Vaccinatie tegen hondsdolheid

Ook wel genoemd: 
Rabies

Wat is rabies?

Rabies of hondsdolheid, is een ziekte die door een virus wordt veroorzaakt. Het veroorzaakt krampen, angst voor water, gekte, verlamming en meestal de dood. In de meeste gevallen komen de symptomen op 2-8 weken na te zijn gebeten door een besmet dier (in de regel een hond). De symptomen kunnen echter in sommige gevallen pas opkomen maanden of jaren na te zijn gebeten door een besmet dier. Het virus wordt via de wond overgedragen en komt (langzaam) in het zenuwstelsel terecht.

Op dit moment komt rabies in Nederland nagenoeg niet voor.

In de rest van de wereld komt rabies echter wel voor. Wereldwijd zijn er per jaar zo’n 50.000 gevallen, met name in India. Maar het komt ook nog met enige regelmaat in Westerse landen voor. De grootste groep boosdoeners zijn vossen, maar honden, katten, koeien, paarden, dassen, herten, wasberen, vleermuizen, konijnen en stinkdieren kunnen ook besmet zijn. Een beet van één van deze dieren in het buitenland moet zeer serieus worden genomen.

Wie moet er tegen rabies worden gevaccineerd?

  • Mensen wier werk hen in contact kan brengen met hondsdolle dieren, zoals mensen die in een dierentuin werken, quarantainewerkers, dierenartsen, etc.
  • Reizigers naar afgelegen delen van de wereld waar medische zorg wellicht niet aanwezig is.
  • Reizigers die langer dan een maand verblijven op een plaats waar rabies veel voorkomt bij dieren.
  • Gezondheidspersoneel dat in aanraking kan komen met patiënten met rabies. 
  • Mensen die met het rabiesvirus werken in laboratoria.
  • Mensen die in het buitenland werken (bijv. dierenartsen) en die in contact kunnen komen met besmette dieren.
  • Inspecteurs die in aanraking kunnen komen met besmette dieren.
  • Mensen die regelmatig in contact komen met vleermuizen.

Het vaccin
Meestal worden er drie injecties gegeven, waarbij de tweede injectie zeven dagen na de eerste wordt gegeven, en de derde 21-28 dagen na de eerste. Het vaccin werkt zeer goed – bijna 100%. Het vaccin stimuleert je lichaam om antistoffen aan te maken tegen het rabiesvirus. Deze antistoffen beschermen je als je ooit met het virus besmet wordt.

Het kan zijn dat een herhalingsinjecties nodig is na een jaar en dan iedere 2-5 jaar bij mensen die een aanhoudend risico lopen. Mensen die zo nu en dan een risico lopen als ze afreizen naar gebieden met rabies kunnen na twee jaar een herhalingsinjectie nodig hebben. Mensen die met rabies werken hebben wellicht een bloedonderzoek nodig om er zeker van te zijn dat ze niet besmet zijn.

Wie moet er zeker niet worden ingeënt?

  • Als je ziek bent en koorts hebt, dan is het beter de vaccinatie uit te stellen totdat je weer beter bent.
  • Als je in het verleden een heftige reactie op een vaccinatie hebt gehad, dan moet je geen herhalingsinjectie krijgen. 
  • Als je allergisch bent voor eieren, dan is er één vaccin – Rabipur® – dat je niet moet krijgen.

Als je zwanger bent of borstvoeding geeft, dan kan je het advies krijgen je toch te laten inenten als je een groot risico loopt, bijvoorbeeld door je werk.

Heeft het vaccin bijwerkingen?

Plaatselijke roodheid en zwelling kan 1-2 dagen voorkomen op de injectieplek. Lichte koorts en spierpijn met misselijkheid komen in een enkel geval voor, maar ze verdwijnen daarna snel en veroorzaken geen problemen. Heftige reacties zijn heel zeldzaam.

Wat als ik door een mogelijk besmet dier wordt gebeten?

Als je naar het buitenland gaat, vermijd dan zoveel mogelijk contact met huisdieren. Als je door een verdacht dier wordt gebeten in een ‘risicoland’:

  • Was de wond regelmatig met stromend water (en zeep als dat mogelijk is) tenminste vijf minuten. Een desinfecterend middel en een eenvoudig verband kunnen op de wond worden aangebracht.
  • Zoek zo snel mogelijk medische hulp, zelfs als je eerder tegen rabies bent ingeënt, zodat je kan worden behandeld om de kans op infectie zo klein mogelijk te maken.

Er is een effectief antiserum. Ook kan je een aantal keren opnieuw worden gevaccineerd (zelfs als je eerder al was gevaccineerd).