Ovariumkanker

Ook wel genoemd: 
Eierstokkanker

Wat zijn de eierstokken?

Vrouwen hebben twee eierstokken, een aan beide zijden van de baarmoeder in de onderbuik. Eierstokken zijn klein en rond, beide ongeveer ter grootte van een walnoot. De eierstokken produceren eicellen. Bij vruchtbare vrouwen wordt er elke maand een eicel (ovum) los gelaten uit een van de eierstokken. De eicel gaat via de eileider naar de baarmoeder waar het bevrucht kan worden met sperma.
De eierstokken maken ook hormonen inclusief de ‘vrouwelijke’ hormonen oestrogeen en progesteron. Deze hormonen komen in de bloedbaan en hebben verschillende effecten op andere delen van het lichaam zoals ook het reguleren van de menstruatiecyclus en de menstruatie.

Wat is kanker?

Kanker is een ziekte van de cellen in het lichaam.  Het lichaam is opgebouwd uit miljoenen kleine cellen. Er zijn veel verschillende soorten cellen in het lichaam, en veel verschillende soorten kanker die ontstaan uit die verschillende soorten cellen. Wat alle vormen van kanker met elkaar gemeen hebben is dat de kankercellen abnormaal zijn en zich ongebreideld vermenigvuldigen.
Een kwaadaardige tumor is een 'knobbeltje' of 'groei' van weefsel bestaande uit kankercellen die zich blijven vermenigvuldigen.  Kwaadaardige tumoren kunnen doorgroeien in nabijgelegen weefsels en organen wat schade kan veroorzaken.

Kwaadaardige tumoren kunnen zich ook verspreiden (uitzaaien)naar andere delen van het lichaam.  Dit gebeurt als bepaalde cellen afbreken van de eerste (primaire) tumor en worden vervoerd via de bloedbaan of lymfekanalen naar andere delen van het lichaam.  Deze kleine groepen cellen kunnen zich ook weer vermenigvuldigen om "secundaire" tumoren (metastasen) te vormen in één of meer delen van het lichaam.  Deze secundaire tumoren kunnen ook weer groeien, doorgroeien in nabijgelegen weefsels en schade aanbrengen, en ze kunnen zich ook weer uitzaaien (metastaseren).

Sommige kankers zijn ernstiger dan anderen, sommige kunnen beter behandeld worden dan andere (met name als de diagnose in een vroeg stadium wordt gesteld) en sommige hebben betere vooruitzichten (prognose) dan anderen.

Dus, kanker is niet één aandoening op zich, maar kan verschillende vormen aannemen.  In elk geval is het belangrijk om precies te weten wat voor soort kanker zich heeft ontwikkeld, hoe groot het is geworden en of het  zich heeft uitgezaaid.  Weet je dit dan kun je betrouwbare informatie zoeken en vragen over behandelingsmogelijkheden en prognose.
Zie de afzonderlijke folder genaamd 'Kanker - Wat is kanker en wat zijn tumoren' voor meer informatie over kanker in het algemeen.

Wat is eierstokkanker en hoe vaak komt het voor?

Eierstokkanker komt vaker voor dan baarmoederhalskanker. In Nederland wordt jaarlijks bij ongeveer 1100 vrouwen eierstokkanker gediagnosticeerd. De meerderheid van de gevallen treft vrouwen boven de 50 jaar, alhoewel het ook bij jongere vrouwen kan ontstaan. Er zijn verschillende typen eierstokkanker. Ze worden geclassificeerd door het type cel van waaruit de kanker is ontstaan:

  • Epitheelceltype is het meest voorkomende type (ongeveer 90%). Dit type kanker ontwikkelt van een van de cellen die de buitenkant van elke eierstok omringt. Deze buitenste laag van de cellen wordt het germinale epitheel van de eierstok genoemd. Epitheelcel eierstokkanker treft vrouwen  meestal na de menopauze – meestal vrouwen boven de 50. Het is zeldzaam bij jongere vrouwen. Er zijn verschillende ‘subtypen’ afhankelijk van het precieze uiterlijk van de kankercellen (zichtbaar onder een microscoop).
  • Kiemceltype ontwikkelt zich uit kiemcellen (de cellen die de eicellen produceren). Dit type vormt ongeveer 10% van de gevallen van eierstokkanker. Het ontwikkelt zich vooral bij jongere vrouwen. Wederom zijn er verschillende ‘subtypen’ afhankelijk van het precieze uiterlijk van de cellen die kanker veroorzaken. Het kiemceltype is meestal te genezen, zelfs als het in een laat stadium is gediagnosticeerd, omdat het meestal goed op behandeling reageert. 
  • Stromale type ontwikkelt zich uit steuncellen in de eierstok (bindweefselcellen die hormonen produceren). Deze soort van kanker is zeldzaam.

