TIA

Ook wel genoemd: 
Transient Ischaemic Attack

Wat is een TIA?

De term TIA is afgeleid uit de Engelstalige medische literatuur en staat voor Transient Ischaemic Attack, ofwel: een aanval (attack) van voorbijgaande (transient) bloedeloosheid waardoor de zuurstofaanvoer stopt (ischemie) in de hersenen. De term TIA omvat een geheel aan symptomen die korte tijd duren als gevolg van een tekort aan bloed naar een deel van de hersenen. Soms wordt het wel een ‘mini stroke’ of een ‘klein herseninfarct’ genoemd. Echter in tegenstelling tot een ‘echt’ herseninfarct zijn bij een TIA de symptomen altijd voorbijgaand en weer snel verdwenen. 

Wat is de oorzaak van een TIA?

In de meeste gevallen, wordt een TIA veroorzaakt door een klein bloedpropje die vast komt te zitten in een klein bloedvat (slagader) in de hersenen. Dit blokkeert de bloedtoevoer waardoor een deel van de hersenen geen zuurstof krijgt. In het geval van een TIA is het gebrek aan zuurstof slechts kortdurend doordat het bloedpropje snel wordt afgebroken (en ‘opgelost’) of doordat nabij gelgen bloedvaten de uitval van het getroffen vat compenseren en de bloedvoorziening van het betreffende hersendeel overnemen.

(Er zijn andere minder gebruikelijke oorzaken van een TIA. Dit zijn: stollingsproblemen, kleine bloedingen in de hersenen, bloedafwijkingen zoals polycythaemie en sikkelcelanemie waarbij het bloed heel ‘dik’ is, een spasme (kramp) van een kleine slagader in de hersenen en andere ongebruikelijke problemen van de hersenen of de hersenvaten. Deze worden verder niet behandeld in deze folder).

Waar komt een bloedpropje dat de TIA veroorzaakt vandaan?
Atheroomplaques (plekken met ‘vet’) die zich in de lengterichting aan de binnenzijde van de vaatwand vastzetten.
Op het atheroom vormt zich een klein bloedstolsel. Kleine stukjes breken van het stolsel af en worden met de bloedstroom meegevoerd tot ze vast lopen in kleinere hersenvaten.

De meest voor de hand liggende plaats voor een klein bloedpropje is vanuit een stukje atheroom (zie verder) in een hoofdslagader in de hals (halsslagader). De hoofdvaten die bloed naar de hersenen voeren zijn de carotisvaten (halsslagaders) en de vertebrale (bloedtoevoer naar de hersenbasis) vaten. Het bloedpropje is ofwel een stukje atheroomplaque wat afbreekt en met de bloedstroom wordt meegevoerd. Ofwel bovenop de atheroomplaque vormt zich een bloedstolsel waarvan een stukje kan afbreken wat met de bloedstroom wordt meegevoerd om vast te lopen in een kleiner arterieel (aanvoerend bloedvat) vat van de hersenen.

In sommige gevallen vormt zich een kleine propje in een hartkamer en wordt via de bloedstroom naar de hersenen gevoerd. Een kleine bloedstolseltje gaat snel stuk als het vast komt te zitten. Daardoor ontstaat er bij een TIA geen permanente schade aan de hersenen en gaan symptomen snel weg. (Vormt zich een grotere bloedprop (stolsel) en komt deze in de bloedstroom terecht dan is deze vaak te groot om direct stuk te gaan en op te lossen zodat een beroerte ontstaat waarbij permanente schade aan de hersenen optreedt.
Hierover is een aparte folder: ‘CVA’(beroerte).

Waarom vormt er zich een bloedprop in een bloedvat of hartkamer?
Een bloedpropje (stolsel) kan zich vormen als bloedplaatjes aan een stukje van het atheroom blijven plakken.
bloedplaatjes zijn bloedcelletjes die helpen bij de stolling van het bloed als een bloedvat (slagader of ader) beschadigd (stuk) is.

Atheroomplaques zijn klompjes ‘vet’ die zich ontwikkelen langs de binnenwand van slagaders.
Bloedplaatjes plakken soms aan een atheroomplaque in een slagader en vormen een stolsel.
Een veel voorkomende plek voor ontwikkeling van een atheroom – en dus een potentiële plaats voor de ontwikkeling van een stolsel daar bovenop - is een grote halsslagader. Een bloedprop kan zich ook vormen als complicatie van sommige hartaandoeningen. Bijvoorbeeld mensen met atriumfibrilleren (boezemfibrilleren) hebben een ‘rommelige’ bloedstroom in het hart waardoor kleine stolseltjes kunnen ontstaan (bijvoorbeeld in de buurt van de hartkleppen).

