Overactieve blaas

Het begrijpen van urine en de blaas

De nieren maken constant urine aan. Vanuit de nieren wordt de urine naar de blaas geleid via de ureters (de buizen van de nieren naar de blaas). Afhankelijk van hoeveel je eet, drinkt en zweet worden verschillende hoeveelheden urine aangemaakt.

De blaas is gemaakt van spieren en slaat de urine op. Hij blaast zich op als een ballon wanneer hij zich vult met urine. De uitgang voor de urine (de urethra) is normaal gesproken gesloten dankzij de spieren onder de blaas die zich bevinden rond de urethra (de bekkenbodem-spieren).

Wanneer zich een bepaalde hoeveelheid urine in de blaas bevindt, merk je dat de blaas voller wordt. Als je dan naar de wc gaat om te plassen, knijpt de blaasspier samen (spasmen) en de urethra en bekkenbodemspieren ontspannen.

Complexe zenuwberichten worden verzonden tussen de hersenen, de blaas en de bekkenbodemspieren. Deze registreren hoe vol je blaas is en sturen de juiste spieren aan om zich samen te trekken of te ontspannen op het juiste moment.

Wat is het syndroom van de overactieve blaas?

Een overactieve blaas betekent dat de blaas zich plotseling aanspant zonder dat je daar controle over hebt, terwijl de blaas niet vol zit. Het is een vaak voorkomende aandoening waarbij geen oorzaak gevonden kan worden voor de herhaalde en ongecontroleerde samentrekkingen van de blaas. (Het is bijvoorbeeld niet te wijten aan een urineweginfectie of (bij de man) een vergroting van de prostaat).

Het syndroom van de overactieve blaas wordt soms ook wel een ‘geïrriteerde’ blaas of een ‘instabiele detrusor’ genoemd. (Detrusor is de medische naam voor de blaasspier).

Symptomen zijn onder meer:

  • Aandrang. Dit betekent dat je de plotselinge drang krijgt te moeten plassen. Het is niet mogelijk om het toiletbezoek uit te stellen.
  • Frequente mictie. Dit betekent vaak moeten plassen – zeven keer per dag of meer.
  • Nocturie. Dit betekent meer dan één keer per nacht wakker worden om te moeten plassen.
  • Urge-incontinentie komt regelmatig voor. Dit betekent dat de plas eigenlijk meteen gaat lopen als je aandrang voelt. Vaak loopt de plas al vóór je het toilet bereikt.

Hoe vaak komt een overactieve blaas voor?

Uit twee grote onderzoeken is gebleken dat 1 op de 6 volwassenen last heeft van (enkele) symptomen van een overactieve blaas. De symptomen verschillen in heftigheid. Ruim 30% van de mensen blijkt last te hebben van zgn. urge-incontinentie.

Wat is de oorzaak van een overactieve blaas? 
De oorzaak van een overactieve blaas is niet helemaal duidelijk. De blaasspier schijnt overactief te worden en trekt samen (knijpt) wanneer je dit niet wilt.

Normaal gesproken is de blaasspier (detrusor) ontspannen wanneer de blaas geleidelijk vol loopt. Als de blaas zich strekt, krijg je het gevoel dat je moet plassen als de blaas ongeveer half vol zit. De meeste mensen kunnen dit gemakkelijk een tijdje ophouden totdat er een goed moment is om naar toilet te gaan. Bij mensen met een overactieve blaas schijnt de blaasspier de verkeerde signalen aan de hersenen te geven. De blaas kan voller aanvoelen dan hij daadwerkelijk is. De blaas spant zich te vroeg aan terwijl hij nog niet vol zit, zonder dat jij dat wilt. Hierdoor kan je plotseling nodig naar de wc moeten. In feite heb je veel minder controle over je blaas wanneer die zich aanspant om te plassen.

In de meeste gevallen is de wijze waarop zich een overactieve blaas ontwikkelt onbekend. Dit wordt het ‘syndroom van de overactieve blaas’ genoemd. Symptomen kunnen erger worden in stressvolle periodes. Ook kunnen symptomen erger worden door cafeïne in thee, koffie, cola, etc., en door alcohol (zie hieronder).