De behandeling en prognose zijn verschillend voor elk type eierstokkanker.

De rest van dit artikel gaat alleen over eierstokkanker van het epitheelceltype.

Wat veroorzaakt (epitheelcel) eierstokkanker?

Een kwaadaardige tumor begint uit een abnormale cel. De precieze reden waarom een cel kwaadaardig wordt is onduidelijk. Aangenomen wordt dat er ‘iets’ is dat bepaalde genen in cellen beschadigt of verandert. Dit maakt de cel abnormaal waardoor deze zich ‘ongecontroleerd’ gaat vermenigvuldigen. (Zie aparte folder ‘Kanker – Wat veroorzaakt kanker’ voor meer details.)

In de meeste gevallen is de reden waarom eierstokkanker zich ontwikkelt onbekend. Wel zijn factoren die bekend die het risico op ontwikkeling van eierstokkanker kunnen veranderen. Dit zijn:

  • Leeftijd. Meestal ontstaat het boven de 50 jaar.
  • Ovulatiefactoren. Factoren die het aantal keren dat een vrouw ovuleert (eisprong heeft) verminderen verlagen het risico een beetje. Afname van het aantal ovulaties kan bijvoorbeeld door het gebruik van de combinatie- anticonceptiepil, kinderen baren en borstvoeding geven. Daarentegen zijn kinderloosheid of een late menopauze iets risicoverhogend. 
  • Overgewicht of zwaarlijvigheid verhoogt het risico.
  • Gebruik van HVT (Hormoon Vervangende Therapie) kan het risico licht verhogen.
  • Sterilisatie of een hysterectomie (verwijderen van de baarmoeder) lijkt het risico een beetje te verlagen.
  • Het nemen van de combinatie-anticonceptiepil biedt enige bescherming tegen eierstokkanker. Deze bescherming lijkt nog een tijd door te gaan na het stoppen met de pil.
  • Genetische factoren – zie onder.

Familiegeschiedenis en genetisch onderzoek

De meeste gevallen van eierstokkanker zijn niet het gevolg van genetische (erfelijke) factoren. Rond 5% is gevolg van genetische afwijkingen die het risico op kanker van de borst (mammacarcinoom) en eierstok (ovariumcarcinoom) verhogen. Sommige vrouwen worden doorverwezen voor genetisch onderzoek als er genetische ‘fouten’ worden verwacht op basis van een beladen familiehistorie. De belangrijkste genen die een rol spelen zijn BRCA1 of BRCA2. Heb je twee of meer naaste familieleden die op jonge leeftijd eierstok- of borstkanker hebben gehad (of bepaalde andere kankers) dan wordt genetisch onderzoek geadviseerd. Dit kun je met je huisarts of een specialist bespreken.

Kom je vanwege de familiehistorie in aanmerking voor regelmatig borstonderzoek (mammografie) dan moet je je ervan bewust zijn dat er een wat hoger risico is op (vroege symptomen van) eierstokkanker (zie onder). Ga snel naar een dokter als je een van de volgende symptomen ontwikkelt.

Wat zijn de symptomen van (epitheelcel) eierstokkanker?

In het begin ontwikkelen zich meestal geen symptomen. Symptomen kunnen pas opgemerkt worden wanneer de kwaadaardige tumor al vrij groot is. Bij groei van de tumor zijn de meest voorkomende symptomen:

  • Constante pijn of een gevoel van ‘druk’ in de onderbuik (bekkengebied).
  • Een constant opgeblazen gevoel in de buik dat niet weggaat (dus niet wisselt). Je buik kan in omvang toenemen.
  • Problemen met eten en je snel vol voelen.

