Slokdarmkanker

Ook wel genoemd: 
Oesofaguscarcinoom

Wat is de slokdarm?

De slokdarm is deel van het spijsverteringsstelsel. Wanneer we eten, gaat eten via de slokdarm naar de maag. Het bovenste deel van de slokdarm ligt achter de trachea (luchtpijp). Het onderste gedeelte ligt tussen het hart en de wervelkolom. Er zijn spierlagen in de wand van de slokdarm. Deze trekken samen om eten naar de maag te transporteren.

Er is een verdikte circulaire (rondom lopende) weefselband (een ‘sfincter’) bij de overgang tussen de slokdarm en de maag. Deze ontspant om het eten omlaag te laten gaan, maar normaal trekt deze samen en zorgt er zo voor dat er geen eten en zuur terug lekt (reflux) in de slokdarm. In feite werkt de sfincter als een klep.

Wat is kanker?

Kanker is een ziekte van de lichaamscellen. Het lichaam bestaat uit miljoenen van die cellen. Er zijn heel veel verschillende soorten cellen en daardoor kunnen er ook heel veel verschillende soorten kanker ontstaan. Wat bij alle soorten kanker echter hetzelfde is, is dat de kankercellen zich abnormaal en ongecontroleerd vermeerderen.

Een kwaadaardige tumor is een zwelling (bult), bestaande uit weefsel dat is opgebouwd uit kankercellen, die maar voortgaan zich te vermenigvuldigen. Daardoor blijft de tumor doorgroeien. Kwaadaardige tumoren kunnen naastgelegen weefsels en organen aantasten en schade veroorzaken.

Kwaadaardige tumoren kunnen er ook toe leiden dat kanker zich door het lichaam verspreidt. Dat gebeurt als een paar cellen van de (primaire) tumor afbreken en via de bloedsomloop of de lymfeklieren in andere delen van het lichaam terechtkomen. Die kleine groep cellen kan gaan groeien en een tweede tumor vormen (metastase of ‘dochtergezwel’). Vervolgens kunnen ook deze metastasen weer cellen verspreiden door het lichaam.

Sommige soorten kanker zijn ernstiger dan andere. Bepaalde soorten zijn ook relatief makkelijk te behandelen (vooral als ze vroeg ontdekt worden).

Kanker is dus lang niet altijd en niet bij iedereen hetzelfde. Daarom is het erg belangrijk om heel precies na te gaan om welk type het gaat, hoe het zich tot dan toe heeft ontwikkeld, hoe groot de tumor is en of er uitzaaiingen zijn. Daardoor is het mogelijk om een zo betrouwbaar mogelijke behandeling te bepalen, met uitzicht op een goed (‘genezend’) resultaat.
(Lees ook het artikel: ‘Kanker – Wat is kanker? En wat zijn tumoren? Voor een algemeen inzicht in kanker).

Wat is slokdarmkanker?

Slokdarmkanker kwam vroeger in Nederland minder voor. Maar in de afgelopen 10-20 jaar is het aantal nieuwe gevallen per jaar gegroeid. Rond de 10 per 100.000 mensen wordt er jaarlijks door getroffen. Er zijn twee hoofdtypes:

  • Adenocarcinoom van de slokdarm. Dit ontstaat in ongeveer 60% van de gevallen. Dit type ontstaat uit cellen in de slijmklieren. (De binnenkant van de slokdarm bevat veel kleine klieren die slijm maken. Het slijm helpt het eten om makkelijk in de maag te glijden). Deze soort ontstaat voornamelijk in het onderste tweederde deel van de slokdarm.
  • Plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm. Dit ontstaat in ongeveer 40% van de gevallen. Deze soort ontstaat uit cellen uit de binnenbekleding van de slokdarm. Deze soort ontstaat voornamelijk in het bovenste tweederde deel van de slokdarm. 

De symptomen, behandeling en prognose zijn vergelijkbaar voor deze twee typen. (Er zijn een paar zeldzame typen slokdarmkanker die ontstaan uit andere cellen in de slokdarm. Deze typen worden niet besproken in deze folder).

Wat veroorzaakt slokdarmkanker?

Een kwaadaardige tumor begint vanuit een abnormale cel. De precieze reden waarom een cel kwaadaardig wordt is onduidelijk. Aangenomen wordt dat er ‘iets’ is dat bepaalde genen in cellen beschadigt of verandert. Dit maakt de cel abnormaal en zorgtervoor dat deze zich ‘ongecontroleerd’ gaat vermenigvuldigen. (Zie aparte folder ‘Kanker – wat veroorzaakt kanker’, voor meer details).