Soms ontwikkelen de symptomen van een overactieve blaas zich door een complicatie van een zenuw- of hersengerelateerde aandoening, zoals na een beroerte, door de ziekte van Parkinson, door multiple sclerose of na een dwarslaesie. Soortgelijke symptomen kunnen voorkomen als je een urineweginfectie hebt of een steen in je blaas. Deze situaties vallen niet onder het overactieve blaas syndroom omdat ze een duidelijke oorzaak hebben.

Hoe wordt een overactieve blaas behandeld?

  • Enkele algemene maatregelen in je leefstijl kunnen helpen
  • Blaastraining is een belangrijke vorm van behandeling. Die kan in meer dan de helft van de gevallen goed helpen
  • Medicijnen kunnen worden geadviseerd in plaats van, of als aanvulling op de blaastraining
  • Bekkenbodem-oefeningen kunnen ook geadviseerd worden

Enkele algemene leefstijlaanpassingen die kunnen helpen

  • Naar toilet gaan. Maak dit zo makkelijk mogelijk. Als je moeite hebt om overeind te komen, overweeg dan speciale mogelijkheden zoals een leuning of een verhoogde zitplaats op de wc.
  • Cafeïne. Dit zit in thee, koffie en cola en in sommige pijnstillers. Cafeïne heeft een diuretisch (waterafdrijvend) effect, waardoor je meer urine produceert. Cafeïne kan er ook voor zorgen dat de blaas gestimuleerd wordt, waardoor het gevoel naar toilet te moeten wordt versterkt. Het kan het proberen waard zijn om een week zonder cafeïne te proberen om te zien of de symptomen verminderen. Als de symptomen minder worden kun je nagaan hoeveel cafeïne je kunt gebruiken zonder (al te veel) klachten. Beperk je cafeïne-intake en houd er rekening mee in de buurt van een wc te zijn wanneer je cafeïnehoudende dranken gebruikt. 
  • Alcohol. Bij sommige mensen zorgt alcohol ervoor dat de symptomen erger worden. Hier geldt hetzelfde advies als bij cafeïnebevattende drankjes.
  • Drink normale hoeveelheden vloeistof. Het lijkt misschien verstandig om minder te drinken zodat de blaas zich niet zo snel vult. Maar dit kan ervoor zorgen dat de symptomen erger worden omdat de urine zich concentreert waardoor de blaasspier geïrriteerd kan raken. Probeer normale hoeveelheden vloeistof per dag binnen te krijgen. Dit betekent ongeveer twee liter per dag – 6 tot 8 glazen water per dag – en meer in warme klimaten en bij warm weer.
  • Ga alleen naar de wc wanneer je moet. Sommige mensen raken er aan gewend om vaker naar de wc te gaan dan ze eigenlijk moeten. Ze gaan vaak al wanneer de blaas nog maar met een klein beetje met urine is gevuld zodat ‘ze niet in de problemen komen’. Dit lijkt verstandig vanuit de gedachte dat symptomen van een overactieve blaas zich niet verder zullen ontwikkelen als de blaas niet snel vol zit en vaak geleegd wordt. Zo werkt het echter niet en te vaak plassen kan er op de langere termijn juist voor zorgen dat symptomen erger worden. Als je namelijk te vaak naar de wc gaat, dan raakt de blaas eraan gewend om minder urine vast te houden en krijg je steeds sneller aandrang. De blaas kan dan juist gevoeliger en actiever worden wanneer hij is aangespannen. Dan kan je erachter komen dat wanneer je wat langer je plas op moet houden (bijvoorbeeld als je uitgaat) symptomen erger worden dan ooit.