Andere symptomen die kunnen ontwikkelen zijn:

  • Verlies van eetlust.
  • Pijn in de onderbuik bij seks.
  • Vaak urineren (omdat de blaas ‘geïrriteerd’ is door de nabij liggende tumor). 
  • Verandering in ontlastingspatroon zoals obstipatie of diarree.
  • Een zwelling van de buik. Dit wordt veroorzaakt door ascites, ophoping van vocht in de buik. Dit wordt veroorzaakt door de groei en uitzaaiing van de kanker in de buik waardoor zich vocht gaat vormen.

Alle bovenstaande symptomen kunnen ook door diverse andere aandoeningen veroorzaakt worden. De eerste symptomen zijn vaak ‘vaag’ zoals een ‘ongemakkelijk gevoel’ in de onderbuik. Hierdoor denk je vaak eerst aan andere aandoeningen. En wordt pas aan de diagnose eierstokkanker gedacht als de  klachten toenemen. 

Als de kanker uitzaait naar andere lichaamsdelen kunnen er verschillende andere symptomen ontstaan.

Hoe wordt (epitheelcel) eierstokkanker gediagnosticeerd en beoordeeld?

Eerste onderzoek

  • Een onderzoek door een dokter. Hij of zij kan een vergrote eierstok of een andere verdachte afwijking vinden.
  • Een echo. Dit is een pijnloos onderzoek wat door middel van geluidsgolven structuren in je lichaam in beeld brengt. De scanner van de echo wordt op je buik geplaatst om de baarmoeder te scannen. Ook kan via de vagina een scanner worden ingebracht om baarmoeder en eierstokken vanuit deze hoek te scannen om meer gedetailleerde plaatjes te krijgen. 
  • Een bloedonderzoek. Gezocht wordt naar zgn. proteïne (eiwit) CA-125. Meer dan 80% van de vrouwen met gevorderde eierstokkanker heeft een verhoogde waarde van CA-125. Vrouwen met een vroeg stadium van eierstokkanker hebben in ongeveer de helft van de gevallen een verhoogd CA-125. Andere niet-kwaadaardige aandoeningen kunnen echter ook een verhoogde waarde geven. Dit onderzoek is dus niet expliciet bewijzend voor eierstokkanker maar sluit het ook niet uit, en kan dus van nut zijn. Meting van CA-125 wordt ook vaak gebruikt om de effecten van behandeling van eierstokkanker te volgen.

Vervolgonderzoek
Afhankelijk van de klachten die je hebt en de uitslagen van de eerste onderzoeken kan vervolgonderzoek worden geadviseerd. Deze onderzoeken kunnen helpen bij het bevestigen van de diagnose en om het ‘stadium’ van de aandoening te bepalen. Dit laatste is van belang om na te gaan:

  • Hoe ver de tumor gegroeid is en of deze in andere nabij gelegen structuren zoals baarmoeder, blaas of rectum is gegroeid.
  • Of de kanker is uitgezaaid naar de lokale lymfeklieren.
  • Of de kanker is uitgezaaid naar andere delen van het lichaam (metastasen).

Stadia van eierstokkanker worden ingedeeld van stadium 1 (kanker alleen beperkt tot de eierstok) tot stadium 4 (waar de kanker extensief uitgezaaid is). De volgende onderzoeken kunnen worden ingezet om duidelijkheid te krijgen:

  • CT scan of MRI scan van de onderbuik. Deze scans geven de structuur van de interne organen weer (Zie folders ‘CT Scan’ en ‘MRI Scan’ voor details).
  • Een röntgenfoto van de thorax (borstholte) om te kijken of de kanker is uitgezaaid naar je longen.
  • Bloedonderzoek naar je algemene gezondheid en om na te gaan of de kanker je lever- of nierfunctie heeft aangetast.
  • Scans van de darmen of urinewegen. Bijvoorbeeld een coloscopie of CT scan. (Zie aparte folders ‘Coloscopie’ en ‘CT Scan’ voor details). Deze onderzoeken worden vaak gedaan als je klachten hebt als obstipatie, frequente mictie (vaak plassen) wat een aanwijzing kan zijn dat de kanker is doorgegroeid naar darmen of blaas/urinewegen.
  • Vochtophoping. Als je buik opgezwollen is door vocht (ascites) dan kan een punctie worden gedaan. Hiertoe wordt een stukje buikhuid lokaal verdoofd. Daarna wordt met een kleine naald door de buikwand geprikt en wordt wat vocht opgezogen. Dit vocht kan dan bekeken worden onder een microscoop om het te onderzoeken op kankercellen.
  • Laparoscopie. Dit is een methode om in je buik te kijken door middel van een laparoscoop. Dat is een soort dunne telescoop met een lichtbron. Het wordt gebruikt om structuren in de buik beter te kunnen bekijken. De laparoscoop wordt via een kleine incisie (snee) in de buik gebracht. De eierstokken en andere interne organen kunnen dan bekeken worden. Ook kunnen er biopten (kleine weefselmonsters) genomen worden om onder de microscoop na te kijken op kankercellen.