Veel mensen ontwikkelen slokdarmkanker zonder duidelijke reden. Maar bepaalde ‘risicofactoren’ verhogen de kans dat slokdarmkanker zich kan ontwikkelen. Dit zijn:

  • Ouder worden. Het komt vaker voor bij oudere mensen. De meeste gevallen komen voor bij mensen boven de 55 jaar. Mannen worden vaker getroffen.
  • Eetpatroon is ook mogelijk een factor. Van dieet met een hoog vetgehalte wordt gedacht dat dit het risico verhoogt, en van het eten van veel fruit en groene groenten wordt aangenomen dat dit het risico verlaagt. 
  • Land waar je woont. Slokdarmkanker komt vaker voor in China en in bepaalde andere landen in het Verre Oosten, dan in Europa. Dit kan vanwege factoren in het eetpatroon zijn of door andere omgevingsfactoren.
  • Roken.
  • Drinken van veel alcohol, vooral sterke drank.
  • Langdurige (zuur-) reflux vanuit de maag (gastro-oesofageale reflux). Deze aandoening komt veel voor en veroorzaakt een ontsteking aan het onderste eind van de slokdarm. (Zie aparte folder ‘Reflux en oesofagitits’). Maar het moet benadrukt worden dat het risico klein is – de meeste mensen met refluxklachten ontwikkelen geen kanker.
  • Barrettslokdarm. Dit is een aandoening aan het einde van het onderste deel van de slokdarm, waar de cellen aan de binnenbekleding van de slokdarm veranderd zijn. In veel gevallen is dit gerelateerd aan een langdurige ontsteking veroorzaakt door reflux. De veranderde cellen hebben een verhoogd risico om kwaadaardig te worden. Ongeveer 1%van de mensen met een Barrett slokdarm ontwikkelt op een gegeven moment een adenocarcinoom van de slokdarm. 
  • Andere ongebruikelijke aandoeningen die worden geassocieerd met een verhoogd risico en zijn: achalasie (een aandoening die een verwijding aan het onderste deel van de slokdarm veroorzaakt); tylose (een zeer zeldzame erfelijke huidaandoening); en het syndroom van Paterson-Brown Kelly (een zeldzaam syndroom wat een ijzertekort en veranderingen in de mond of slokdarm inhoudt). 
  • Langdurige blootstelling aan bepaalde chemische stoffen en vervuiling (carcinogenen) kan de slokdarm ‘irriteren’ als je ze inademt en kunnen het risico verhogen.
  • Een recent onderzoek heeft gevonden dat het drinken van zwarte thee bij temperaturen van 70 graden Celsius of hoger, het risico verhoogt.
  • Een ander onderzoek heeft aangetoond dat mensen die rood aanlopen wanneer ze alcohol drinken, ook een groter risico hebben op het ontwikkelen van slokdarmkanker als ze ook alcohol drinken. Dit is vanwege een tekort aan het enzym aldehyde dehydrogenase 2.

Wat zijn de symptomen van slokdarmkanker?

Wanneer slokdarmkanker ontstaat en nog klein is, veroorzaakt het meestal geen symptomen. Sommigen slokdarmcarcinomen veroorzaken geen symptomen tot ze vrij ver gevorderd zijn. Terwijl de kanker groeit ontwikkelen zich echter meestal één of meer van de volgende klachten:

  • Dysfagie (moeite met slikken). Dit is vaak het eerste symptoom en wordt veroorzaakt door een tumor die de doorgang in de slokdarm vernauwt. Eten kan lijken te blijven ‘plakken’ als je probeert te slikken. Als het erger wordt kunnen dranken ook moeilijk door te slikken zijn.
  • Overgeven na eten (wat eigenlijk terugkomend eten is wat vast was komen te zitten).
  • Pijn in de borst of achter het borstbeen wanneer je slikt (odynofagie).
  • Gewichtsverlies.
  • Opgeven van bloed.
  • Hoesten. Vooral wanneer je slikt. En verslikken.
  • Een schorre stem.
  • Refluxsymptomen kunnen ontstaan of erger worden, wanneer je kanker ontwikkelt aan de onderkant van de slokdarm net boven de maag. Symptomen zijn maagzuur (zuurbranden). Noot: reflux komt veel voor, de meeste mensen met refluxklachten hebben en ontwikkelen geen kanker.

Als de kanker uitgezaaid is naar andere delen van het lichaam, kunnen zich verschillende andere symptomen ontwikkelen.

Alle bovenstaande symptomen kunnen ook op andere aandoeningen berusten, dus er zijn onderzoeken nodig om slokdarmkanker te bevestigen.

Hoe wordt slokdarmkanker gediagnostiseerd en beoordeeld?