Wat zijn de symptomen van een TIA?

Symptomen van een TIA zijn transient (tijdelijk). Ze ontwikkelen plotseling, en pieken in soms minder dan een minuut. De duur van de symptomen verschilt, maar symptomen gaan meestal weg binnen een uur (meestal zelfs binnen 2-15 minuten). Soms duren symptomen tot 24 uur. De symptomen die zich ontwikkelen hangen af van welk deel van de hersenen getroffen is. Verschillende hersendelen controleren verschillende delen van het lichaam. Daarom kunnen symptomen variëren. Veel voorkomend zijn:

  • Zwakte of onhandigheid van een hand, arm of been.
  • Moeilijkheden met spraak
    Moeilijkheden met slikken
  • Gevoelloosheid of tintelingen in delen van het lichaam.
  • Kortdurend verlies van het zien, of dubbelzien.

Hoe vaak komt een TIA voor?

Dat kan niet goed worden aangegeven. Dat komt omdat veel mensen een TIA niet melden aan hun arts, omdat de symptomen weer snel weg gaan en het belang van de symptomen wordt niet begrepen. Geschat wordt dat in Nederland per huisartsenpraktijk er 2 per 1000 mensen getroffen worden door een TIA. Zeker 1 op de 5 mensen die een beroerte hebben gehad, hebben in het verleden een TIA doorgemaakt.

Hoe ernstig is een TIA?

Op zichzelf geeft een TIA geen schade of permanente schade aan de hersenen en gaan de symptomen snel weg. Een TIA wijst er wel op dat er zich bloedpropjes in je bloedvaten of hart vormen. Na het doormaken van een TIA heb je dan ook een hoger risico dan gemiddeld om in de toekomst een grotere bloedprop (stolsel) te vormen die een beroerte of hartaanval kan veroorzaken.

Zonder behandeling – hebben ongeveer 1-2 op 10 mensen die een TIA hebben gehad een beroerte binnen het volgende jaar. Dit is veel hoger dan het gemiddelde risico dat iemand die geen TIA heeft gehad van dezelfde leeftijd loopt op een beroerte. De meest risicovolle tijd is de eerste maand die op de TIA volgt – dit is waarom behandeling zo snel mogelijk geadviseerd wordt nadat je een TIA hebt gehad. Ook binnen een jaar na een TIA heeft ongeveer 3 op de 100 mensen een hartaanval (myocardinfarct) als gevolg van een bloedstolsel in een coronairvat.
Met behandeling – worden de bovenstaande risico’s verminderd. Een onderzoek gepubliceerd in 2007 toont aan dat vroeg beginnen met behandeling na een TIA of een lichte beroerte kan 80% vermindering geven van het risico op een volgende beroerte.

Zoek daarom snel medische hulp als je denkt een TIA te hebben gehad. Binnen maximaal enkele dagen na de TIA dient onderzoek plaats te vinden en moet behandeling gestart worden.

Welk onderzoek wordt meestal na een TIA gedaan?

Je krijgt het advies om divers onderzoek te laten doen. Het hoofddoel hiervan is om te onderzoeken of je een verhoogd risico hebt op stolselvorming en om andere minder vaak voorkomende oorzaken van een TIA uit te sluiten. Onderzoek wat meestal wordt gedaan is:

  • Een hersenscan.
  • Een echo van je carotiden (halsslagaders). Dit is om te kijken of je ernstige vernauwing van een van deze vaten hebt, veroorzaakt door atheroom.
  • Een ECG (elektrocardiogram) om te kijken of hartritmestoornissen zoals atriumfibrilleren bestaan.
  • Verschillende bloedonderzoeken.

Wat is de behandeling als je een TIA hebt gehad?

Het doel van behandeling na een TIA is om het risico op een beroerte, hartaanval, of verdere TIA’s te verminderen. Aspecten van behandeling zijn de volgende:

  • Medicatie om het risico op het vormen van bloedstolsels te verminderen.
    Alle ‘risicofactoren’ die je kunt hebben verminderen.
  • Chirurgie (maar dit is alleen geschikt in sommige gevallen).

Medicatie

  • Medicatie vermindert het risico op stolselvorming.
  • Thrombocytenaggregatieremmers.
  • Thrombocyten (bloedplaatjes) zijn kleine celletjes in het bloed die het bloed helpen stollen.
  • Thrombocytenaggregatieremmers worden meestal geadviseerd als je een TIA hebt gehad. Zij verminderen de aggregatie (‘plakkerigheid’) van bloedplaatjes. Dit helpt te voorkomen dat er zich bloedpropjes vormen binnen de slagaders, zodat een volgende TIA of een beroerte kan worden voorkómen. Aspirine (lage dosis) is de meest gebruikte aggregatieremmer. Andere middelen die gebruikt kunnen worden zijn clopidogrel en dipyridamol.

