Schizofrenie

Wat is schizofrenie en wie krijgt het?

Schizofrenie is een ernstige psychische ziekte die ongeordende ideeën, overtuigingen en ervaringen veroorzaakt. In zekere zin verliezen mensen met schizofrenie contact met de werkelijkheid en weten ze niet welke gedachten en ervaringen echt zijn, en welke niet. Schizofrenie heeft niets te maken met een 'gespleten persoonlijkheid'. Ook is de overgrote meerderheid van mensen met schizofrenie niet gewelddadig. Het kan optreden bij mannen en vrouwen. De meest voorkomende leeftijd waarop het zich voor het eerst ontwikkelt is bij mannen 15-25 jaar en 25-35 jaar bij vrouwen.

Wat zijn de symptomen van schizofrenie?

Er zijn vele mogelijke symptomen. Een aantal symptomen uiten zich in abnormale psychische functies. Andere symptomen zijn een uiting van afwezigheid van een mentale functie die normaal juist aanwezig zou moeten zijn.

Abnormale psychische functies zijn onder meer:

  • Waanideeën. Dit zijn valse overtuigingen die een persoon heeft en de meeste mensen uit dezelfde cultuur zouden het erover eens zijn dat die overtuigingen verkeerd zijn. Zelfs na uitleg dat de overtuiging niet goed is blijft een persoon met schizofrenie ervan overtuigd dat hun aanname klopt. Bijvoorbeeld iemand met schizofrenie kan menen dat de buren hem bespioneren met camera's in elke kamer, of dat een beroemd persoon verliefd is op hem, of dat mensen de intentie hebben hem te doden, of er sprake is van een samenzwering tegen hem. Dit zijn slechts enkele voorbeelden en waanvoorstellingen kunnen overal over gaan.
  • Hallucinaties. Dit betekent het horen, zien, voelen, ruiken of proeven van dingen die niet echt zijn. Stemmen horen is de meest voorkomend hallucinatie. Sommige mensen met schizofrenie horen stemmen die doorlopend commentaar geven op hun acties, discussies voeren met hen, of hun gedachten herhalen. De 'stemmen' zeggen vaak onbeleefde, mensen met schizofrenie lijken tegen zichzelf te praten als ze de stem beantwoorden. agressieve, onaangename dingen, of geven orders die moeten worden opgevolgd. Sommige mensen met schizofrenie zijn van mening dat de hallucinaties echt zijn.Verstoorde gedachten.
  • Gedachten kunnen worden door elkaar gegooid of geblokkeerd. Gedachten en spraak volgen geen normaal logisch patroon. Verschijnselen die hierbij kunnen voorkomen zijn:
    • Gedachtenecho. Dit betekent dat de persoon zijn of haar eigen gedachten hoort alsof ze hardop worden gezegd.
    • ’Verspringend’ denken. Dit betekent dat de gedachten van de hak op de tak springen, zonder verbinding met elkaar.
    • Sommige mensen met schizofrenie bedenken nieuwe woorden (neologismen), herhalen een enkel woord of zin uit de context (verbale stereotypen), of gebruiken een gewoon woord wat ze linken aan een andere, "speciale" betekenis (metonymen). Symptomen van ‘gedachtenbezit’ kunnen zich ook voordoen. Deze omvatten:
    • Gedachten invoegen. Dit is wanneer iemand meent dat de gedachten niet van henzelf zijn maar dat zij er worden aangeleverd door een extern iemand.
    • Gedachten onttrekken. Dit is wanneer iemand meent dat zijn gedachten worden verwijderd uit hun hoofd door een extern iemand.
    • Gedachten uitzenden. Dit is wanneer iemand gelooft dat hun gedachten worden gelezen of gehoord door anderen.
    • Gedachten blokkeren. Dit is wanneer er sprake is van een plotselinge onderbreking van het denken voordat het is voltooid, waardoor een blanco ontstaat. De persoon stopt plotseling met praten en kan zich niet herinneren wat hij of zij heeft gezegd.