Eerste onderzoek en gastroscopie
Als een dokter slokdarmkanker vermoed zal onderzoek worden gestart. Het lichamelijk onderzoek is vaak normaal, vooral als de kanker in een vroeg stadium is. Daarom wordt er vaak een gastroscopie (endoscopie) gedaan.
Een gastroscopie (endoscopie) gebeurt met een dunne, flexibele telescoop. Deze wordt via de mond in de slokdarm gebracht en van daar tot  in de maag. De endoscoop bevat optische vezels die voor verlichting zorgen zodat in slokdarm en maag kan worden gekeken. (Zie aparte folder ‘Gastroscopie (Endoscopie)’ voor meer details).

Biopsie – om de diagnose te bevestigen
Hierbij wordt een klein stukje weefsel verwijderd uit de slokdarm. Dit wordt dan onderzocht onder de microscoop op afwijkende cellen. Als je een gastroscopie krijgt en er afwijkend weefsel wordt gezien wordt daaruit een biopt genomen. Dit wordt gedaan door een dun grijpinstrumentje in een zijkanaal van de gastroscoop te manoevreren. Het kan twee weken duren voor er een uitslag is van een biopsie.

Beoordelen van de grootte en mate van uitzaaiingen
Als het bevestigd is dat je slokdarmkanker hebt, kunnen er vervolgonderzoeken gedaan worden. Bijvoorbeeld een speciale echo, waarbij een meetapparaatje aan het einde van de gastroscoop kan beoordelen hoe ver de kanker door de wand van slokdarm is gegroeid.

Andere onderzoeken kunnen gedaan worden om te kijken of de kanker uitgezaaid is naar andere delen van het lichaam. Bijvoorbeeld een CT-scan, een echo van de buik of ander onderzoek. (Er zijn aparte folders die elk van deze onderzoeken in meer details beschrijven).

Deze beoordeling wordt ‘stadiumbepaling’ genoemd. Het doel daarvan is om uit te vinden:

  • Hoe sterk de tumor in de slokdarm gegroeid is - of de tumor deels of in zijn geheel door de wand van de slokdarm is gegroeid.
  • Of de kanker uitgezaaid is naar de plaatselijke lymfeklieren.
  • Of de kanker uitgezaaid is naar andere delen van het lichaam (gemetastaseerd).
  • Door het bepalen van het stadium van de kanker kan geadviseerd worden over de beste behandelopties. Het geeft ook een redelijke indicatie van de prognose.

Zie aparte folder ‘Stagering en gradering van kanker’ voor meer details.

Wat zijn de behandelopties bij slokdarmkanker?

Behandelopties die overwogen kunnen worden zijn operatie, chemotherapie en radiotherapie. De behandeling die voor ieder geval wordt geadviseerd hangt af van verschillende factoren zoals de exacte plek van de primaire tumor in de slokdarm, het stadium van de kanker (hoe groot de kanker is en of deze uitgezaaid is) en je algemene gezondheid.

De behandelend arts kan je het beste vertellen hoe de zaken er voor jou voorstaan. Wat zijn de voor- en de nadelen van de diverse behandelingen, wat geeft de beste kans op succes, wat zijn de mogelijke bijwerkingen. Allemaal vragen, waarop je een antwoord mag verwachten.

Vraag je arts vooral ook naar het doel van de verschillende behandelingen, zodat je zeker weet, wat waarom gebeurt. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Behandeling met als doel de kanker te genezen. Sommige spierinvasieve tumoren kunnen behandeld worden. Met name als ze vroeg worden ontdekt. Artsen zullen overigens niet snel van ‘genezen’ spreken. Ze hebben het eerder over ‘remissie’. Daarmee bedoelen ze dat ze er naar streven om de tumor volledig weg te hebben aan het eind van de behandeling.
  • Daarna zou je jezelf als ‘genezen’ kunnen beschouwen. De kans dat er weer een tumor ontstaat is echter altijd aanwezig. Vandaar dat dokter liever niet definitief het woord ‘genezen’ gebruiken.
  • Behandeling, met als doel de kanker onder controle te krijgen. Als er geen uitzicht is op volledige genezing, dan wordt de behandeling vaak gericht op het afremmen van de groei en/of de groeisnelheid van de tumor. Daardoor kan het ontstaan van verdere klachten vaak voor langere tijd worden uitgesteld. 
  • Behandeling die erop gericht is om verschijnselen te onderdrukken. Als genezing niet mogelijk is, dan wordt de behandeling vaak gericht op het afremmen van de groei van de tumor en op het tegengaan van allerlei klachten, zoals pijn.