Antistolling
Sintrom wordt meestal geadviseerd als je een TIA hebt gehad en de bron van het bloedpropje je hart is. (Meestal als je atriumfibrilleren hebt). Sintrom werkt in op de hoeveelheid chemische stoffen in je bloed die nodig zijn om het bloed te doen stollen (ze veroorzaken afname van stollingsfactoren). Het doel is om de dosis Sintrom precies goed te krijgen zodat het bloed ‘dunner’ wordt dan normaal (minder ‘dik’ en makkelijker vloeibaar), maar weer niet zo dun dat het bloedingproblemen veroorzaakt. Je moet daarom regelmatig de stolbaarheid van je bloed laten controleren bij Sintromgebruik.

Zie de aparte folders genaamd ‘Atriumfibrilleren’ en ‘Atriumfibrilleren en antistolling’ voor details.

De risicofactoren verlagen
Zoals boven beschreven is de meest voorkomende oorzaak voor bloedpropjes een atheroom aan de binnenwand van een slagader. Bepaalde ‘risicofactoren’ verhogen de kans op atheroomvorming – en daarmee het risico op een beroerte (en hartaanval). Je kan dit risico verminderen als je je ‘risicofactoren’ vermindert. Die factoren worden hieronder kort genoemd.Zie verder de aparte folder genaamd ‘Voorkomen van cardiovasculaire aandoeningen’ voor meer details. 

Roken. Als je rookt, doe er alles aan om te stoppen. De chemische stoffen in tabak kunnen je slagaders beschadigen. Als je rookt, kan stoppen met roken je risico op een beroerte sterk verminderen.

Hoge bloeddruk.
Zorg ervoor dat je bloeddruk op zijn minst een keer per jaar wordt gemeten. Als deze hoog is kan het behandeld worden. Een hoge bloeddruk veroorzaakt meestal geen symptomen,, maar kan beschadigend zijn voor de slagaders. Heb je een hoge bloeddruk dan is het wenselijk om je te laten behandelen om het risico op een beroerte te verminderen.

Als je overgewicht hebt, wordt afvallen aangeraden.
Een hoog cholesterolgehalte. Dit kan behandeld worden.
Weinig bewegen. Probeer 5 dagen per week een matige inspanning te leveren gedurende 30 minuten per dag. Door bijvoorbeeld te wandelen, zwemmen, fietsen, dansen, tuineren, etc.
Dieet. Je moet proberen gezond te eten. In het kort betekent het volgen van een gezond dieet volgens het Voedingscentrum:

  • Eet gevarieerd
  • Eet niet teveel en beweeg regelmatig
  • Gebruik minder verzadigd vet
  • Eet volop groente, fruit en brood
  • Ga veilig met voedsel om.
  • Eet niet teveel kaas en melkproducten
  • Vervang vlees regelmatig door (vette) vis
  • Let op de zoutinname (maximaal 6 gr. per dag of minder)
  • Als je vlees eet neem mager vlees of gevogelte
  • Gebruik bij bakken of braden zonnebloemolie of olijfolie
  • Alcohol. Een kleine hoeveelheid alcohol (1-2 eenheden per dag) kan gunstig zijn. Een eenheid per dag komt overeen met een fluitje bier, een klein glas wijn of een borrelglaasje sterke drank. Teveel alcohol kan beschadigend werken en verhoogt vooral het risico op een hoge bloeddruk.
    • Mannen zouden niet meer dan 21 eenheden per week moeten drinken (en niet meer dan drie eenheden per dag).
    • Vrouwen zouden niet meer moeten drinken dan 14 eenheden per week (en niet meer dan twee eenheden in een dag).
    • Diabetes is een risicofactor. Als je diabetes hebt is het op peil houden van je bloedsuikerspiegel belangrijk.

Operatie
Ongeveer 5% van de mensen met een TIA heeft ernstige vernauwing van de carotiden (halsslagaders) als gevolg van een atheroomplaque. Operatieve verwijdering van de plaque kan een optie zijn. Succesvolle chirurgie vermindert de kans op een beroerte in de toekomst met ongeveer de helft. De operatie zelf heeft wel enig risico. Je specialist kan je hierover adviseren. 

TIA en autorijden
Heb je meer dan 1x een TIA gehad dan moet je dit melden bij het CBR. Je moet dan gekeurd worden of je mag autorijden of niet. Je kunt een vragenlijst opvragen en toegezonden krijgen door het CBR. Deze lijst kun je samen met je behandelend arts invullen. Het CBR geeft dan een toestemmingsverklaring af om te mogen autorijden.