Afwezigheid van mentale functies die aanwezig zouden moeten zijn omvatten:

  • Gebrek aan motivatie. Alles lijkt een inspanning. taken worden niet afgemaakt, slechte concentratie, interesse verliezen in sociale activiteiten en vaak alleen willen zijn.
  • Weinig spontane bewegingen, en lange tijd niets doen.
  • Gezichtsuitdrukkingen veranderen niet veel en de stem klinkt eentonig.
  • Veranderde gevoelens - emoties kunnen 'vlak' worden. Soms kunnen de emoties vreemd worden zoals lachen als iets triest is. Ander vreemd gedrag kan soms optreden.

Dergelijke symptomen kunnen ervoor zorgen dat sommige mensen zichzelf verwaarlozen. Zij kunnen zich er niet toe zetten iets te doen en lijken te zijn verstrikt in hun eigen gedachten. Deze symptomen kunnen ook leiden tot leerproblemen, wat kan leiden tot problemen met de werkgelegenheid. Voor gezinnen en verzorgers zijn deze ‘negatieve’ symptomen vaak het moeilijkst te behandelen. Hardnekkige ‘negatieve’ symptomen zijn doorgaans de belangrijkste oorzaak van langdurige invaliditeit.

De omgeving van iemand met schizofrenie realiseert zich vaak pas achteraf dat het gedrag van een familielid geleidelijk aan het veranderen is. Erkenning van deze veranderingen kan in het bijzonder moeilijk zijn als de ziekte zich ontwikkelt tijdens de tienerjaren wanneer is het normaal dat bepaalde veranderingen in gedrag zich voordoen.

Andere symptomen
Andere symptomen die zich in sommige gevallen voordoen, omvatten: moeilijkheden met plannen, geheugenproblemen en obsessieve compulsieve symptomen.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Sommige symptomen die optreden bij schizofrenie doen zich ook voor bij andere psychische aandoeningen zoals depressie, manie, of na het gebruik van drugs. Daarom kan de diagnose op het eerste gezicht onduidelijk zijn. De symptomen moeten een aantal weken aanwezig zijn voordat een arts de diagnose van schizofrenie zal stellen.

Niet altijd zijn alle symptomen aanwezig. Afhankelijk van de belangrijkste symptomen die optreden worden verschillende vormen van schizofrenie  onderscheiden. Bijvoorbeeld mensen met een 'paranoïde schizofrenie’ hebben voornamelijk abnormale psychische functies waaronder wanen dat andere mensen hen schade willen berokkenen. Daarentegen zijn er ook mensen die mentale functies ‘missen’ – dat wordt meestal 'eenvoudige schizofrenie' genoemd. In veel gevallen is er een mix van beide typen klachten.

Soms ontwikkelen de symptomen zich snel binnen een paar weken. Familie en vrienden kunnen merken dat de persoon een psychisch probleem heeft. Soms ontwikkelen de symptomen zich langzaam, in enkele maanden zodat de persoon geleidelijk teruggetrokken wordt, vrienden verliest, werk verliest, etc., vóór de aandoening echt duidelijk wordt. Wat is de oorzaak van schizofrenie?

De exacte oorzaak is niet bekend. Er wordt gedacht dat de balans van bepaalde chemische stoffen in de hersenen (neurotransmitters) is gewijzigd. Neurotransmitters zijn nodig om berichten door te geven tussen de hersencellen. Een veranderd evenwicht hierin kan leiden tot de symptomen. Het is niet duidelijk waardoor deze wijzigingen zich voordoen.

Genetische (erfelijke) factoren zijn belangrijk. Bijvoorbeeld een naast familielid (kind, broer, zus, ouder) van iemand met schizofrenie heeft een 10% kans om de aandoening ook te ontwikkelen. Dit is 10 maal de normale kans. Een kind van een vader en moeder die beiden schizofrenie hebben, heeft 50% kans om het ook te ontwikkelen.

Er lijken echter meerdere factoren nodig te zijn om de aandoening te triggeren bij mensen die genetisch vatbaar zijn. Er zijn verschillende theorieën over welke deze factoren zijn. Bijvoorbeeld:

  • Stress, zoals relatieproblemen, financiële problemen, sociale isolatie, sterfgeval, enz.
  • Een virale infectie tijdens de zwangerschap of in de vroege kindertijd.
  • Een gebrek aan zuurstof op het moment van geboorte wat schade kan veroorzaken aan een deel van de hersenen.
  • Drugs kunnen leiden tot de aandoening bij sommige mensen. Bijvoorbeeld zware cannabisgebruikers hebben zes keer meer kans op schizofrenie dan niet-gebruikers. Veel andere drugs zoals amfetamines, cocaïne, ketamine en LSD kunnen leiden tot een schizofrenie-achtige aandoening.

