Osteoporose

Inzicht in botten en osteoporose

Bot is gemaakt van taaie, elastische vezels en mineralen (stenig, hard materiaal). Het is  levend weefsel dat cellen bevat, die bot aanmaken. In je groeifase, overtreft botvorming de botafbraak (botresorptie). Maar, als je ouder wordt, draait dit om. Na ongeveer de leeftijd van 45, begin je een hoeveelheid botmateriaal te verliezen. Je botten worden minder zwaar en minder sterk. Het botverlies kan variëren. Bij veel botverlies krijg je osteoporose. Als je osteoporose hebt, dan kunnen je botten gemakkelijker breken. Vooral als je een blessure krijgt, zoals door een val. Als je een mildere mate van botverlies hebt, dan staat dit bekend als osteopenia.

Hoe vaakt komt osteoporose voor?
Vrouwen verliezen botmateriaal sneller dan mannen, vooral na de menopauze, wanneer hun oestrogeen niveau daalt. Oestrogeen is een hormoon, dat tegen botverlies beschermt. Op de leeftijd van 50 jaar, hebben ongeveer 2 op de 100 vrouwen osteoporose. Dit loopt op tot 1 op de 4 vrouwen bij de leeftijd van 80. Maar osteoporose treft ook mannen. Meer dan een derde van de vrouwen en een op de vijf mannen hebben een of meer botbreuken als gevolg van osteoporose in hun leven.

Wie loopt risico op osteoporose?
Alle mannen en vrouwen lopen het risico om osteoporose te ontwikkelen, naarmate ze ouder worden, met name boven de leeftijd van 60 jaar. Zoals hierboven vermeld, lopen vrouwen meer risico dan mannen. De volgende situaties kunnen leiden tot excessief botverlies en dus een verhoogd risico op osteoporose. Als je:

• Vrouw bent en je menopauze vóór de leeftijd van 45 jaar begonnen is.
• Al een botbreuk krijgt na een kleine val of stoot.
• Uit een familie komt, waarin osteoporose vaak voorkomt.
• Een body mass index (BMI) van 19 of minder hebt. Bijvoorbeeld, als je anorexia nervosa hebt. In deze situatie is je oestrogeen niveau vaak voor lange tijd laag en gecombineerd met slechte voeding kan dit van invloed  zijn op je botten.
• Vrouw bent en je menstruatie gedurende zes maanden tot een jaar stopt of voor een langere periode gestopt is voor je menopauze. 
• Steroïde medicijnen (zoals prednisolon) gedurende drie maanden of meer inneemt of hebt ingenomen. Een neveneffect van steroïden is het veroorzaken van botverlies. Langere perioden steroïden gebruiken is soms nodig om bijvoorbeeld artritis of astma onder controle te krijgen.
• Een roker bent.
• Meer dan vier glazen alcohol per dag drinkt.
• Gebrek aan calcium en/of vitamine D hebt, te wijten aan slechte voeding en/of weinig blootstelling aan zonlicht.
• Geen regelmatige lichaamsbeweging -vooral tijdens je tienerjaren – hebt genoten.
• Bepaalde medische aandoeningen hebt/had. Bijvoorbeeld, een overactieve schildklier, het syndroom van Cushing, de ziekte van Crohn, chronisch nierfalen, reuma, chronische leveraandoening, diabetes type 1 of weinig lichaamsbeweging.