorzaak van overlijden.