Wat is de behandeling bij schizofrenie?

Een groot deel van de begeleiding (en behandeling) komt vaak neer op poliklinische behandeling vanuit de GGZ. Soms moet je voor een korte tijd worden opgenomen in het ziekenhuis. Dit wordt soms gedaan wanneer de aandoening zich voor het eerst manifesteert, zodat behandeling snel kan worden gestart. Opname in het ziekenhuis kan ook nodig zijn als de klachten ernstig geworden. Een klein aantal mensen moet lange tijd opgenomen worden.

Mensen met schizofrenie beseffen of aanvaarden vaak niet dat ze ziek zijn. Dit betekent soms dat iemand tegen zijn (haar) wil opgenomen moet worden, met name als iemand een gevaar is voor zichzelf en voor zijn omgeving. Dan moet sprake zijn van een gedwongen opname. De belangrijkste geneesmiddelen in de behandeling van schizofrenie zijn 'neuroleptica'. Ze werken in op de balans van bepaalde neurotransmitters. Antipsychotica wordt gebruikt ter verlichting van de symptomen. Antipsychotische medicijnen werken meestal het beste bij abnormale psychische functies, en meestal niet zo goed bij ‘negatieve’ symptomen. Antipsychotica worden ook gebruikt om recidieven (steeds terugkerende episodes van symptomen) ofwel exacerbaties te voorkomen. Daarom wordt antipsychotische medicatie meestal langdurig gebruikt. Er zijn verschillende antipsychotica die kunnen worden gebruikt onder verschillende omstandigheden. Ze zijn grofweg in twee categorieën te verdelen:

  • Nieuwe of 'atypische' antipsychotica. Deze worden ook wel 'tweede generatie' antipsychotica genoemd en omvatten: amisulpride (Solian), aripiprazol (Abilify), clozapine(Leponex), olanzapine (Zyprexa), quetiapine (Seroquel), risperidone (Risperdal), sertindol (Serdolect), en zotepine (Nipolept). Dit komt omdat ze een goede balans lijken te hebben tussen ‘aanslaan’ en het risico op bijwerkingen. Als je echter al een 'typisch' antipsychoticum neemt en je er goed bij voelt, is er geen noodzaak om over te stappen op een nieuwere.
  • Oude "typische" (klassieke) antipsychotica. Deze worden ook wel 'eerste generatie' antipsychotica genoemd en omvatten: chloorpromazine, trifluoperazine (Stelazine), haloperidol (Haldol), flupentixol, zuclopenthixol (Cisordinol) en sulpiride (Dogmatil).

Er zijn enkele verschillen tussen de diverse antipsychotica. Daarom kan het ene middel bij de één beter werken dan bij een ander. Sommige middelen zijn meer 'kalmerend' dan andere. Altijd zal een psychiater de medicatie voorschrijven. Slaat een middel niet aan, dan wordt een andere worden geprobeerd tot goed ingesteld kan worden.

Ongeveer 70% van de gevallen kan goed op medicatie worden ingesteld. Het kan wel 2-4 weken duren na het starten van medicatie voordat de symptomen minderen, en het kan enkele weken duren voor volledige verbetering intreedt. Zelfs als de symptomen minder worden moeten antipsychotica lange tijd worden doorgebruikt. Dat is om terugval te voorkomen of om het aantal terugvallen en de ernst ervan te beperken. Heb je één keer een aanval van schizofrenie met psychotische verschijnselen gehad dan bekijkt de specialist of je na 1-2 jaar met de medicatie kunt stoppen. Krijg je (alsnog) een terugval dan zal vaak levenslang antipsychotica worden geadviseerd.