Zelfs met bovenstaande onderzoeken kan het exacte stadium (mate van groei en uitzaaiingen) niet geheel bekend zijn tot na een operatie.

Beoordelen van kankercellen (graderen)

Als een biopt van de kanker wordt genomen, of kankercellen worden in buikvocht aangetoond kunnen de cellen beoordeeld worden. Er wordt gekeken naar bepaalde kenmerken van de cellen onder een microscoop.

  • Stadium 1 - lage graad – de cellen lijken vrij veel op normale eierstokcellen. Van deze kankercellen wordt gezegd dat ze ‘goed gedifferentieerd’ zijn. Deze kankercellen lijken niet snel te groeien en te vermenigvuldigen en zijn niet zo ‘agressief’.
  • Stadium 2 – matige graad – matige differentiatie.
  • Stadium 3 – de cellen lijken erg abnormaal en van deze cellen wordt gezegd dat ze ‘slecht gedifferentieerd’ zijn. Deze kankercellen lijken snel te groeien en te vermenigvuldigen en zijn ‘agressiever’.

Het uitvinden van de graad van differentiatie (ontwikkeling) van de kanker helpt artsen de beste behandelopties te zoeken. Het geeft ook een redelijke indicatie van de prognose. Zie folder ‘Kanker stadia en graad’ voor details.

Wat zijn de behandelopties voor (epitheelcel) eierstokkanker?

Behandelopties kunnen zijn: operatie, chemotherapie en soms radiotherapie (bestraling). Geadviseerde behandeling hangt af van verschillende factoren zoals het stadium en de graad van de kanker en je algemene gezondheid. Je specialist kan je de voor- en nadelen uitleggen alsmede de te verwachten slagingskans, mogelijke bijwerkingen en andere details over de verschillende mogelijke behandelingen.

Het is verstandig het doel van de behandeling met je specialist te bespreken. Bijvoorbeeld:

  • Soms kan de behandeling gericht zijn op genezing van de kanker.  (Artsen gebruiken meestal het woord 'remissie' in plaats van het woord "genezen". Remissie betekent dat er geen bewijs van kanker is na behandeling. Als je 'in remissie' bent, kun je volledig genezen. Maar soms komt de kanker na maanden of jaren terug, daarom zijn artsen soms huiverig voor het gebruik van het woord genezen). Is er na 5 jaar geen kanker teruggekomen, dan wordt meestal wel van genezing gesproken.
  • De behandeling kan gericht zijn op het onder controle houden (beheersen) van de kanker. Is er geen kans op genezing dan kan behandeling de groei of het uitzaaien beperken, zodat het kankerproces minder snel gaat. Zo kun je nog lange tijd relatief weinig klachten hebben.
  • De behandeling kan alleen nog gericht worden op beperking van de symptomen. Dit zijn bv. behandelingen met pijnstillers of behandelingen van andere symptomen. Soms kan de grootte van de kanker wordt beïnvloedt zodat je minder last hebt van de omvang en bv ook minder last van pijn.

Chirurgie
Een operatie wordt in de meeste gevallen geadviseerd. Als de kanker in een zeer vroeg stadium is (alleen in de eierstok en niet uitgezaaid) dan kan de enige behandeling die nodig is een operatie zijn om de eierstok en de eileider te verwijderen. Maar in veel gevallen is de kanker al naar nabij liggende structuren doorgegroeid. Daarom is vaak een uitgebreidere operatie nodig. Zo kan de aangetaste eierstok worden verwijderd tezamen met de baarmoeder maar ook de andere eierstok en/of andere aangetaste delen van de onderbuik.

Tijdens de operatie kan de chirurg kleine biopten van structuren in de buik nemen en van structuren die de buikholte omringen, zoals het diafragma of de lymfeklieren. Deze weefselmonsters worden bekeken onder een microscoop op zoek naar kankercellen. Dit geeft informatie over het precieze stadium en biedt hulp bij de beslissing over vervolgbehandeling.

Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling van kanker waarbij (chemische) middelen worden toegediend die kankercellen doden of ervoor zorgen dat ze stoppen met vermenigvuldigen. Zie aparte folder ‘Chemotherapie met cytotoxische medicijnen’ voor meer details. Chemotherapie wordt vaak gegeven na een operatie. Het beoogt kankercellen die nog over zijn na de operatie te doden.

Soms wordt chemotherapie vóór een operatie gegeven om de grootte van de kanker te verminderen. Dit kan de operatie makkelijker maken en succesvoller.

Een tweede operatie wordt soms geadviseerd na een kuur van chemotherapie. Die heeft tot doel om de binnenkant van je buik te onderzoeken, te beoordelen hoe goed de chemotherapie gewerkt heeft en om eventuele kanker te verwijderen die in de eerste operatie-zitting niet verwijderd kon worden, maar die wat gekrompen is na de chemotherapie.

Radiotherapie (bestraling)
Radiotherapie is een behandeling die gebruik maakt van hoog-energetische stralen die gericht worden op het kwaadaardige weefsel. Dit doodt kankercellen of stopt de vermenigvuldiging. (Zie aparte folder ‘Radiotherapie’ voor meer details). Radiotherapie wordt niet vaak gebruikt voor eierstokkanker. Het wordt soms gebruikt na een operatie om kankercellen te doden die over zijn gebleven na de operatie. Het kan wel ingezet worden om secundaire tumoren die zich elders in het lichaam hebben ontwikkeld en daar pijn of andere klachten geven, te laten krimpen.

Wat is de prognose?

Er is een goede kans op genezen als eierstokkanker in een vroeg stadium wordt gediagnosticeerd en behandeld (als alleen de eierstok aangetast is en er geen uitzaaiingen zijn). Helaas wordt eierstokkanker meestal niet vroeg ontdekt. Dat komt omdat vaak pas klachten ontstaan als de kanker gegroeid is of zich heeft uitgezaaid. Is dat het geval dan is genezing minder aannemelijk maar nog steeds mogelijk. In het algemeen geldt dat hoe verder het stadium van de kanker is en hoe hoger de graad van de kankercellen, hoe slechter de vooruitzichten. Zelfs als een genezing niet mogelijk is kan behandeling wel vaak de voortgang van de kanker vertragen.

De behandeling van kanker is binnen de geneeskunde nog steeds in ontwikkeling. Nieuwe behandelingen worden ontwikkeld en de informatie over de prognose zoals hierboven beschreven is heel algemeen. Je specialist kan je alle informatie over jouw prognose geven en kan je voorlichten over de te verwachten effecten van behandeling.

Is er een bevolkingsonderzoek op eierstokkanker?

Op dit moment is dat in Nederland niet het geval. Onderzoek is wel in ontwikkeling om te kijken of er een dergelijk onderzoek kan worden samengesteld om eierstokkanker in een vroeg stadium (wanneer behandeling vaak genezend is) te ontdekken. Overwogen wordt regelmatig bloedonderzoek op het eiwit CA-125 en een regelmatige echo van de eierstokken.

Op dit moment is men er nog niet uit. Er zijn al onderzoeken uit het buitenland bekend (bv. Engeland) waarmee eierstokkanker vroeg kan worden ontdekt bij vrouwen die (nog) geen klachten hebben, tot wel in de helft van de gevallen ontdekking van een vroeg stadium. Echter nog te vaak blijkt bij operatie dat de test weliswaar afwijkend was, maar dat toch geen kanker aan de eierstok aanwezig was. De verwachting is dat pas in 2015 tot een betrouwbare test kan worden gekomen. Dan zal ook pas goed bekeken kunnen worden of een bevolkingsonderzoek hierop zinvol is.

Specifiek onderzoek wordt wel op dit moment aangeboden aan vrouwen met een beladen familiegeschiedenis van eierstokkanker. Als je twee of meer eerstegraads familieleden hebt (zus, moeder, tante) die eierstokkanker hebben gehad of familieleden hebt die borstkanker hebben gehad op jonge leeftijd, dan is het zeker de moeite waard met je arts te overleggen over onderzoek op ovariumcarcinoom.