Blaastraining
Het doel is om de blaas langzaam te strekken zodat hij steeds grotere hoeveelheden urine vast kan houden. Op een gegeven moment zal de blaasspier niet meer overactief zijn en zul jij zelf meer controle hebben over je blaas. Dit betekent dat er meer tijd kan zitten tussen het moment waarop je voelt dat je naar de wc moet en het moment waarop je ook echt gaat. Incontinentie (lekkage van urine) zal dan ook minder voorkomen. Een fysiotherapeut of verpleegkundige kan je blaastraining aanleren. In grote lijnen kun je het volgende verwachten:

Je gaat een dagboek bijhouden. Hierin schrijf je op hoe vaak je naar de wc gaat en de hoeveelheid urine die er daarbij uitkomt. Je kunt de hoeveelheid urine per keer meten met een maatbeker. Houd ook de incontinentiemomenten bij.
Als je begint met het dagboek, ga dan de eerste 2-3 dagen net zo vaak als gewoonlijk naar de wc. Zo krijg je een goed beeld van de frequentie van de toiletgang en de hoeveelheid urine per keer. Als je een overactieve blaas hebt, zul je ongeveer elk uur naar de wc moeten, en minder dan 100-200 ml urineren. Dit zal blijken uit je dagboek.
Na 2-3 dagen waarin ‘het patroon’ helder wordt, wordt het een doel om je plas zo lang mogelijk ‘op te houden’ voordat je naar de wc gaat. Dit lijkt lastig in het begin. Als je bijvoorbeeld normaal gesproken elk uur naar de wc gaat, is het al moeilijk om daar één uur en vijf minuten van te maken. Probeer je zelf af te leiden op het moment dat je het moet ophouden.

Bijvoorbeeld:

  • Rechtop zitten op een harde stoel kan helpen
  • Probeer terug te tellen vanaf 100
  • Probeer wat bekkenbodemoefeningen te doen (zie hieronder)

Na een tijdje wordt het makkelijker omdat de blaas eraan gewend raakt grotere hoeveelheden urine vast te houden. Het idee is om geleidelijk aan de tijd tussen wc-bezoekjes te vergroten en de blaas te trainen om zich makkelijker te strekken. Het kan een paar weken duren maar het doel is om zo’n 5-6 keer per 24 uur te plassen (elke 3-4 uur). Ook is het de bedoeling dat de hoeveelheid urine per plasbeurt groter wordt dan die van die de eerste dagen. (Gemiddeld plassen mensen zonder overactieve blaas zo’n 250-350 ml per keer dat ze naar de wc gaan). Na een paar maanden zul je merken dat je het normale gevoel van naar de wc moeten terugkrijgt en de toiletgang uit kan stellen tot een geschikter tijdstip.

Probeer tijdens de blaastraining het dagboek wekelijks minimaal 1x 24 uur in te vullen. Daarmee kun je de vooruitgang in training bijhouden.

Blaastraining kan zwaar zijn, maar wordt makkelijker na verloop van tijd en met doorzettingsvermogen. Het werkt het beste in combinatie met advies en ondersteuning (intinentieverpleegkundige, fysiotherapeut, arts etc.). Zorg ervoor dat je normale hoeveelheden vocht binnenkrijgt tijdens de blaastraining (zie hierboven).

Medicatie
Wordt er niet genoeg vooruitgang geboekt met blaastraining, dan zouden medicijnen als spasmolytica (spierontspanners, ook wel anticholinergica genaamd) ook kunnen helpen. Zij omvatten onder andere: oxybutynine (Dridase), tolterodine (Detrusitol), en solifenacine (Vesicare). Ze werken door bepaalde zenuwimpulsen te blokkeren waardoor de blaasspier zich ontspant en de blaascapaciteit toeneemt.

Medicijnen kunnen soms symptomen verminderen, maar werken lang niet altijd. Er wordt zelfs wel beweerd dat ze weinig beter werken dan een placebo. De mate van verbetering met medicatie verschilt van persoon tot persoon. Het kan zijn dat je minder klachten krijgt maar het blijkt onmogelijk om alle symptomen volledig te laten verdwijnen met medicatie. Een veel geadviseerde methode is om een kuur met medicijnen te volgen gedurend ongeveer een maand. Als het helpt kan de kuur worden verlengd tot wel 6 maanden, daarna is het advies te stoppen om te zien of de symptomen nog aanwezig zijn zonder medicatie. Symptomen kunnen terugkomen nadat je gestopt bent met een medicijnenkuur. Je kunt het beste een kuur combineren met blaastraining want op de lange termijn zal dat beter zijn en na blaastraining is de kans op terugval in de klachten kleiner.