'Depot' injecties antipsychotica.
In sommige gevallen wordt een injectie met een langwerkend antipsychoticum gebruikt zodra symptomen opklaren. Het geneesmiddel uit een depot injectie komt langzaam vrij in het lichaam en wordt elke 2-4 weken gegeven. Depotmedicatie is bedoeld ter voorkoming van terugvallen. Het belangrijkste voordeel van het depotinjecties is dat je er niet aan hoeft te denken om elke dag je medicatie te nemen.

Hoe zit het met de bijwerkingen van antipsychotica?
Bijwerkingen kunnen soms lastig zijn. Het is vaak een lastig evenwicht zoeken tussen verbetering van de klachten en de bijwerkingen van de behandeling. De verschillende antipsychotica hebben ook verschillende soorten bijwerkingen. Ook veroorzaakt een medicijn bij sommige mensen bijwerkingen en bij anderen niet. Daarom is het heel gewoon om twee of meer verschillende medicijnen te proberen voordat er een is gevonden die het best geschikt is voor iemand. 

De belangrijkste bijwerkingen die soms voorkomen zijn:

  • Veelvoorkomende bijwerkingen omvatten: droge mond, wazig zien, blozen en obstipatie (verstopping). Deze kunnen gemakkelijk verdwijnen als je went aan het medicijn.
  • Slaperigheid komt ook vaak voor, maar dit kan een aanwijzing zijn dat de dosis te hoog is. Een verlaging van de dosering kan een optie zijn.
  • Sommige mensen ontwikkelen gewichtstoename. Gewichtstoename kan het risico vergroten op het ontwikkelen van diabetes en hart- en vaatproblemen op de langere termijn. Dit lijkt met name een probleem met de atypische antipsychotica, met name Leponex en Zyprexa.
  • Bewegingsstoornissen ontwikkelen zich in sommige gevallen. Deze omvatten:
    • Parkinsonisme - dit kan leiden tot symptomen vergelijkbaar met die zich voordoen bij mensen met de ziekte van Parkinson. Bijvoorbeeld trillingen en spierstijfheid.
    • Akathisie – innerlijke onrust waardoor men niet goed stil kan zitten of staan.
    • Dystonie - wat abnormale bewegingen van het gezicht en lichaam betekent.
    • Tardieve dyskinesie (TD) - dat is een bewegingsaandoening die kan optreden als je meerdere jaren antipsychotische middelen slikt. Het veroorzaakt ritmische, onwillekeurige bewegingen. Vaak met de lippen of de tong, hoewel het ook de armen en benen kan treffen. Ongeveer 20% van de mensen die behandeld worden met klassieke antipsychotica ontwikkelen uiteindelijk TD.

Atypische antipsychotica veroorzaken minder bewegingsstoornissen dan typische (klassieke) antipsychotica. Deze verminderde incidentie van bewegingsstoornissen is de voornaamste reden waarom een atypische antipsychotica vaak in eerste lijn wordt gebruikt. Atypische medicijnen hebben echter hun eigen risico's. Met name de risico's van gewichtstoename. Treedt als bijwerking bewegingsstoornis op dan kunnen andere medicijnen worden gebruikt om dit te proberen tegen te gaan.

Andere medicijnen
In sommige gevallen kunnen andere soorten medicijnen worden overwogen. Bijvoorbeeld:

  • Antidepressiva. Sommige onderzoeken adviseren een antidepressivum naast een antipsychoticum te gebruiken, dat zou beter werken dan een antipsychoticum alleen in de behandeling van ‘negatieve’ symptomen van schizofrenie. Een antidepressivum kan ook nuttig zijn voor de behandeling van depressie, wat vaak voorkomt bij mensen met schizofrenie.
  • Chinese kruiden. Sommige studies tonen aan dat bepaalde Chinese kruidengeneesmiddelen naast een antipsychoticum gunstig kunnen werken. Men denkt dat sommige Chinese kruiden stoffen bevatten met antipsychotische eigenschappen. Er zijn echter nog meer onderzoeken nodig om deze behandeling te bevestigen.

Onderzoek naar nieuwere en betere behandeling met medicijnen blijft in gang.

