Behandeling snelle hartslag

Wat zijn de behandelingsmethoden voor supraventriculaire tachycardie?

Het stoppen van een aanval van SVT
Veel aanvallen van SVT stoppen snel uit zichzelf en dan is er geen behandeling nodig. Als een aanval lang duurt of ernstig is, kan je opgenomen worden in het ziekenhuis om de aanval te stoppen.
Medicijnen die intraveneus (ingespoten in een ader) worden gegeven stoppen meestal een SVT. Vaak wordt adenosine (Adenocor) gebruikt. Het werkt door de geleiding van de elektrische impulsen te vertragen. Verapamil is een in Nederland veel gebruikt alternatief. Adenosine is bijvoorbeeld een contra-indicatie bij astma. 
Elektroshockbehandeling (cardioversie) wordt soms gebruikt om een aanval van SVT te stoppen.

Het voorkomen van episoden van SVT
Opties zijn de volgende:

  • Je kan dagelijks medicatie gaan gebruiken om aanvallen van SVT te voorkomen. Verschillende medicijnen kunnen de elektrische impulsen van het hart beïnvloeden. Dit zijn onder andere: Digoxine, Verapamil en bètablokkers etc. Als het ene medicijn niet werkt of bijwerkingen vertoont, kan overstap op een ander medicijn aangewezen zijn.
  • Het operatief verwijderen van weefsel door middel van een katheter kan een optie zijn voor sommige soorten van SVT. Een katheter (dunne draad) wordt via een grote ader in je been naar de hartkamers doorgeleid. Dit geleidingsproces wordt gestuurd door speciale röntgentechnieken. Het topje van de katheter kan een klein deel van het hartweefsel, dat de bron of ‘trigger’ van de afwijkende elektrische impulsen is, vernietigen. Dit is alleen geschikt als de exacte triggerplek gevonden kan worden door speciaal onderzoek, en heel precies geraakt kan worden door de top van de katheter. Het kan zeer succesvol zijn zodat je na de operatie geen medicijnen meer hoeft te nemen om SVT te voorkomen.
    Open hartoperatie is zelden nodig om een ‘trigger’ of afwijkende elektrische impuls te vernietigen die niet behandeld kan worden door de bovenstaande opties.
  • Niet behandelen is een optie als de aanvallen van SVT onregelmatig zijn, slechts een korte tijd duren, of weinig symptomen veroorzaken. De behandelingen hierboven moeten afgewogen worden tegen de mogelijke bijwerkingen en risico’s. Sommige mensen geven de voorkeur aan het leven met klachten als ze niet te ernstig zijn en alleen zo nu en dan ontstaan.