Bijwerkingen komen veel voor bij deze medicijnen, maar zijn vaak minimaal en goed draaglijk. Lees de bijsluiter voor een overzicht van mogelijke bijwerkingen. De meest voorkomende is een droge mond, en dit valt simpelweg tegen te gaan door vaak slokjes water te nemen. Andere vaak voorkomende bijwerkingen zijn droge ogen, constipatie (verstopping) of wazig zien. De medicijnen zijn allemaal licht verschillend van elkaar, dus heb je bijwerkingen van de één dan kun je een alternatief proberen.

Bekkenbodemoefeningen
Veel mensen hebben een combinatie van het syndroom van een overactieve blaas en stressincontinentie. Bekkenbodem oefeningen zijn de belangrijkste behandeling voor stressincontinentie. Kort samengevat bestaat deze behandeling uit oefeningen om de spieren te versterken die aan de onderkant van de blaas vastzitten, de uterus (baarmoeder) en het rectum (einddarm). Zie voor meer informatie de aparte folders genaamd ‘Stressincontinentie’ en ‘Bekkenbodemoefeningen’.

Het is niet bekend of bekkenbodemoefeningen ook helpen als je alleen last hebt van een overactieve blaas, dus zonder stressincontinentie. Toch kunnen bekkenbodemoefeningen ook helpen als je bezig bent met de blaastraining (zie hierboven.)

Operatie
Als bovenstaande behandelingen niet succesvol zijn, wordt soms operatie voorgesteld om een overactieve blaas te behandelen. Procedures die gebruikt kunnen worden zijn:

  • Sacrale zenuwstimulatie. Overactiviteit van de blaasspier kan worden verholpen door een implantaat in de blaas te plaatsen dat ervoor zorgt dat deze zich gelijkmatiger en normaler aanspant.
  • Cytoplastiek (augmentatieblaas). Bij deze operatie wordt een klein stukje weefsel van de darm aan de wand van de blaas geplaatst om deze te vergroten. Helaas kunnen niet alle mensen normaal plassen na deze operatie. Soms is het nodig een katheter te plaatsen in de blaas om deze te legen.
  • Urineomleiding. Bij deze operatie worden de ureters (de buizen van de nieren naar de blaas) rechtstreeks aan de buitenkant van het lichaam geplaatst. Er zijn verschillende manieren waarop dit gedaan wordt. Urine stroomt dan niet meer in de blaas. Deze procedure wordt alleen toegepast wanneer alle andere opties van behandeling hebben gefaald in de behandeling van een overactieve blaas.

Behandeling met botulinetoxine A
Dit is een alternatieve behandeling voor operatie als alle andere behandelingen inclusief blaastraining en medicatie niet hebben geholpen. Bij deze behandeling wordt botulinetoxine A aan beide kanten van de blaas geïnjecteerd. De behandeling zorgt voor het verminderen van de abnormale samentrekkingen van de blaas. Maar dit kan er ook voor zorgen dat de normale samentrekkingen van de blaas worden verminderd waardoor de blaas niet in staat is om zich compleet te legen. Als je deze behandeling krijgt is het meestal ook nodig om een katheter in de blaas te plaatsen om deze goed te legen.
Deze behandeling wordt in een aantal klinieken in Nederland toegepast.

(In-) continentiedeskundige.
Je huisarts kan je doorverwijzen naar een (in-) continentiedeskundige bij jou in de buurt. Die kan advies geven over vormen van behandeling en vooral over blaastraining en bekkenbodemoefeningen. Als incontinentie desondanks een probleem blijft kunnen ze ook veel advies geven over hoe er mee om te gaan. Ze kunnen bijvoorbeeld helpen bij het leveren van verschillende apparaten en hulpmiddelen zoals incontinentiebroekjes etc.