Psychotherapie zoals cognitieve gedragstherapie
Psychologische behandelingen omvatten een scala aan gesprekstherapeutische behandelingen, met name cognitieve gedragstherapie. Dit wordt steeds vaker gebruikt als behandeling bij schizofrenie. Gesprekstherapieën zijn geen alternatief voor behandeling met geneesmiddelen. Maar kunnen wel een goede aanvulling zijn. Cognitieve gedragstherapie geneest schizofrenie niet, evenmin stopt het de voornaamste symptomen. Wel blijkt gesprekstherapie bij veel mensen met schizofrenie tehelpen en kan het ook een steun zijn voor hun gezinnen om de patiënt te begrijpen en om te kunnen gaan met de aandoening. Er zijn aanwijzingen dat gesprekstherapie ook kan bijdragen aan het verminderen van leed en helpen voorkomen van terugvallen.

Sociale en maatschappelijke ondersteuning
Dit is erg belangrijk. Een poliklinische vertrouwenspersoon is belangrijk. Echter gezinnen, vrienden en lokale steungroepen kunnen ook belangrijke bronnen van hulp zijn. Zorg dat je op de hoogte bent van de lokale behandel- of begeleidingsmogelijkheden.

Het aanmoedigen van lichamelijke gezondheid
Het is tamelijk ‘gewoon’ voor mensen met schizofrenie om niet goed voor zichzelf te zorgen (slechte zelfzorg). Zaken als roken, gebrek aan lichaamsbeweging, overgewicht en een ongezonde voeding komen meer voor dan gemiddeld bij mensen met schizofrenie. Gewichtstoename kan een bijwerking van antipsychotica zijn. Al deze factoren kunnen leiden tot een verhoogde kans op het ontwikkelen van hart-en vaatziekten en diabetes op latere leeftijd. Daarom worden mensen met schitzofrenie, net als iedereen overigens, aangemoedigd te kiezen voor een gezonde leefstijl - niet te roken, regelmatig te bewegen, gezond te eten, enz.

Wat is de prognose?

  • In de meeste gevallen zijn er terugkerende episodes van de symptomen (terugvallen of recidieven). De meeste mensen in deze groep wonen relatief zelfstandig met wisselende ondersteuning. De frequentie en de duur van elke terugval kan variëren. Sommige mensen herstellen volledig tussen de terugvallen in. Sommige mensen verbeteren tussen de terugvallen, maar herstellen nooit volledig. Behandeling voorkomt vaak aanvallen of beperkt hun aantal en ernst.
  • In sommige gevallen treedt slechts een episode van de symptomen op, die een paar weken duurt. Dit wordt gevolgd door een volledig herstel, of aanzienlijke verbetering zonder verdere aanvallen. Het is moeilijk om een exact cijfer te geven over hoe vaak dit gebeurt. Men denkt aan minder dan 20% van de gevallen.
  • Tot 20% van de mensen met schizofrenie is niet veel geholpen met behandeling en wordt op langere termijn afhankelijk van zorg. Dit is voor sommige patiënten ook heel veilig (en geeft een veilig gevoel).
  • Depressie is een veel voorkomende complicatie van schizofrenie.
  • Er wordt gedacht dat tot een derde van de mensen met schizofrenie overmatig alcohol gebruikt of drugs gebruikt. Helpen of behandelen van deze mensen kan moeilijk zijn.
  • Ongeveer 10% van de mensen met schizofrenie pleegt zelfmoord. De prognose is beter als:
  • De behandeling wordt gestart kort nadat de symptomen begonnen zijn.
  • Symptomen zich snel, in enkele weken, ontwikkelen in plaats van langzaam in een periode van enkele maanden.
  • De belangrijkste symptomen ‘positieve’ symptomen zijn in de zin van ontstaan van abnormale psychische functies, in plaats van ‘negatieve’ symptomen.
  • De aandoening zich ontwikkelt bij een relatief ouder persoon (ouder dan 25 jaar).
  • Symptomen goed op medicatie reageren.
  • Behandelplan door de patiënt goed wordt gevolgd. (meegaan in de behandeladviezen).
  • Er goede sociale ondersteuning is, waardoor angst en stress verminderen.
  • Er geen sprake is van misbruik van drugs of alcohol. 

Nieuwere middelen en betere psychologische behandelingen geven hoop op verbetering van de prognose.