Operatie
Het kan mogelijk zijn om de tumor te verwijderen. Om dit te doen wordt er een operatie gedaan om een deel of de gehele slokdarm te verwijderen, afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor.
Er zijn verschillende manieren waarop een chirurg bij de slokdarm kan komen en verschillende soorten operaties. Als het lagere gedeelte van de slokdarm wordt verwijderd, kan het mogelijk zijn om de maag weer aan het overgebleven deel van de slokdarm te naaien waarbij de maag in het borstgebied wordt getrokken. Als de gehele slokdarm wordt verwijderd, kan de chirurg een deel van je darm gebruiken om een nieuwe ‘kunstmatige’ slokdarm te maken. Sommige lymfeklieren rond de slokdarm kunnen op het zelfde moment verwijderd worden tijdens de operatie om te kijken of de kanker naar deze verspreid is.

Zelfs als de kanker vergevorderd is en het niet mogelijk is om hem te verwijderen kunnen sommige chirurgische technieken toch een rol spelen bij het verminderen van symptomen. Bijvoorbeeld, een blokkade kan verminderd worden door het gebruiken van laserchirurgie, door een buisje in te brengen of door het uitrekken van de slokdarm wat ervoor zorgt dat eten en drinken door de blokkade in de maag kunnen komen.

Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling met cytostatica, medicijnen die kankercellen doden, of ervoor zorgen dat ze stoppen met zich te vermenigvuldigen. Zie aparte folder ‘Chemotherapie’ voor meer details.
Chemotherapie kan gebruikt worden in combinatie met een operatie of radiotherapie. Bijvoorbeeld na een operatie kan je een kuur van chemotherapie krijgen. Dit beoogt de kankercellen die vanuit de primaire tumor uitgezaaid zijn, te doden. Wanneer chemotherapie gebruikt wordt na een operatie wordt het ‘adjuvante chemotherapie’ genoemd. In sommige gevallen wordt de chemotherapie juist vóór een operatie gegeven om een grote tumor te laten krimpen, zodat de operatie succesvoller zal zijn. Dit wordt ‘neo-adjuvante chemotherapie’ genoemd.

Radiotherapie (bestraling)
Radiotherapie is een behandeling die gebruik maakt van hoog energetische straling gericht op het kwaadaardige weefsel. Dit doodt kankercellen of stopt kankercellen om zich te vermenigvuldigen. (Zie aparte folder ‘Radiotherapie’, voor meer details).

Wanneer radiotherapie gebruikt wordt om slokdarmkanker te behandelen wordt dit vaak in combinatie met of een operatie of chemotherapie gedaan. De precieze combinatie van behandelingen die geadviseerd wordt hangt af van verschillende factoren.

Twee vormen van radiotherapie worden gebruikt bij slokdarmkanker: externe en interne bestraling.

Externe radiotherapie. Hierbij wordt de straling vanuit een machine op de slokdarm gericht van buitenaf. (Dit is de gebruikelijke soort van radiotherapie die gebruikt wordt voor vele soorten kanker).

Interne radiotherapie (brachytherapie). Deze behandeling houdt in dat er kortdurend een klein radioactief implantaat naast de kwaadaardige tumor wordt geplaatst dat vervolgens weer verwijderd wordt. (Het wordt in positie gebracht door de slokdarm meestal met behulp van een endoscoop).

Een nieuwe behandeling, fotodynamische therapie (FDT), gebruikt laagfrequente lasers, gecombineerd met lichtgevoelige medicijnen om kankercellen te vernietigen. Dit wordt in Nederland al in enkele gespecialiseerde ziekenhuizen uitgevoerd. Het wordt vaker gebruikt als behandeling om de slikklachten te verminderen die veroorzaakt wordt door de slokdarmkanker. FDT wordt gebruikt in testsituaties voor de behandeling van vroege slokdarmkanker, in plaats van een operatie.

Wat is de prognose?

Zonder behandeling wordt slokdarmkanker groter en zaait het zich naar andere delen van het lichaam uit. Als het in een vroeg stadium wordt gediagnosticeerd en behandeld (voordat het door de wand van de slokdarm is gegroeid of uitgezaaid is naar de lymfeklieren of andere gebieden in het lichaam) dan is er een kans op genezing met behandeling. Helaas worden de meeste gevallen niet in een vroeg stadium gediagnosticeerd. Dit is vanwege het feit dat symptomen zich vaak pas ontwikkelen als de kanker al vrij groot is.

Als de kanker is gediagnosticeerd wanneer deze al door de wand van de slokdarm is gegroeid of uitgezaaid is naar andere lichaamsdelen dan is genezing minder waarschijnlijk. Maar behandeling kan wel vaak de voortgang van de kanker vertragen.

De behandeling van kanker is een ontwikkelingsgebied binnen de geneeskunde. Nieuwe behandeling worden ontwikkeld en de informatie over de prognose zoals deze hierboven is beschreven is heel algemeen. De specialist die jouw geval kent kan je specifiekere informatie geven over je individuele prognose en hoe goed jouw vorm van kanker, het stadium en de graad van de tumor zullen reageren op behandeling.